Histoforum      Lesmateriaal      Toetsmateriaal      Vakinformatie      Magazine    

SixPack

De SixPack is een onderzoeksgerichte opdracht waarbij de informatie in veel gevallen afkomstig zal zijn van internet. Maar ook andere bronnen, zoals boeken, krantenartikelen en interviews komen in aanmerking. De SixPack is enerzijds gebaseerd op de webquest zoals die in 1995 werd ontwikkeld door de Amerikaan Bernie Dodge en anderzijds op het informatievaardigheden concept van de Big6.

Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org     

Leerlijn onderzoeksvaardigheden

Onderzoeksvaardigheid (en als onderdeel daarvan informatievaardigheid) is een competentie die je alleen kunt verwerven door veel te oefenen en door gedurende het onderzoek consequent en geregeld na te denken over de vraag wat je aan het doen bent. Goed onderzoek doen is moeilijk en daarom is het belangrijk om de onderzoeksopdrachten goed in te richten in een leerlijn van eenvoudig naar complex, waarbij de leerlingen telkens alle stappen van een onderzoek doorlopen (de hele taak benadering).

De SixPack is een format dat kan helpen bij het vorm geven van opdrachten die passen in een leerlijn onderzoeks- en informatievaardigheden.

stap onderdeel  fase 1 fase 2 fase 3 fase 4
1 Probleemstelling De probleemstelling is gegeven en deze is eenvoudig (enkelvoudig) De probleemstelling is gegeven en complex (samengesteld). De leerling moet bij een gegeven hoofdvraag zelf deelvragen formuleren. De leerling formuleert zelf hoofd- en deelvragen. 
type probleem Beschrijvende vraag Vergelijkende vraaag Verklarende vraag Evaluatieve vraag
Product specificatie De leerling werkt aan een voorgeschreven en duidelijk gespecificeerd eindproduct De leerling werkt aan een zelf gekozen eindproduct  De leerling werkt aan een zelf gekozen eindproduct voor een voorgeschreven doelgroep. De leerling werkt aan een zelf gekozen eindproduct voor een zelfgekozen doelgroep.
Omvang < 10 slu 10-20 slu 20-60 slu > 60 slu
Stappenplan De leerling werkt volgens een gedetailleerd, aangereikt, stappenplan.  De leerling werkt volgens een globaal, aangereikt, stappenplan.  De leerling werkt volgens een zelf ontworpen stappenplan, dat hij eerst ter goedkeuring aan zijn beoordelaar moet voorleggen. De leerling werkt volgens een zelf ontworpen stappenplan.
Reflectie  De leerling reflecteert, aan de hand van aanwijzingen of een aangereikte checklist.  De leerling reflecteert regelmatig uit eigen beweging op de uitvoering en opbrengsten van de opdracht. De leerling reflecteert stelselmatig op werkprocessen, resultaten en ondervonden problemen en formuleert verbetermogelijk-heden.  De leerling reflecteert stelselmatig op zijn methodisch handelen, zijn vaardigheden en zijn motivatie. 
Samenwerking De leerling werkt alleen aan de opdracht. De leerling werkt met één medeleerling samen. De leerling werkt met twee à drie medeleerlingen samen. De leerling werkt met drie of meer medeleerlingen samen.
Samenwerking De leerling is volkomen vrij in de keuze van medeleerlingen met wie hij de opdracht uitvoert. De opdrachtgever bepaalt (uiteindelijk) wie met wie samenwerkt om de samenwerking zo goed mogelijk te laten slagen. De leerling mag op aanwijzingen van de opdrachtgever zelf zijn samenwerkingspartners kiezen. De aanwijzingen zijn erop gericht, leerlingen met verschillende interesses of capaciteiten met elkaar te laten samenwerken. De opdrachtgever bepaalt met wie de leerling samenwerkt. Dat kunnen wildvreemden zijn of medeleerlingen met totaal andere interesses of capaciteiten, wat de samenwerking er niet gemakkelijker erop maakt.
Samenwerking De leerlingen verdelen de werkzaamheden voor de opdracht aan de hand van voorschriften of aanwijzingen. De leerlingen maken zelf een taakverdeling, waarbij het mogelijk is dat zij onafhankelijk van elkaar kunnen werken. De werkzaamheden voor de opdracht worden zó verdeeld, dat de leerlingen elkaar nodig hebben om tot een gemeenschappelijk resultaat te komen. De leerlingen verdelen de werkzaamheden voor de opdracht zó, dat zij elkaar nodig hebben om tot een gemeenschappelijk resultaat te komen en waar elk van hen op aanspreekbaar is.
