Beatrice de Graaf en Niels Drost (2026). Poetins tsaristische
droom.
Geschiedenis als wapen in de Russische politiek. Uitgeverij
Prometheus, Amsterdam/L&M, Antwerpen, april 2026. Paperback, 268
pagina’s, tabellen, lijsten met codewoorden en zoektermen,
noten, register.
ISBN 978-90-446-5845-3; € 22,99.
Poetins tsaristische droom.
Geschiedenis als wapen in de Russische politiek
De auteurs onderzochten 11.693 toespraken,
persconferenties en interviews van Poetin en ze tonen aan dat
hij sinds het jaar 2000 geleidelijk radicaliseerde. Toen hij het
gevoel kreeg dat Europa hem niet respecteerde, verklaarde hij de
oorlog aan het Westen. Hierbij misbruikte hij de geschiedenis en
de orthodoxe kerk.
Inhoud
Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek
De
auteurs proberen te achterhalen waarom hij droomt van een Groot
Russisch Rijk en waarom hij daarvoor honderdduizenden Russen,
Oekraïners en anderen de dood injaagt.
Hij vertrekt daarbij van het idee van Russische superioriteit,
van heilsgeschiedenis en van de speciale missie als ‘Derde Rome’
om de historische randgebieden weer in te lijven bij dat Rijk.
Zijn radicalisering drijft hem naar geweld, kleptocratische
zelfverrijking en antidemocratische methodes om vermeende
vijanden zoals Anna Politkovskaja, Boris Nemtsov en Aleksej
Navalny uit te schakelen. Met zijn hybride oorlogsvoering
teistert hij ook Europa.
De auteurs geven een beknopte biografie van Poetin en noemen de
val van de Muur een scharnierpunt. Toen hij op 9 augustus 1999
onverwacht premier werd, was hij de vijfde in korte tijd en leek
ook hij een overgangsfiguur te worden. Maar in september 1999
trad hij meedogenloos op tegen Tsjetsjeense terroristen: Grozny
werd verwoest. In Rusland viel dat in de smaak: Poetins
populariteit steeg van 31 naar 80%. Op 31 december 1999 werd hij
door Jeltsin aangeduid als nieuwe president en in maart 2000 won
hij de verkiezingen met 53%.
Al in 1994 had hij tegen de Duitse consul-generaal in
Sint-Petersburg gezegd dat de Krim, oostelijk Oekraïne en
noordelijk Kazachstan altijd deel zullen uitmaken van het
Russische territorium (p. 36). De invallen van 2014 en 2022
waren dus al voorspeld.
In 2000 werden de vlag en de tweekoppige adelaar uit de
tsarentijd in ere hersteld, net zoals de drie principes
orthodoxie, autocratie en nationalisme, die al in 1833 waren
vooropgesteld door Sergej Oevarov, toen Minister van Onderwijs
(p. 41). Op p. 74 zeggen ze dat Rusland die vlag al in 1991 weer
had ingevoerd. De auteurs leggen daar ook de betekenis uit.
In september 2001sprak Poetin het Duitse parlement toe en stelde
hij zoals Gorbatsjov een Gemeenschappelijk Europees huis voor en
een veiligheidsstructuur voor een verenigd Europa van Lissabon
tot Vladivostok. Hij wou dat Rusland gelijkwaardig lid werd van
de NAVO. Er kwam niets van in huis. De historische figuren die
hij bewonderde waren pro-Europees: Peter de Grote, Catharina de
Grote, Alexander I. Zij hadden het rijk uitgebreid en Alexander
I had zelfs de Fransen vergeven voor de verwoestingen van
Napoleon. In 2003 organiseerde Poetin een EU-Rusland-top in
Sint-Petersburg. En hij noemde graag de historische banden met
de VS: in beide wereldoorlogen waren zij bondgenoten en in 1776
had tsarina Catharina geweigerd de Amerikaanse rebellie tegen de
Engelsen mee te onderdrukken.
De uitbreidingen van de NAVO en van de EU betekenden verlies van
status voor Rusland, dat niet uitgenodigd werd.
Vanaf 2003 braken kleurenrevoluties uit in de buurlanden
Georgië, Oekraïne, Kirgizië, Moldavië. Poetin zag die landen als
zijn achtertuin en als een nog grotere bedreiging dan de EU en
de NAVO. Een democratisering van Oekraïne was Poetins angstdroom
: dat zou overslaan op Rusland. Poetin zag elke revolutie als de
oorzaak van chaos en vernietiging, ook die van 1917.
