Michail Sjisjkin (2024). Mijn Rusland. Oorlog of vrede?
Uitgeverij Querido, Amsterdam/L&M, Antwerpen, 2024. Vertaling
van ‘Frieden oder Krieg’, door Jan Sietsma. Paperback, 240
pagina’s, noten. ISBN 978-90-214-8965-0; € 24,99.
Mijn Rusland. Oorlog of vrede?
Sjisjkin (°1961) is de zoon van een Russische vader en een
Oekraïense moeder. Hij is dissident en is volgens velen de
belangrijkste hedendaagse Russische schrijver . In 1995 week hij
uit naar Zwitserland. Hij begint dit boek met: “Het is pijnlijk
een Rus te zijn.” (p.7).
Inhoud
Mijn Rusland. Oorlog of vrede?
Hij
betreurt de Russische inval in Oekraïne, waardoor in het oosten
en zuiden Russischtalige steden met hun bevolking zijn
weggevaagd, “de Russische taal veranderd is in de taal van
monsterlijke oorlogsmisdadigers en moordenaars.” (p. 7). Er is
ook een ander Rusland, dat van pijn en verdriet, dat de
Oekraïners om vergeving vraagt. Hij vindt dat de Russen massaal
schuld moeten bekennen voor hun misdaden en Poetin moeten
afdanken (p. 11-13). Hij somt leugens van Poetin op: geen
Russische soldaten op de Krim, geen Russen in Oost-Oekraïne,
geen vliegtuig neergeschoten. Vele Russen weten dat dit leugens
zijn, Westerse politici weten dat ook, maar beiden zwijgen tegen
Poetin (p. 18-19).
De toon is gezet.
Sjisjkin overloopt dan de geschiedenis van Kiev Roes. Hij
beweert dat de Slavische taal, die in de kerken gebruikt werd,
nooit het niveau haalde van het Latijn, dat eeuwenlang de taal
was van de wetenschappen, de geneeskunde en het recht én de
lingua franca van de intellectuelen. Door de orthodoxe
godsdienst sloot Rusland zich af van Europa (p. 41).
In de Mongoolse tijd (1242–ca. 1500) inden de Russische vorsten
de belastingen en gedroegen ze zich al als heersers: het
Tataarse juk was Russisch. Zelfs Aleksandr Nevski koos in 1257
de kant van de wrede Mongolen tegen de Russen. Bij duizenden
werd de neus afgesneden en de ogen uitgestoken. Toch werd hij
heilig verklaard. Moskou werd de hoofdstad van Rusland en van de
orthodoxie.
Peter de Grote moderniseerde zijn land, maar wou het niet
europeaniseren. Catharina de Grote was voor de Verlichting, maar
ze vervolgde de critici en scherpte de censuur aan. Alexander II
schafte de lijfeigenschap af, maar gaf hun geen gronden. In 1905
kreeg Rusland een grondwet en een parlement. In februari 1917
werd Rusland even het meest democratische land ter wereld met
o.a. vrouwenkiesrecht (p 45). Maar de oorlog en de
Oktoberrevolutie maakten een einde aan de jonge democratie. En
Oekraïne dat zijn onafhankelijkheid had uitgeroepen, werd
heroverd door Trotski, zelf een Oekraïense jood. Er volgde
terreur en dictatuur tot 1985, waarbij niet enkel de elite werd
uitgemoord, maar ook miljoenen boeren. Stalin sloot het land
opnieuw af van de buitenwereld. Na 1945 werden ook de
Oost-Europeanen bij de SU gevoegd. Ze moesten allemaal Russisch
leren. De Hongaarse opstand van 1956, de zeldzame staking van
1962 en de Praagse Lente van 1968 werden neergeslagen. In 1964
werden kunstmatige tekorten geschapen in de winkels tot na de
afzetting van Chroesjtsjov: dan waren er weer genoeg
levensmiddelen beschikbaar. De videocassettes die uit het Westen
binnengesmokkeld werden, toonden de arme Sovjet-bevolking
hoezeer zij belogen werd. En toen de lijkkisten uit Afghanistan
binnenkwamen, werd het verboden de plaats van overlijden op het
graf te zetten (p. 59).
