inleiding opdracht werkwijze bronnen beoordeling reflectie docent


Orpheus en Eurydice
 

 

Orpheus en Eurydice in gedichten

 

Het boek Forum (pagina 106) onderscheidt in de mythe van Orpheus en Eurydice drie centrale thema's:

  • De bezinning over het wezen van de liefde
  • De worsteling met het mysterie van de dood
  • De ervaring van de wonderlijke kracht van de kunst

Dit zou je in navolging van wat in opdracht drie over kunstwerken is gezegd, kunnen beschouwen als een soort 'etiket' dat je boven het gedicht kunt plakken.

N.B. Soms kunnen meerdere aspecten tegelijkertijd aanwezig zijn!

Orpheus heeft bij dichters en beeldend kunstenaars uit latere tijden afwisselend model gestaan voor: 

  • De ingewijde in de mysteriën van leven en dood
  • de zanger die met zijn zang en woordkunst
    harmonie en beschaving brengt
  • De bevlogen, goddelijk geïnspireerde kunstenaar
  • De (ontroostbare) minnaar 

Dit is als het ware een uitwerking van de vorige vraag: op welke manier (door wat uit te beelden) heeft de dichter het 'algemene etiket'  verder uitgewerkt? Voorbeeld:

'De ontroostbare minnaar'zou heel goed een uitwerking kunnen zijn van het thema 'Worsteling met het mysterie van de dood', maar ook van 'Bezinning over het wezen van de liefde' - dat hangt er een beetje vanaf of de kuntenaar in zijn kunstwerk volgens jou meer de nadruk hefet gelegd op 'de dood' (bijvoorbeeld donker, somber, erg onherroepelijk, e.d.) of 'de liefde' ( bijvoorbeeld verdrietig, wanhopig, verlangend, e.d.) 

Geef aan op welke manier dat in het door jou gekozen gedicht het geval is.

Als je zelf een andere mogelijkheid dan de genoemde vier ontdekt, is het natuurlijk interessant om dat te vermelden.

Gedichtenanalyse

Lees de gedichten. Schrijf vervolgens van drie gedichten (waarvan tenminste één lang) een analyse. In deze analyse moet je aandacht besteden aan de volgende aspecten:

  • Bezinning over het wezen van de liefde
  • Worsteling het mysterie van de dood
  • Ervaring van de wonderlijke kracht van de kunst

Let ook op:

  • of de dichter afwijkt van het verhaal zoals je dat kent van Ovidius of Vergilius. Indien dit het geval is moet je deze afwijking beschrijven.
  • waarom de dichter het gedicht heeft gemaakt (kun je niet altijd weten) of wat hij/zij met het gedicht wil zeggen (dit is meestal wel mogelijk)

Eisen aan het verslag

  • Je maakt het verslag alleen
  • het verslag moet ongeveer twee pagina's A4  (lettergrootte 12) lang zijn.

Gedichten