
Sami al-Ajrami en Anna Lombardi (2025). De sleutels van het
huis. Een dagboek uit Gaza.
Vertaling van ‘Le chiavi di casa. Un diario da Gaza’ door Pieter
van der Drift en Manon Smit.
Uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam/VBK, Antwerpen, 27 februari
2025. Paperback, 22 x 12 cm. 223 pagina’s, kaartje. ISBN
978-90-263-7062-5; € 22,99.
.
De sleutels van het huis. Een dagboek uit Gaza
De auteur (°1967) is een Palestijnse journalist die tot 13 oktober 2023 in Noord-Gaza woonde en die in april 2024 naar Caïro gevlucht is. Hij hield een dagboek bij vanaf 7 oktober 2023 tot april 2024. Voor hem was de aanval van Hamas een totale verrassing.
Inhoud
De sleutels van het huis. Een dagboek uit Gaza
Het
was voor hem ook een raadsel waarom de Israëli’s Hamas urenlang
lieten begaan zodat ze 1.200 mensen konden vermoorden en 242
gijzelaars konden maken. Ze deden dat als vergelding voor alle
vernederingen en voor de blokkade door Israël, waardoor de
economie instortte en de werkloosheid torenhoog oprees(p. 21).
Hij vergeet nog een reden: Israël voerde onderhandelingen om ook
met grootmacht Saoedi-Arabië de Abraham-akkoorden te sluiten.
Hamas wou dat verhinderen.
Het antwoord van Israël was buiten proportie: alles werd
verwoest, ook moskeeën, kerken, ziekenhuizen, scholen,
woontorens, winkelcentra. En ook de Watan Tower, waarin de
internet providers zaten, zodat journalisten hun werk nog maar
moeilijk konden verrichten. De schrijver vraagt zich af: “Wat
wil Israël eigenlijk? Hamas verslaan, de 242 gegijzelden redden
of heel Gaza vernietigen.” (p. 24?
Hij legt dan uit dat Gaza tot 1918 bij het Ottomaanse rijk
hoorde, dan Brits, in 1945 Egyptisch (in feite in 1948), van
1967 tot 2005 Israëlisch, dan Palestijns. Gaza is heel klein en
70% van de 2,3 miljoen inwoners stammen af van vluchtelingen uit
1948,die eerst in acht kampen woonden die nadien uitgroeiden tot
steden. De Oslo-akkoorden van 1993 gaven hoop, maar ze werden
gedwarsboomd door Hamas (°1987) en door Islamitische Jihad
(°1981)(p. 27).
De UNRWA (de organisatie van de Verenigde Naties voor hulp aan
Palestijnse vluchtelingen) heeft of had in Gaza o.a. 183 scholen
met 9.443 leerkrachten en 22 klinieken met 1.000 artsen. Met
13.000 medewerkers is ze de grootste werkgever (p. 30).
Door de bombardementen stroomden de scholen vol: soms tot 7.000
vluchtelingen in één school. Israël veroorzaakte gebrek aan
brandstof, water, elektriciteit, voedsel. Het weinige water is
dan nog vervuild (p. 31-34). Iedereen krijgt slechts 1,5 liter
per dag om te drinken, zich te wassen en naar de wc te gaan (p.
41). Er vallen zoveel doden dat de begraafplaatsen overvol zijn.
Artsen en verplegers werken twintig uur per dag en slapen vier
uur in het ziekenhuis (p. 44).De orthodoxe Sint-Porphyriuskerk
uit de 5de eeuw, de oudste van Gaza, is ook gebombardeerd in
oktober 2023 en juli 2024 en deels verwoest: er vielen 18 doden
onder de 400 gelovigen. Een christelijk ziekenhuis, dat geen
Hamasstrijders toeliet, is gebombardeerd door een mislukte raket
van Hamas, met tientallen doden (p. 47-48). Overal liggen bergen
afval omdat de vuilniswagens geen brandstof meer hebben. Ratten,
kakkerlakken en kraaien onteren de rottende lijken (p. 48).
Israël laat veel te weinig vrachtwagens met hulpgoederen binnen:
voor de oorlog waren dat er 450 per dag, nu ca. 20 (p. 52). Het
aantal weeskinderen is niet te tellen. Elk ziekenhuis heeft een
weeshuis voor de kinderen van overledenen. Aanslagen op
journalisten zijn dagelijkse kost en soms schakelt Israël het
internet en de telecom enkele dagen uit, zodat ook de
hulpdiensten niet verwittigd kunnen worden (p. 64).
De Gazanen zijn conservatiever dan de Palestijnen op de
Westoever. Hun strenge soennitische religie verbiedt vrije
omgang tussen jongens en meisjes. Alle huwelijken worden
gearrangeerd. En de vrouwen vallen volledig onder het gezag van
de mannen (p. 80 + p. 100). Minstens 50.000 vrouwen zijn zwanger
en weten niet waar ze kunnen bevallen en hoe ze hun baby eten
zullen geven. De zwarte markt floreert: benzine kost 14 tot 50 $
per liter en ook vele levensmiddelen kosten vijf keer zoveel als
in West-Europa. De auteur hoopt dat Gaza een nieuwe regering zal
krijgen zonder Hamas en beweert dat de meesten dat willen (p.
95-96).