Onder Andropov werd de moeder van Sjisjkin ontslagen als
directrice van een school, omdat ze een avond ter nagedachtenis
van zanger Vysotski had toegestaan. En Sjisjkins broer vloog
naar een strafkamp wegens het bezit van boeken en video’s.
Tijdens Gorbatsjov mocht hij terugkeren.
Op 19 augustus 1991 maakte de auteur de staatsgreep mee. Toen
die mislukte, zei hij vol optimisme aan de Duitse tv: “Ik ben
gelukkig dat mijn zoon van drie zal opgroeien in een vrij en
democratisch Rusland.” (p. 67). Maar toen brak een nieuwe ‘Tijd
der Troebelen’ aan: iedere Rus kreeg een
voucher/privatiseringscheque, die zogezegd twee auto’s of 10.000
roebel waard was, maar waarvoor ze al snel slechts twee flessen
wodka kregen (p. 69). Door de shocktherapie van Anatoli
Tsjoebais en Jegor Gaidar kwam alle eigendom in handen van een
kleine groep communisten, die veranderden in kapitalisten. De
bodemschatten verkochten ze aan het buitenland, de miljarden
zetten ze op Zwitserse banken. De hervormingen werden in het
Westen geprezen, maar in Rusland fel gehaat: de hyperinflatie
deed de lonen en pensioenen verdampen (p. 75).
In september 1993 ontbond Jeltsin het parlement, dat zich
verzette tegen de shocktherapie en de armoede. Het ontaardde in
dodelijke gevechten op straat en de bestorming van het
parlement. Het aantal doden wordt niet vermeld. Het woord
‘democratie’ werd een scheldwoord. De oorlog tegen het afvallige
Tsjetsjenië duurde twee jaar (1991-1993), eiste honderdduizenden
doden en eindigde met de Russische nederlaag!
In augustus 1999 werd Poetin premier. De FSB (Russische Federale
Veiligheidsdienst) schrikte Rusland op met bomaanslagen, waarbij
293 mensen omkwamen. De daders werden betrapt met explosieven in
een kelder, maar de overheid beweerde dat het oefeningen waren.
Tsjetsjeense terroristen kregen de schuld.
Aleksandr Litvinenko, ex-geheim agent, schreef ‘Blowing Up
Russia: Terror from Within’. Gevolg: hij werd in 2006 in Londen
vergiftigd door de FSB (p. 125).
Poetin lanceerde dan als ‘redder des vaderlands’ de Tweede
Tsjetsjeense oorlog. Hierbij vielen 200.000 doden. Een politicus
en een journalist die een onderzoek eisten, werden vermoord (p.
84-85).
Poetin beloofde orde en grootsheid. De ‘Tijd der Troebelen’,
waarin Rusland door het Westen was vernederd, was voorbij:
Rusland was “uit zijn knieën opgestaan.” De voorzitter van de
Doema zei: “Poetin is Rusland. Er is geen Rusland zonder
Poetin.” Zelfs de stijging van de olieprijzen werd toegeschreven
aan zijn door God gezegende macht (p. 88).
De FSB levert bijna alle leidinggevende posten en is uitgegroeid
tot de trots van de natie. De honderdste verjaardag werd groots
gevierd (p. 89). De oligarchen en de critici werden en worden
ongenadig uitgeschakeld in binnen- en buitenland. Tijdens Poetin
hebben miljoenen het land verlaten, vooral ingenieurs,
wetenschappers, IT’ers.
In 2011 vond een ‘witte revolutie’ plaats tegen de vervalste
parlementsverkiezingen. De betogers droegen witte linten als
teken van geweldloos protest. Ze werden met geweld
uiteengedreven.