Op de Veiligheidsconferentie van München in 2007 verraste hij
het publiek met zijn aanklachten tegen de NAVO-uitbreiding en
tegen de unipolaire wereld, waarin Rusland slechts een
tweederangsrol had gekregen. Hij citeerde er
NAVO-secretaris-generaal Wörner, die op 17 mei 1990 beloofd had
geen troepen buiten de DDR te plaatsen. Volgens de auteurs heeft
Poetin de woorden van Wörner verdraaid of bewust anders
geïnterpreteerd (p. 69). Maar deze woorden zijn wel blijven
hangen.
In augustus 2008 viel Rusland binnen in Georgië: dat land
behoorde sinds 1784/1800 tot de Russische invloedssfeer, aldus
Poetin en Medvedev.
De auteurs vermelden er niet bij dat Georgië op 5 januari met
77% gestemd had voor NAVO-lidmaatschap en dat het op 7-8
augustus geprobeerd had de door Rusland gesteunde
separatistische regio Zuid-Ossetië te heroveren.
De Arabische Lente van 2011 e.v. en vooral de moord op Khaddafi
brachten Poetin in paniek: het Westen kon dat hem ook aandoen.
Van december 2011 tot mei 2012 protesteerden duizenden Russen
tegen de herverkiezing van Poetin (p. 80).
Tussen november 2013 en februari 2014 kwamen ook de Oekraïners
op straat tegen Janoekovitsj. Hij liet ruim duizend betogers
doodschieten. Het Oekraïense parlement zette hem af op 22
februari, hij vluchtte hij naar Rusland, dat op 27 februari 2014
de Krim bezette (p. 86).
De inname was in strijd met het Memorandum van Boedapest van
1994, waarin Rusland, de VS en het Verenigd Koninkrijk beloofd
hadden de grenzen van Oekraïne te respecteren in ruil voor de
overdracht van de kernwapens. Duizenden Russen protesteerden
tegen de aanhechting. In maart-april 2014 volgde de bezetting
van delen van de Donbas: de Oekraïense overheid was niet
opgewassen tegen de opstandelingen, die de hulp kregen van
Russische troepen. Ze riepen de Volksrepubliek Donetsk uit en
daarna de Volksrepubliek Loegansk. Deze oorlog duurde acht jaar
en kostte het leven aan 14.000 mensen. De inwoners werden
gerussificeerd.
In juli 2021 publiceerde Poetin een essay : ‘Over de historische
eenheid van Russen en Oekraïners’ (Об Историческом Единстве
Русских и Украицев) (p. 101) om te bewijzen dat de Oekraïners
bij Rusland horen. Het was een verwijzing naar de volgende
interventie, waarvan de oefeningen al gestart waren in maart
2021. Macron, Merkel e.a. hadden dit niet door.
In november 2021 sloeg de CIA alarm: er was een invasie op
komst. In december 2021 eiste Poetin dat Oekraïne nooit lid zou
worden van de NAVO en dat de NAVO zich moest terugtrekken uit
Oost-Europa (p. 104). De auteurs verwijzen hier naar Mary
Sarotte, die in haar boek ‘Not One Inch’ aantoont dat de claims
van Moskou niet kloppen en dat er geen verdragen zijn
geschonden, wat niet belet dat ook die woorden zijn blijven
hangen.
Poetin doet zich graag voor als gewone Rus, maar hij heeft
zichzelf gepromoot tot tsaar en enorm verrijkt, wat door Navalny
aangetoond werd in 2017-2018 met beelden van zijn paleis van één
miljard euro. Zijn oorlog tegen Oekraïne schrok de wereld
wakker. Hij beweerde dat Oekraïne geen bestaansrecht heeft en
dat hij het terugbrengt in het Russische rijk. Velen in zijn
omgeving waren verrast, zelfs Lavrov. Hij ging het denazificeren
en ‘desataniseren’: het was/is dus een heilige strijd, ook om
ideeën en waarden, die Oekraïne zogezegd had laten vallen.
Militairen worden gelokt met een hoge startpremie van 25.000 à
42.500 euro en maandlonen van 2.700 tot 6.000 euro (p. 135).
