Oorlog en Vrede

Home    |    Docent    |    Leerling    |    Historische links   |   Zoekmachines   |   Contact

   

opdracht 1  | opdracht 2  |  opdracht 3  |  opdracht 4  |  opdracht 5  |  opdracht 6  |  docent

   

Vergilius en zijn Aeneis

   

Rond 25 v. Chr. maakte Publius Vergilius Maro (70-19 v.Chr.) op verzoek van keizer Augustus een groot nationaal gedicht (epos), de Aeneis. Augustus stelde voortdurend belang in de vorderingen en liet zich gedeeltes die klaar waren voorlezen. In dit gedicht, geļnspireerd door het werk van met name Homerus, moest Vergilius laten zien dat de grootheid van Rome het uitvloeisel was van de goddelijke voorzienigheid. Augustus moest van goddelijke afkomst zijn. De eerste zes boeken vinden hun voorbeeld in de Odyssee, de laatste zes in de Ilias.

In de Aeneis gaat Aeneas, de zoon van Anchises en de godin Venus, op goddelijk bevel van Troje op weg naar Italie. Net als Odysseus beleeft Aeneas op zijn zwerftochten allerlei avonturen. Het meest bekend is zijn romance met de koningin van Carthago, Dido, die hij zeer tot haar verdriet op last van de goden in de steek moest laten.

Dit verhaal is het uitgangspunt voor een zoektocht naar oorzaken van oorlogen in de klassieke oudheid.

 
   

© 1998-2004 Albert van der Kaap, Enschede. Alle rechten voorbehouden.