Ivan Sonck - Patrick Audenaert. Top 100 Atletiek in België (Mannen). Uitgeverij Best in Books, Nijlen, mei 2026. Harde kaft, 223 pagina’s, foto’s. ISBN 978-94-934-0249-2, € 45.


Top 100 Atletiek in België (mannen)


Een ranglijst opstellen van de beste 100 Belgische atleten is een ingewikkelde opdracht. Puntentabellen van de wereldatletiekbond helpen daarbij, maar die tabellen houden geen rekening met de omstandigheden waarin de prestaties geleverd werden. Dat hebben deze auteurs wel gedaan. Ze beseffen ook goed dat de huidige loopschoenen, trainingsmethodes en deskundige dieetleer de prestaties opgedreven hebben. De volgorde is van 101 naar 1. We krijgen dus een Top 101.

Top 100 Atletiek in België (mannen)

Jef Abbeel

De eerste twee, Etienne De Ré en Emile Binet, zullen voor de meeste lezers onbekenden zijn. Tienkamper Roger Lespagnard kennen we wel. Hij had van mij bij de eerste 50 mogen staan in plaats van op plek 99, mede door zijn inzet nadien als trainer, politicus etc.


Georges Schroeder, zowel discuswerper als kogelstoter, 14 keer Belgisch kampioen discus, 11 keer in kogelstoten, pas gehuldigd als 50 jaar recordhouder kogelstoten, zou ik op 49 zetten in plaats van op 94. Jacques Borlée was een verdienstelijk atleet, maar nadien nog meer een succesvol coach van zijn zonen en van onze estafetteploegen. Tom Van Hooste krijgt een eerbetoon voor zijn 2u10’38” op de marathon en vooral voor zijn veldloopprestaties: vijfmaal Belgisch kampioen en zesmaal winnaar van de Crosscup. Freddy Herbrand was een meerkamper die 15 keer Belgisch kampioen werd en op de Olympische Spelen van München 6de werd in de tienkamp. Na zijn carrière werd hij 33 jaar lang trainer van de atleten van Qatar. Er wordt niet gezegd of hij daar ook successen behaalde. Er hapert hier iets aan de chronologie: hij woonde 33 jaar, van 1975 tot 2008, in Qatar en tegelijk was hij al in 1987 terug in België en gemeenteraadslid in Malmédy vanaf 1988 (p. 79). Ruben Verheyden is Belgisch recordhouder op 1.500 m (3’30”99), 1 mijl (3’50”67) en 2.000 m (4’52”37). Het levert hem een 61ste plaats op. Paul Thys was als opvolger van Gaston Roelants 11 keer kampioen op 3.000 m steeple. Na zijn carrière werd hij trainer en technisch directeur van de VAL. Christophe Impens presteerde op 1.500 m en is nu directeur bij Golazo, het enige bedrijf dat hier met twee toppers in staat. Snelwandelaar Godfried Dejonckheere behaalde 24 Belgische titels en kreeg twee keer de Gouden Spike. Zijn record op 50 km bedraagt 3u47’34” (1989) of 3u12’ op de marathon. Dat is sneller dan de meeste marathonlopers. Het houdt al 37 jaar stand. Joeri Jansen was veelbelovend op 800 en 1.500 m, maar werd nooit een topper, volgens hem omdat zijn concurrenten doping gebruikten (p. 112-113). Emile Leva maakte deel uit van de 4 x 80 0m-ploeg, die sinds 1956 met 7’15”8 het oudste Belgisch record heeft. Wilfried Geeroms werd 15 keer Belgisch kampioen op de horden. Hij stierf al op zijn 58ste aan kanker.