Meestal lees ik wel minder hoge lonen: eerder 1.800 à 2.000
euro, wat nog heel veel is voor Russen die zeker in Siberië een
heel laag inkomen hebben. Na een preek van patriarch Kirill op 6
maart 2022 stemden bijna alle orthodoxe priesters in met de
‘heilige oorlog tegen het decadente en satanische Westen’ (p.
136). 300 priesters protesteerden: zij werden gestraft.
De auteurs schatten het aantal slachtoffers na vier jaar oorlog:
325.000 Russische doden en 875.000 gewonden; 100.000 à 140.000
Oekraïense doden en 400.000 à 560.000 gewonden (p. 143). Die
cijfers komen overeen met andere schattingen. Desondanks steunen
73% van de Russen de oorlog en vinden ze dat Rusland die moet
afmaken. Sommigen beweren zelfs dat ze ervan genieten om
‘nazi’s’ te martelen en hun keel door te snijden (p. 145). 18%
of 26 miljoen hebben bezwaren tegen de oorlog. Na drie jaar
oorlog waren er al 20.000 gearresteerd omdat ze tegen de oorlog
waren (p. 146). De meesten blijven er passief bij.
Ondertussen voert Poetin ook een schaduwoorlog tegen het Westen
met drones, cyberaanvallen, desinformatie, sabotage en andere
‘active measures’. Rusland heeft een lange geschiedenis van
inmenging in andere landen en bij de Amerikaanse
presidentsverkiezingen van 2016 waren 5,6% van de betaalde
advertenties op Facebook van Russische bronnen bedoeld om de
democratie te ontwrichten en Hillary Clinton zwart te maken (p.
167-168). Na het neerschieten van vlucht MH17 op 17 juli 2014
begon Moskou meteen desinformatie te verspreiden in Nederland,
waar ook professoren intrapten. De Nederlandse import en export
ging gewoon verder. De auteurs vergeten nog dat Nederlandse
firma’s de betwiste Krimbrug bouwden. En in 2016 kantte Rusland
zich met desinformatie tegen het associatieverdrag van de EU met
Oekraïne. Door ideologische blindheid ziet een deel van het
Westen de dreiging niet of te weinig in en is het aantal
Russisch-gezinde politieke partijen toegenomen in de EU, zowel
ultrarechts als ultralinks.
In het laatste hoofdstuk vragen de auteurs zich af wat de
verhalen van Poetin omtrent zijn tsaristische droom en het
heilige Rusland betekenen voor het verdere verloop van zijn
radicaliseringsproces en dat van de Russische bevolking. Zijn
slijtageoorlog tegen Oekraïne verloopt zo traag dat hij pas in
2030 heel Donetsk, Loegansk, Cherson en Zaporidzja in handen zal
hebben en meer dan 100 jaar nodig zal hebben om heel Oekraïne te
bezetten.
Zijn project kan dus ook mislukken, er kan een interne
instorting van het regime plaatsvinden, maar het meest
waarschijnlijke is een bevroren front zoals in Korea (p. 186).
De stagnatie kan enkel doorbroken worden als Kyiv en het Westen
met Poetin gaan onderhandelen, maar dan moet deze ook willen. En
dat kan enkel als Kyiv met Europese steun militaire druk blijft
uitoefenen op Rusland.
In de bijlagen leggen de auteurs hun onderzoeksmethodes uit, ze
geven ook een lijst met zgn. codewoorden, zoektermen, vele noten
en een personenregister.
Beoordeling
De auteurs hebben hun werk zeer grondig aangepakt. Ze zijn heel
kritisch voor Poetin en al zijn plannen. Ze gebruiken voor hun
betoog heel veel originele, Russische bronnen. Hun boek is soms
erg theoretisch en vooral geschikt voor een geschoold publiek.
Enkele opmerkingen: een kaart van Rusland, Oekraïne en Georgië
ontbreekt. Niet iedereen weet waar Georgiejevsk, Tatarstan,
Toeva, … liggen. De laatste dag van de 20ste eeuw is niet 31
december 1999, zoals beweerd wordt op p. 32, 33 en 229, maar 31
december 2000.Het nieuwe millennium begon pas op 1 januari 2001.
Bij Henk Sneevliet (p. 163) staat wel dat hij de Communistische
Partij van Nederlands-Indië oprichtte in 1920, maar die van
China (1921) ontbreekt.
© Jef Abbeel, april 2026
www.jefabbeel.be