2 Bronnen De leerling werkt met gegeven bronnen. De leerling werkt met gegeven bronnen en moet ook zelf aanvullende bronnen zoeken. De leerling kiest en zoekt, aan de hand van aanwijzingen of een aangereikte checklist, zelf bronnen.  De leerling kiest en zoekt zelfstandig bronnen. 
Aard van de bronnen Zeer eenvoudig (vlot leesbaar, gemakkelijk te begrijpen) Eenvoudig Tamelijk moeilijk zeer moeilijk (academisch taalgebruik, specialistisch, abstract-theoretisch)
3 Bruikbare informatie selecteren De leerling selecteert bruikbare informatie in gegeven bronnen aan de hand van aanwijzingen of een aangereikte checklist De leerling selecteert bruikbare informatie in gegeven bronnen  De leerling selecteert bruikbare informatie uit zelf gekozen bronnen aan de hand van aanwijzingen of een aangereikte checklist  De leerling selecteert bruikbare informatie uit zelf gekozen bronnen 
Betrouwbare informatie selecteren De leerling selecteert informatie uit gegeven en dus betrouwbare bronnen De leerling selecteert informatie uit gegeven bronnen die deels betrouwbaar, deels onbetrouwbaar zijn en beoordeelt zelf welke bronnen betrouwbaar zijn aan de hand van een aangereikte checklist De leerling selecteert informatie uit zelf gekozen bronnen en beoordeelt de informatie op betrouwbaarheid aan de hand van een aangereikte checklist De leerling selecteert informatie en beoordeelt deze zelf op betrouwbaarheid.
4 Verwerking van de informatie De leerling verwerkt de gevonden informatie in een aangereikt format. De leerling verwerkt de gevonden informatie in een eigen format: een samenvatting, een mindmap of een grafische weergave... De leerling verwerkt de gevonden informatie in een eigen format: een samenvatting, een mindmap of een grafische weergave en vergelijkt verschillende gegeven bronnen met elkaar en analyseert deze op overeenkomsten, verschillen en complementariteit... De leerling verwerkt de gevonden informatie in een eigen format: een samenvatting, een mindmap of een grafische weergave en vergelijkt verschillende gegeven bronnen met elkaar en analyseert deze op overeenkomsten, verschillen en complementariteit... en maakt een synthese van de informatie verkregen uit verschillende bronnen.
5 keuze presentatievorm De leerling gebruikt een voorgeschreven en duidelijk gespecificeerde presentatievorm. De leerling kiest een door de beoordelaar gesuggereerde en globaal gespecificeerde presentatievorm. De leerling kiest zelf een voor het onderwerp geschikte presentatievorm.  De leerling kiest zelf een voor onderwerp en doelgroep geschikte presentatievorm.
presenteren De leerling presenteert  de resultaten informeel en globaal mondeling of schriftelijk  De leerling kan de resultaten informeel en globaal mondeling en schriftelijk presenteren De leerling kan de resultaten formeel en gedetailleerd mondeling of schriftelijk presenteren De leerling kan de resultaten formeel en gedetailleerd mondeling en schriftelijk presenteren
6 Evalueren De leerling evalueert aan de hand van aanwijzingen of een aangereikte checklist of de resultaten van de opdracht voldoen aan de vooraf geformuleerde eisen of verwachtingen. De leerling evalueert uit eigen beweging of de resultaten voldoen aan de vooraf geformuleerde eisen of verwachtingen... De leerling evalueert uit eigen beweging of de resultaten voldoen aan de vooraf geformuleerde eisen of verwachtingen en/of evalueert als afronding van de opdracht zijn persoonlijke groei in kennis en kunde... De leerling evalueert uit eigen beweging of de resultaten voldoen aan de vooraf geformuleerde eisen of verwachtingen en/of evalueert als afronding van de opdracht zijn persoonlijke groei in kennis en kunde en formuleert persoonlijke ontwikkelpunten of leervragen voor zijn vervolgtraject.

 

 De SixPack

 Onderdelen van de SixPack

Copyright:  Albert van der Kaap, 2010