Patrick Desruelles verbeterde tussen 1978 en 1981 het Belgisch record polsstok met 45 cm: hij bracht het van 5,15 m naar 5,60 m. Sinds 2022 is het van Ben Broeders met 5,85 m, niet meer van Domitien Mestré met zijn 5,61 m (p. 125). Bob Verbeeck werd in 1985 Europees kampioen 3.000 m in zaal en stichtte Golazo, dat jaarlijks honderdduizenden aan het lopen zet. Wereldwijd en met de apps zoals Start2Run zijn dat er zelfs miljoenen. Het organiseert o.a. de Van Damme Memorial.
Ben Broeders sprong 5,85 m met de polsstok, haalde een universitair diploma en (vooral) trouwde met Femke Bol. Bij Cédric Van Branteghem, nu CEO van het BOIC, lezen we dat het record van Fons Brijdenbach 27 jaar standhield, nl. van 1976 tot 1993. Dat lijkt me eerder 17 jaar, wat nog zeer lang is.
Armand Parmentier was de eerste Belg die een marathon onder 2 u 10’ liep. Nu is hij een succesvol trainer. Erik De Beck werd in 1974 wereldkampioen veldlopen, Leon Schots in 1977.
Willy Polleunis leverde mooie prestaties, maar zorgde ook voor controverse, o.a. door in 1972 het voor Roelants bestemde wereldrecord op 10 EM te pakken. Thomas Van Der Plaetsen was een topper in de tienkamp, maar blessures en kanker braken zijn carrière. André Dehertoghe was in de jaren 60-70 de beste Belg op de 1.500 m (3’37”1) en de mijl (3’56”0) en een voorbeeldige tempomaker voor Roelants en Puttemans. Hans Van Alphen vestigde met 8.519 punten een Belgisch record op de tienkamp dat al 14 jaar standhoudt en wellicht nog heel wat jaren overeind kan blijven. Koen Naert werd in 2018 Europees kampioen op de marathon. Zijn beste tijd is 2u 06’56”. Philip Milanov werd 14 keer Belgisch kampioen discus en 8 keer met de kogel. Zijn discusrecord uit 2010 bedraagt 67,26 m.


Etienne Gailly prijkt hier op een gevleide 22ste plaats. Hij was een dapper soldaat in de Korea-oorlog, maar zijn internationale loopprestaties waren beperkt tot een dramatische derde plaats op de Olympische marathon van 1948 in 2u35’33”6. Hij moest zichzelf over de meet slepen, hij was bewusteloos en moest meteen naar het ziekenhuis, waardoor hij de medaille-ceremonie miste. Er werd gespeculeerd over doping, maar wellicht was het uitputting door extreme hitte en gebrek aan ervaring. Isaac Kimeli liep 12’56”53 op 5.000 m, 27’07”97 op 10.000 en haalde in Tokio zilver op 5.000. Eliott Crestan verbeterde in 2024 wel vijf keer het 48 jaar oude record van Ivo Van Damme op de 800 m. Het stond op 1’43”86, het werd 1’42”43. Hij haalde twee keer zilver en drie keer brons op EK’s en WK’s in zaal. Het record hoogspringen staat met 2m36 als sinds 1985 op naam van Eddy Annys, een atleet met meer talent dan discipline. Ronald Desruelles heeft met 10”02 al even lang het 100 m-record, maar menigeen twijfelt aan zijn tijd en aan de meting van de rugwind. Hij liep 20”66 op 200 m en sprong 8,08 m ver. Talent had hij in overschot, maar bij een positieve dopingtest duidde hij ten onrechte dokter Macken aan als schuldige.

Aureel Vandendriessche, in de jaren 60 samen met Roelants mijn favoriet, was een voorbeeld van discipline. Hij werd twee keer tweede op het EK marathon en won twee keer de marathon van Boston, o.a. voor Olympisch kampioen Abebe Bikila. Patrick Stevens behaalde 22 Belgische titels en werd op de Olympische Spelen van Atlanta zevende op de 200 m. Volgens hem waren zes van de acht finalisten dopinggebruikers.

Jonathan Borlée liep knappe tijden op 400 m, o.a. 44”43, maar in de finales van grote wedstrijden faalde hij. Zijn tweelingbroer Kevin mocht naar vijf Olympische Spelen en naar zeven WK’s. Samen vormden zij de kern van de succesvolle 4 x 400 m. Fons Brijdenbach werd vierde op de OS van Montreal en vijfde op die van Moskou. Drie jaar op rij stond hij 2de, 2de en 4de op de wereldranglijst van de 400 m. Op zijn 55 overleed hij aan kanker. William Van Dijck liep in 1986 de beste wereldjaartijd op 3.000 m steeple (8’10”01). Als Belgisch record bleef het 39 jaar overeind, tot 2025. Op het WK van 1987 werd hij derde, een plek die hij zonder ongeval ook behaald zou hebben op de OS van 1988 in Seoel. Vincent Rousseau werd negen keer Belgisch kampioen veldlopen, hij vestigde in de jaren 90 zes records op alle afstanden van 1 mijl tot marathon, haalde ereplaatsen in internationale marathons en behaalde in 1995 een besttijd van 2u07’20”. Toen was dat de achtste aller tijden, maar vandaag, in 2026, staat hij met die tijd niet meer bij de eerste 500!


