Helga Salemon (2026). Poetins Rusland in vijf moorden. Een
politiek-criminele biografie.
Uitgeverij Pegasus, Amsterdam/Mythras Books, Antwerpen, mei
2026. Paperback, 228 pagina’s, foto’s, bronnen. ISBN
978-90-614-3520-4; € 23,50.
Poetins Rusland in vijf moorden. Een politiek-criminele
biografie
De schrijfster is Rusland-deskundige bij het ‘Den Haag centrum
voor Strategische Studies’. Ze analyseert hier vijf van de
talrijke personen die tijdens Poetin van de aardbol verdwenen.
Als men rekening zou houden met wie uit het raam viel, komen we
aan tientallen.
Inhoud
Poetins Rusland in vijf moorden. Een politiek-criminele biografie
De auteur begint met een korte biografie van Poetin. Al in 1993
verklaarde hij dat hij de voorkeur gaf aan een
Pinochet-dictatuur in Rusland. In 1998 benoemde Jeltsin hem tot
hoofd van de geheime dienst FSB. In 2000 werd ex-burgemeester
Sobtsjak dood gevonden in Kaliningrad. Toen waren er al
geruchten dat Poetin erachter zat.
Het eerste slachtoffer van wie we zeker zijn, was Anna
Politkovskaja. Zij werd vermoord op 7 oktober 2006, de 54ste
verjaardag van Poetin. De schrijfster kadert de moord in de
houding van Politkovskaja tegenover Tsjetsjenië. In september
1999 werden in Moskou twee woongebouwen opgeblazen met 250 doden
en 200 gewonden als gevolg. Volgens ex-spion Litvinenko had
Poetin de opdracht gegeven en was hij de Tweede Tsjetsjeense
Oorlog begonnen om de hoogste macht te veroveren. Politkovskaja
klaagde Poetins corruptie aan en zijn oorlog tegen Tsjetsjenië
in haar boek ‘Poetins Rusland’ (2005). Bij de dodelijke
aanslagen van Tsjetsjeense terroristen in 2002
(Doebrovka-theater) en 2004 (Beslan- school) wou zij telkens
bemiddelen. In 2004 werd zij al eens vergiftigd door
FSB-agenten, net zoals haar collega Joeri Sjtsjekoptsjichin in
2003 met gif vermoord was. In 2006 werd Politkovskaja vermoord.
In 2007 werden de Tsjetsjeense moordenaars geïdentificeerd: de
broers Machmoedov. Pas in 2014 werden vijf betrokkenen
veroordeeld tot langdurig strafkamp. Maar de echte opdrachtgever
wou men niet vinden.
Haar opvolgster als onderzoeksjournalist bij de Novaja Gazeta,
Jelena Milasjina, werd in 2023 in Tsjetsjenië zwaar mishandeld,
kaal geschoren, met groene verf ingesmeerd en in elkaar geslagen
door bewapende mannen.
Twee maanden na Politkovskaja was ex-geheim agent Aleksandr
Litvinenko het volgende dodelijk slachtoffer. Bij de dragers van
zijn lijkkist in Londen hoorde oligarch Boris Berezovski, die in
1996 samen met zes andere multimiljardairs 50% van de Russische
economie bezat (p. 61). Eind 1997 moest Litvinenko Berezovski
liquideren. Maar in 2000 vluchtten beiden naar Londen. Ook daar
werden ze achtervolgd door de FSB, die op 1 november 2006
Litvinenko vergiftigde met radioactief polonnium-210,
atoomkogels die de menselijke cellen doden. Op 23 november 2006
stierf hij.
Dit was zijn straf voor zijn overlopen, voor zijn boek uit 2001:
‘Blowing up Russia’/‘De FSB blaast Rusland op’ en voor zijn
uitspraak dat Poetin schuldig was aan de moord op Politkovskaja.
De Britse autoriteiten vroegen tegen de zin van premier Tony
Blair om de uitlevering van de vermoedelijke daders Andrej
Loegovoj en Dmitri Kovtoen. Maar Moskou weigert eigen burgers
uit te leveren, net zoals in 2014 bij het neerhalen van de MH17.
Meer nog: Loegovoj kreeg van Poetin een onderscheiding en van de
LDPR een plaats in de Doema. Pas in 2014 kwam er in Engeland een
openbaar onderzoek. Dat concludeerde dat het Poetin-regime
verantwoordelijk was voor de moord: Rusland was het enige land
waar polonium gefabriceerd werd (p. 95).
Na deze moord volgde nog een poging om ex-spion Sergei Skripal
en zijn dochter in Salisbury te vermoorden met novitsjok. En in
maart 2013 hing Berezovski met een strop in zijn badkamer: het
is onduidelijk of het moord of zelfmoord was. De meeste Russen
denken dat Litvinenko door Russen is vermoord, maar … dat hij
dit verdiend had (p. 96-97).
