Zak- en slaagregeling 2012Wanneer ben je geslaagd in 2012? |
Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org
Zak- en slaagregeling 2012
Aanvullende eisen
Met ingang
van 2011/-2 en 2012/-3 zijn er aanvullende eisen om te
kunnen slagen voor vmbo, havo of vwo. Wat zijn deze
nieuwe eisen en wanneer gaan ze in?
1. Met ingang van het schooljaar 2011-2012 wordt de
maatregel van kracht dat voor alle vakken op het
centraal examen (CE) gemiddeld een
voldoende moet worden gehaald. Dit gaat gelden
voor leerlingen vmbo, havo en vwo.
2. Eveneens gaat per schooljaar 2011-2012 de maatregel
gelden dat voor leerlingen in de
basisberoepsgerichte leerweg (bb) van het vmbo
het schoolexamen (SE) hetzelfde gewicht
krijgt als het centraal examen, net als havo en vwo.
3. In het schooljaar 2012-2013 zal voor leerlingen havo
en vwo de maatregel ingaan dat maximaal één 5
als eindcijfer (het gemiddelde van het SE en
het CE) mag worden gescoord voor de kernvakken
Nederlands, Engels en wiskunde.
Zie ook
deze website
Vmbo
De kandidaat die eindexamen v.m.b.o. heeft afgelegd, is
geslaagd indien hij:
1. a. voor ten hoogste één van zijn
examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn
overige examenvakken een 6 of hoger, of
b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het
eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige
examenvakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of
hoger, of
c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5
heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of
hoger waarvan ten minste één 7 of hoger.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a,
b en c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of
intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte en
de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee
eindcijfers.
3. In aanvulling op het eerste lid geldt tevens dat voor
de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het
gemeenschappelijk deel en in de gemengde en de
theoretische leerweg voor het sectorwerkstuk de
kwalificatie «voldoende» of «goed» is behaald.
4. In afwijking van het eerste en derde lid, is de
kandidaat die eindexamen v.m.b.o. heeft afgelegd ter
afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in
artikel 10b1 van de wet, geslaagd indien hij zowel voor
het vak Nederlandse taal als voor het beroepsgerichte
programma het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald.
Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een
eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg,
bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste tot
en met derde lid van overeenkomstige toepassing.
Havo en Vwo
5. De kandidaat die eindexamen v.w.o. of h.a.v.o. heeft
afgelegd, is geslaagd:
a.indien hij:
1°. voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is
vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is
vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken
waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6
of meer heeft behaald,
3°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is
vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken
waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6
of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de
eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
4°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is
vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor
één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld
als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als
eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken
waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6
of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de
eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt,
b. indien geen van de eindcijfers van onderdelen,
genoemd in het zesde lid, lager is dan 4, en
c. indien de vakken culturele en kunstzinnige vorming en
lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel
van elk profiel, zijn beoordeeld als «voldoende» of
«goed».
6. Bij de uitslagbepaling volgens het vijfde lid wordt
het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de
volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van
één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer
is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk en
voor v.w.o. ook algemene natuurwetenschappen. Het
bevoegd gezag kan daaraan toevoegen:
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke
moderne talen, met dien verstande dat indien het bevoegd
gezag daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling
van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen
van de desbetreffende taal en literatuur,
b. klassieke culturele vorming, met dien verstande
dat indien het bevoegd gezag daartoe niet besluit,
klassieke culturele vorming voor de bepaling van de
eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van
Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en
literatuur,
c. algemene natuurwetenschappen in het h.a.v.o.,
d. bij bijzondere scholen: godsdienst of
levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien
verstande dat indien het bevoegd gezag daartoe niet
besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk
vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen,
tenzij Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend
met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c,
artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste
lid, onder c.
7. Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan de
tweede volzin van het zesde lid, wordt in het
examenreglement, bedoeld in artikel 31, vermeld welk
onderdeel of welke onderdelen worden toegevoegd.
8. De directeur bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het
zesde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de
eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de
uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is,
wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma
een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat
cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
9. Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag is
vastgesteld, maakt de directeur deze schriftelijk aan
iedere kandidaat bekend, onder mededeling van het in
artikel 51 bepaalde. De uitslag is de definitieve
uitslag indien artikel 51, eerste lid, geen toepassing
vindt.
Bron: http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvh57gltp77x8/vhq9junklaj4?code=pexb#par71

Copyright: Albert van der Kaap, 2011