Mohamed Mourhit pakte die Belgische records af, vestigde zelfs Europese records op 3.000 (7’26”62), 5.000 (12’49”71) en 10.000 (26’52”30) en werd wereldkampioen veldlopen in 2000 en 2001. Maar in 2002 testte hij positief op EPO en op het dopingmaskerende Furosemide, waardoor hij een diepe schaduw wierp op zijn prestaties.

Ivo Van Damme was onze grootste belofte op 800 en 1.500 m. Op beide afstanden haalde hij zilver in Montreal, maar hij verongelukte op zijn 22ste. De Van Damme Memorial herinnert ons nog elk jaar aan hem.

Bashir Abdi vluchtte uit Somalië. Zijn Belgisch marathonrecord is 2u03’36”. Hij won Olympisch brons in Tokio en zilver op de OS van Parijs.

Gaston Reiff haalde goud op de 5.000 m van de OS van Londen, voor de onklopbaar gewaande Zatopek. Reiff was een tijdlang Belgisch recordhouder op alle afstanden van 1.000 tot 10.000 m. Karel Lismont haalde één keer goud, één keer zilver en drie keer brons op internationale marathonkampioenschappen. Hij was ook een goede veldloper. Roger Moens verbeterde in 1955 het wereldrecord op 800 m. Hij heeft met drie anderen al 70 jaar het Belgisch record op 4 x 800 m. In Rome haalde hij zilver na de ongenaakbare Peter Snell. Miel Puttemans won tussen 1972 en 1974 wel 62 van zijn 67 wedstrijden. Hij vestigde vier wereldrecords in open lucht en 12 indoor, maar op de Olympische Spelen was Lasse Viren sneller.

Op nummer 1 prijkt Gaston Roelants. In 1964 haalde hij in Tokio goud op 3.000 m steeple. Hij vestigde ook een wereldrecord met 8’26”4. Hij stond negen keer in de top 10 van de wereld voor de steeple, vier keer voor de 5.000 m en zes keer voor de 10.000m. Het werelduurrecord bracht hij op 20.664 m. In 1969 werd hij in Athene tweede op het EK marathon. Als veldloper werd hij elf keer Belgisch kampioen en won hij vier keer de Landencross (het officieuze wereldkampioenschap).

Beoordeling

Ivan Sonck en Patrick Audenaert hebben met veel kennis van zaken een mooie geschiedenis van de Belgische atletiek geschreven. Het bepalen van de volgorde was hierbij de moeilijkste taak. Hun schrijfstijl is heel vlot, het boek leest heel aangenaam en is voor iedereen toegankelijk. Iedereen die in atletiek geïnteresseerd is, zal ervan genieten.

We krijgen ook zeer degelijke technische uitleg, b.v. over de gelijkenissen tussen hinkstapspringers en speerwerpers (p. 85). Het boek is voorzien van kwaliteitsvolle foto’s. Die op de kaft toont meteen de zes echte toppers.

Ik vroeg me wel af of dopingzondaars zoals Michael Velter (77), Bruno Brokken (60), Ronald Desruelles (18), Mohammed Mourhit (8) thuishoren in dit boek. Misschien wel, zolang hun records op de erelijsten blijven staan. Ik vind het positief dat bij velen ook vermeld wordt hoe ze zich gedroegen als mens, wat ze na hun carrière nog betekenden en welke tegenslagen ze moesten verwerken. Julien Watrin bijvoorbeeld kreeg kanker, zowel in 2022 als in 2024.

Een paar details: er is geen rangschikking van de meest succesvolle trainers. Ik zet dan zelf maar Mon Vanden Eynde op 1: hij begeleidde Dehertoghe (nr. 27), Van Damme (7), Puttemans (2), Roelants (1) en Jos Hermens. Valery Brumel, Valery Borzov, Sergei Boebka e.a. waren geen Russen, maar Oekraïners. Tot 1991 hoorde Oekraïne wel bij de Sovjet-Unie. 1 januari 1960 was niet ‘het begin van een nieuw decennium’ (p. 92): dat begon pas op 1 januari 1961. Borgloon (met twee toppers) vergelijken met het Keniaanse Iten dat honderden toppers telde (p. 24), is wel erg vleiend voor Borgloon. Wellicht heeft de auteur het niet zo ernstig bedoeld. Achteraan staat de lijst van de voorintekenaars. Die had veel langer kunnen zijn. Maar als je geen uitnodiging krijgt, kun je het boek ook niet bestellen. Tot slot en ter geruststelling: een Top 50 van de Belgische atletiek-dames is op komst!

© Jef Abbeel, Turnhout, juni 2026 www.jefabbeel.be