In Rafah wonen normaal 200.000 mensen. Nu zijn er 1,5 miljoen
vluchtelingen bijgekomen. Er zijn dus tekorten aan alles. En er
is geen enkele privacy meer: iedereen ziet alles, ook de
bevallingen. Mensen worden agressief omdat ze geen uitweg meer
zien en ze bestormen de vrachtwagens met hulpgoederen. In Gaza
wonen slechts 600 christenen tussen de 2,3 miljoen moslims, maar
met Kerstmis gaan ook een paar duizend moslims naar de viering
in de Sint-Porphyriuskerk (p. 120).
Met Nieuwjaar wensen de inwoners mekaar toe dat ze het jaar
zullen overleven.
In januari 2024 diende Zuid-Afrika, niet de Arabische
geloofsbroeders, een aanklacht in voor genocide. In principe
moet Netanyahu voor het Gerechtshof in Den Haag verschijnen,
maar niemand pakt hem op. Israël straft collectief voor de
gruweldaden van een beperkt aantal Hamas-strijders, het treft
vooral kinderen en moeders en laat maar 5% van het voedsel
binnen (p. 129-131).
Door een bombardement heeft Israël alle geboorte- en
overlijdensaktes weggevaagd: de Gazanen hebben geen bewijs meer
van hun bestaan. Ook het kadaster is verwoest: bewijs dan maar
dat een stuk grond of een huis jouw bezit is als er straks weer
kolonisten opduiken (p. 135).
De Gazanen vervloeken niet enkel Israël, maar ook Hamas: hun
militieleden stelen het voedsel en de medicijnen en verkopen ze
op de zwarte markt. En ze houden elke vrede tegen (p. 137-153 en
168).
Wanhopige Gazanen demonstreren: “Wij sterven van de honger. Weg
met Hamas!” (p. 137-153 en 168).
Israël heeft twaalf werknemers van de UNRWA beschuldigd van
deelname aan de aanval van 7 oktober, zonder hun namen te
noemen. Het gevolg is dat een aantal landen de UNRWA niet meer
sponsort. Maar die UNRWA is onmisbaar: minstens 1,5 miljoen
Gazanen zijn werkloos en overleven enkel dankzij de UNRWA (p.
141).
Jeugdbendes zijn iets nieuws: de politiebureaus zijn verwoest en
zij kunnen straffeloos geld opeisen. In Rafah plunderen
gewapende bendes de verlaten huizen. En de chauffeurs van de
vrachtwagens met hulpgoederen zijn bang van hen (p. 161-164).
Gaza verlaten is niet onmogelijk: reisbureau Hala regelt een
Egyptisch visum en de reis naar Caïro voor de astronomische
bedragen van 5.000 $ per volwassene en 2.500 $ per kind. Voor de
oorlog was dat 350 $. Als de grenzen zouden opengaan, zou de
helft van de bevolking meteen vertrekken.
De auteur laat eerst zijn beide dochters vertrekken naar Caïro
en vandaar naar Amsterdam. Geen van hen is ooit in Europa
geweest. Daar kunnen ze voor het eerst in vijf maanden in een
fris bed slapen, warm douchen en schone kleren aantrekken (p.
165-166 en 190).
Ondertussen heeft Israël de mooie stad Khan Younis volledig
verwoest en in Rafah vreest men hetzelfde. De Hamas-leiders
hebben Gaza verlaten, de bevolking betoogt: “Ze hebben de oorlog
uitgelokt en nu laten ze ons in de steek!” (p.. 198).
In april 2024 verhuist al-Ajrami naar Caïro. Zijn appartement in
Gaza is verwoest. De huissleutel die hij mee heeft, zal geen
deur meer openen. In Caïro wil hij een nieuw leven beginnen, na
57 jaar in een bezet land (p. 218-220). Jammer dat hij niets
vertelt over de duizenden andere Gazanen in Caïro en hoe ze daar
overleven.
Beoordeling
Wie dit aangrijpend dagboek leest, beleeft het dagelijkse leven
tijdens de Gaza-oorlog opnieuw, bijna dag op dag, van oktober
2023 tot april 2024. Het Israëlische leger heeft de Gazastrook
van noord naar zuid systematisch verwoest, zonder enig respect
voor moskeeën, kerkhoven, scholen, ziekenhuizen. De 1,5 miljoen
vluchtelingen lijden honger en ’s nachts bittere koude in deze
hel op aarde.
Enkele opmerkingen: op p. 10 staat een veel te klein kaartje
waarop tal van plaatsnamen ontbreken. Voor de rest is het enkel
tekst, geen enkele foto of tabel en ook geen precieze cijfers
over de beperkte oppervlakte (bruto 40 x 10 km) en de beperkte
economie.
In dit dagboek zijn Ismaïl Hanieh en Yahya Sinwar nog leiders
van Hamas. Ze zijn gedood door Israël in juli / oktober 2024.
De schrijver zegt dat Israël in 1967 zijn territorium vergrootte
van 21.000 km² naar 102.000 km², maar hij vertelt er niet bij
dat dit tijdelijk was: in 1982 gaf het de Sinaï (60.000 km²)
terug aan Egypte en in 2005 Gaza (400 km²) aan de Palestijnen,
zodat het nu nog 21.937 km² telt. Op p. 121 staat één zetfoutje:
nglicaanse i.p.v. Anglicaanse.
© Jef Abbeel, maart 2025
www.jefabbeel.be