In 2014 hechtte Poetin de Krim aan. Dat leidde in Rusland tot
hysterisch gejubel: “de Krim is van ons, Novorossia/Nieuw
Rusland moet ook heroverd worden.” Hiermee werd bedoeld tien
gebieden in Oost- en Zuid-Oekraïne (p. 104-105)! Tot nu toe zijn
er slechts twee (grotendeels) heroverd.
Sjisjkin betreurt dat de Russische media Europa en Oekraïne
systematisch voorstellen als fascistisch, iets waartegen de
Russen zich moeten beschermen. Het regime voert al sinds 2013
een hybride oorlog om het Westen te destabiliseren met
cyberaanvallen, desinformatie, intimidatie en chantage. Misdaden
blijven onbestraft, ook al verongelukken er 298 passagiers of
sneuvelen er honderdduizenden in Oekraïne. Hij onderschat wel de
sancties die er sinds 2022 zijn gekomen
Hij vertelt ook over het begrip ‘Russische ziel’, dat in de 17de
eeuw bedacht werd door de Duitser Adam Olearius. Vasili Grossman
beweerde in 1961 dat de mystiek van de Russische ziel geschapen
is door duizend jaar slavernij. Sjisjkin constateert dat slechts
een klein aantal Russen klaar is voor democratie en rechtstaat,
zij protesteerden in 2012 met honderdduizenden tijdens de
inauguratieceremonie, maar de grote meerderheid knielt voor de
willekeur van de president (p. 113-137). 75% is nog nooit buiten
de vroegere SU geweest, ze willen stabiliteit en ze passen zich
aan. Zijn overgrootvader verzette zich in 1930 tegen het
afpakken van zijn enige koe. Hij stierf in Siberië. De andere
boeren zwegen en overleefden.
De Mongoolse overheersing veroorzaakte het verlies van
menselijke waardigheid: onderdanigheid werd een eigenschap van
de Russische ziel. De bolsjewieken roeiden vele ‘Russische
Europeanen’ uit, ze verwoestten hun landgoed en hun bibliotheek.
Stalin herhaalde dat tijdens zijn grote zuiveringen.
Aanpassen zoals componist Prokofjev deed, was het middel om te
overleven. Lastercampagnes tegen Boris Pasternak (1958), Joseph
Brodsky (1964) en Aleksandr Solzjenitsyn (1969) werden door de
andere schrijvers goedgekeurd (p. 169-170).
De vader van de Russische ruimtevaart, de Oekraïner Sergej
Koroljov, zat zeven jaar in de Goelag (1938-1945), waar zijn
tanden uitgeslagen waren en zijn onderkaak gebroken. Zijn naam
was taboe tot zijn dood in 1966. Sjisjkin suggereert hier ook
dat de Kalasjnikov uitgevonden is door de in 1946
gevangengenomen Duitse wapenontwerper Hugo Schmeisser (p. 147).
Hij betreurt dat de rechtspraak niet werkt: je moet de rechters
omkopen om je zaak te winnen (p. 150).
Behalve bij de wrede ontgroeningen, speelt het leger een
beschavende rol: sommige soldaten zien voor het eerst een
toiletbril, tandenborstel, drie maaltijden per dag.
Na de oorlog werden alle Joodse topfiguren vervolgd, enkel uit
antisemitisme. De gegevens over de krijgsgevangenen werden
geheim gehouden tot 1985. Pas toen vernam de auteur dat zijn
grootvader geëxecuteerd was. Op school leert men dat de Russen
de meeste talenten hebben, maar geen enkel Russisch bedrijf
prijst zijn producten aan als ‘echte Russische kwaliteit’. De
Russen zijn nog wel trots op de Dag van de Overwinning, 9 mei
1945. Helaas is dat nu een dag van patriottisme en
wapengekletter tegen de ‘Oekraïense fascisten’ en geen dag meer
van ‘Nooit meer oorlog’ (p. 183).