Nummer 3 is Sergej Magnitski. Als fiscaal jurist was hij een
gevaar voor de autoriteiten: hij had een grote
belastingverduistering van 230 miljoen dollar bekend gemaakt. De
ontduikers waren twee hoge politieofficieren, Karpov en
Koeznetsov en vooral minister van defensie Serdjoekov. Deze werd
in 2012, na een tweede corruptieschandaal, wel ontslagen, maar
hij werd niet vervolgd en bleef lid van de Veiligheidsraad en
behield hoge functies met privileges. Magnitski werd op 24
november 2008 thuis aangehouden door Koeznetsov. Die draaide de
beschuldiging om: nu werd Magnitski beschuldigd van
belastingverduistering. Hij moest al zijn beschuldigingen tegen
Koeznetsov intrekken, maar dat weigerde hij. Ze stopten hem dan
in een veel te kleine cel met meer dan 50 gevangenen, van wie de
meesten rookten. Gaan zitten was onmogelijk. Na vijf maanden
kreeg hij een ontsteking van de alvleesklier, maar hij mocht
niet naar een ziekenhuis. Hij stierf op zijn 37ste door gebrek
aan verzorging. Toen hij door hevige buikpijn psychisch verward
was, knuppelden acht bewakers hem dood in een isoleercel (p.
100).
In de VS werd in december 2012 de Magnitski-wet goedgekeurd:
Russische functionarissen, die mensenrechten schenden, komen op
een sanctielijst. Groot-Brittannië en Canada volgden het
Amerikaanse voorbeeld in 2017. De EU liet de lidstaten vrij om
sancties op te leggen. Nederland en Duitsland kozen voor handel
en deelname aan Nord Stream, ook na de annexatie van de Krim (p.
132-133).
Boris Nemtsov is slachtoffer nummer 4. In 2015 werd deze
kroonprins van Jeltsin doodgeschoten wegens zijn protest tegen
Poetins corruptie en tegen zijn aanval op Oost-Oekraïne.
Nemtsov was een Joodse natuurkundige. In 1990 werd hij verkozen
tot parlementslid. Tijdens de staatsgreep van augustus 1991 koos
hij de kant van Jeltsin. Hij werd de meest succesvolle politicus
van de jaren 90. In 1996 bood Jeltsin hem aan om president te
worden, maar hij weigerde helaas. De oligarchen Berezovski en
Goesinki wilden hem ook niet als president of premier en
begonnen in 1997 een lastercampagne tegen hem, waardoor zijn
populariteit daalde. In augustus 1999 benoemde Jeltsin dan
Poetin tot premier. Nemtsov zelf noemde Poetin toen de
‘waardigste presidentskandidaat (p. 153). Ze spraken mekaar aan
met de voornaam en met ‘jij’. In 2002-2003 volgde de breuk:
Nemtsov verzette zich tegen de opsluiting van Chodorkovski.
Poetin zorgde dan dat Nemtsovs partij niet meer op tv mocht
komen en een nederlaag leed bij de verkiezingen.
In 2004 koos Nemtsov de kant van de Oekraïners. Hij werd zelfs
adviseur van president Joesjtsjenko. Maar door zijn verzet tegen
Poetin werd hij een paria bij de elite.
Na zijn dood werden de Tsjetsjeense moordenaars snel gevonden.
Schutter Dadajev beweerde Nemtsov gedood te hebben voor zijn
kritiek op de islamitische terroristen die twaalf medewerkers
van Charlie Hebdo vermoord hadden. Een tweede reden was Nemtsovs
veroordeling van de agressie tegen Oekraïne in 2014 en zijn
uitspraak dat de uitbreiding van de NAVO als reden voor de inval
voor 100 procent gelogen was. In 2017 werden vijf daders
veroordeeld tot 11 à 20 jaar strafkolonie. Organisator Geremejev
ontsnapte naar Dubai. De opdrachtgevers bleven onbekend:
wellicht Kadyrov en Poetin (p. 165).
Prigozjin was minder braaf dan de vorige vier slachtoffers. Op
23 augustus 2023 stortte zijn privévliegtuig neer op 100 km van
Moskou. De tien inzittenden waren allemaal overleden. De
staatstelevisie zei dat de inzittenden schuldig waren aan het
ongeval: ze zouden de vluchtprocedures geschonden hebben. De
slachtoffers werden dus als schuldigen aangewezen, net zoals bij
de velen die uit het raam gegooid werden. Brazilië wilde de
oorzaak van het neerstorten van zijn Embraer onderzoeken, maar
mocht dat niet. De echte oorzaak was een bom onder een vleugel
van het toestel. Geheim agenten zouden die geplaatst hebben in
opdracht van Poetin. Deze had een originele verklaring: de
Wagner-top had zichzelf onder invloed van drugs en alcohol
opgeblazen met handgranaten (p. 173).