De destalinisatie ging niet gepaard met een schuldbekentenis
noch met een Neurenberg-proces voor de uitvoerders van de
terreur. Rusland heeft zich nooit verontschuldigd voor de
Holodomor noch voor de onderdrukking van de Oostbloklanden (p.
199).
Sjisjkin klaagt ook aan dat de natuur al decennia vernietigd
wordt. Eco-activisten belanden in de gevangenis of in gedwongen
ballingschap. De medische zorg is een ramp: een arts verdient
twee euro per uur, minder dan een kassierster in een McDonalds.
Sinds juni 2022 hebben die 850 vestigingen wel een andere
eigenaar (Aleksandr Govor) en andere naam: Вкусно и
Точка/Vkoesno i Totsjka: Lekker en Punt uit. 25% van de mannen
sterft voor hun 55ste, vooral door wodka en door zelfmoord.
De auteur wijt dit aan de depressieve toestand, de onmacht, het
gevoel rechteloos te zijn (p. 195).
Hij beweert ook dat de technische achterstand niet meer in te
halen is. Dat klopt gedeeltelijk: Rusland heeft de overhand in
de oorlog tegen Oekraïne dankzij China, dat voor alles zorgt en
Rusland nu koloniseert.
Sjisjkin beweert ook dat de jeugd geen TV meer kijkt en dus niet
geïndoctrineerd is, zelfvertrouwen heeft en optimist is. Ik
vrees dat dit een minderheid is en dat die sinds de oorlog met
tienduizenden gevlucht zijn naar Turkije, Armenië, Georgië,
Oezbekistan, Kazachstan, Finland en andere buurlanden. Sinds de
inval zijn ook al 14.000 mensen in de cel beland.
Hij denkt dat Rusland uiteen zal vallen doordat regio’s en
volken zich los zullen maken. Ik vraag me dan af welke regio’s
of volken dit zullen wagen. Hij zegt dat Dozjd-TV en Echo Moskvy
de betogingen en afranselingen live weergeven. Maar sinds maart
2022 zijn die zender en die krant uit Rusland verbannen wegens
hun correcte berichtgeving over de oorlog. En vanuit Amsterdam
kunnen ze dat niet.
In zijn slotwoord prijst hij de Oekraïners en Navalny voor hun
inzet voor Europese waarden, hij zegt dat Europa te laat de kant
van Oekraïne koos, maar dat het nu wel aan de goede kant staat.
Beoordeling
Sjisjkin kent zijn Rusland zeer goed, ook het dagelijks leven,
hij is zeer belezen, kent alle Russische schrijvers en
filosofen, hij doorgrondt heel de propaganda- en
desinformatie-machine, hij spreekt ook duidelijke taal, maar hij
is wel heel pessimistisch. Hij begrijpt niet dat Poetin zoveel
aanhangers heeft, bijvoorbeeld in India en Latijns-Amerika: hij
is daar de held die de imperialistische VS op zijn plaats heeft
gezet met zijn de aanhechting van de Krim en de oorlog tegen
Oekraïne. Zijn supporters zien blijkbaar niet dat hij daarbij
steden laat bombarderen, miljoenen mensen in de kou zet, 20.000
kinderen liet ontvoeren.
De oorspronkelijke druk van 2022 is helaas niet bijgewerkt.
Sjisjkin beweert nog dat er geen sancties zijn en dat het
loskoppelen van SWIFT nooit zal gebeuren (p. 137). Sinds 2022 is
dat wel zo. Er staan veel plaatsnamen in, maar een kaart
ontbreekt. De auteur gaat er ook van uit dat de lezer alles
schrijvers kent die hij citeert. Ik vond één taalfoutje:
‘riekte’ (p. 54) i.p.v. rook. Globaal gezien is het een
scherpzinnig betoog over de mentaliteit van de meeste Russen en
hun traditie van onderdrukt te zijn.
©Jef Abbeel
www.jefabbeel.be januari
2026