Pas nu volgt een korte biografie van de rebel. Zijn geldhonger
deed hem inbreken in auto’s en in appartementen en overvallen
plegen. Daarvoor kreeg hij in 1981 dertien jaar goelag. In 1990
werd hij vervroegd vrijgelaten. Hij begon hotdogs te verkopen en
opende een supermarktketen. En ook chique restaurants, waar hij
Poetin rond 1995 de eerste keer ontmoette en bediende. Vanaf
2000 mocht hij ook de grote staatsbanketten van Poetin verzorgen
en vanaf 2012 werd hij de cateraar van het Russische leger.
Met zijn trollenfabriek verspreidde hij via zes Facebook- en
tien Twitteraccounts veel Kremlinpropaganda en desinformatie. Zo
ondermijnde hij de onafhankelijke Russische media zoals de
Novaja Gazeta. Hij verspreidde ook nepnieuws over de MH-17-ramp.
In 2014 richtte hij zijn huurlingenleger op, waarmee hij optrad
in Oekraïne, Syrië en Afrika. Zijn Wagner-Groep raakte vooral
bekend door de optredens namens het Kremlin in Afrika. Prigozjin
kreeg een deel van de diamanten of van het goud. Russische
journalisten die dat in juli 2018 wilden onderzoeken in de
Centraal-Afrikaanse Republiek, werden daar vermoord (p. 197). In
Oekraïne veroverden de Wagner-troepen in mei 2023 de stad
Bachmoet. Daarna keerde Prigozjin zich tegen minister van
defensie Sjojgoe en stafchef Gerasimov, omdat ze hem te weinig
munitie bezorgden. In juni 2023 werden de Wagner-huurlingen
verplicht in dienst te treden van het ministerie van defensie,
wat hun einde betekende. Prigozjin viel dan Poetin zelf aan door
te zeggen dat hij op 24 februari 2022 gelogen had toen hij
beweerde dat Oekraïne en de NAVO Rusland gingen aanvallen (p.
201). Zo tekende hij zijn doodvonnis. Zijn protestmars van 24
juni 2023 was wellicht bedoeld om Poetin te overhalen om Sjojgoe
en Gerasimov te ontslaan of aan hem over te leveren (p.
201-202).
Voor Poetin was het een schok te zien hoe snel de Russen bereid
waren de volgende dictator te verwelkomen. Hij noemde het
landverraad en zei dat de organisatoren ervoor zouden boeten (p.
202). Hij liet Prigozjin levend verbranden in zijn
privévliegtuig (p. 203).
De schrijfster besluit dat vier van haar vijf voorbeelden zich
ingezet hebben voor de democratie, dat ze daarom vermoord zijn
en dat weinigen in en buiten Rusland daar wakker van lagen.
Het Russische parlement maakte dit mogelijk door wetten goed te
keuren die in strijd zijn met de grondwet, maar waarmee Poetin
zijn tegenstanders als ‘buitenlandse agenten’, ‘vijanden van het
volk’ of als ‘extremisten en terroristen’ kan vervolgen en de
rijkdom van de oligarchen kan afpakken (p. 207). Gevolg: Berlijn
en Vilnius herbergen nu tienduizenden Russische politieke
vluchtelingen. Hun bankrekeningen en bezittingen zijn
geconfisqueerd en ze riskeren hun nationaliteit te verliezen.
Amsterdam is de basis geworden van ‘The Moscow Times’ en van
tv-zender Dozjd.
Beoordeling
De schrijfster onthult met veel details en veel precisie de
gebeurtenissen voor en na elke moord. Haar verslag leest als een
misdaadroman, waar je soms koude rillingen van krijgt. Achteraan
(p. 221-223) staan haar bronnen, o.a. vele Russische, maar in de
tekst verwijst ze er niet naar.
Terloops worden nog een paar andere slachtoffers vernoemd:
mensenrechten-advocaat Stanislav Markelov, de journalisten Joeri
Sjtsjekotsjichin, Anastasia Barboerova en Viktoria Rosjtsjina.
Een volledige lijst van vermoorde en uit het raam gevallen
Russen ontbreekt helaas.
Die lijst wordt nog groter: op 15 juni 2026 is de Russische
kunstenaar en karikaturist in Polen doodgeschoten, wellicht om
zijn karikaturen van Poetin, Loekasjenko e.a.(News.de,
17.06.26).
Er is ook geen kaart met de vele plaatsnamen. In de bibliografie
staan enkele boeken in het Engels, terwijl ze ook in het
Nederlands bestaan: o.a. die van Masha Gessen, Catherine Belton
en van Mark Galeotti (p. 221).
Een paar details: de juristen ‘diende’ zes aanklachten in (p.
110): dat moet zijn: dienden. Ющенко is in onze spelling
Joesjtsjenko en niet Joesjenko (p. 154); in de ‘verspreidde’
berichten is één ‘d’ voldoende.
©Jef Abbeel, Turnhout juni 2026
www.jefabbeel.be




