James Rodgers
(2025). The Return of Russia. From
Yeltsin to Putin, the Story of a Vengeful Kremlin.
Yale University Press, New Haven and London, 2025.Hardcover,
XVII + 313 pagina’s, kaarten, foto’s, noten, bibliografie,
register. ISBN 978-03-002-7081-5; prijs: 24,54 à 28,95 euro
The Return of Russia
Rodgers werkte vele jaren in Rusland voor Reuters en de BBC .
Hij was getuige van belangrijke momenten in de Russische
geschiedenis tussen 1989 en 2025 en in de relaties met het
Westen. Hij wil vooral onderzoeken wat er in die 36 jaar
misging.
Inhoud
The Return of Russia
In
1989 was 11% van de Russen arm, in 1995 was dat gestegen tot 40%
(p. 3)! De levensverwachting van de mannen lag toen op 58 jaar
(p. 13). In 1999 was de helft van de rijkdom in handen van 10%.
In oktober 1993 onderdrukte Jeltsin de opstand van een groep
parlementsleden met tanks. Er vielen 147 doden. Dat was niet de
democratie die het Westen had verwacht. Toch kreeg hij de steun
van Bill Clinton en John Major.
In december 1994 volgde de eerste oorlog tegen Tsjetsjenië.
Jeltsin wou de feitelijke onafhankelijkheid in twee uur
beëindigen. Het werd een catastrofe, die tot 1996 duurde en aan
100.000 burgers en veel jonge en arme, Russische soldaten het
leven kostte.
In 1995 werden al twee journalisten vermoord, omdat ze de
corruptie aangeklaagd hadden.
In 1996 won Jeltsin de presidentsverkiezingen dankzij veel
Westerse hulp. In 1990 had James Baker, Amerikaans minister van
Buitenlandse Zaken, beloofd dat de NAVO geen inch voorbij de
grens van de DDR zou gaan. In Rusland hadden ze het gevoel dat
de uitbreiding gebeurde om Rusland zwak te houden (p. 22-25).
In 1997-1998 werd het land zwaar getroffen door de Aziatische
financiële crisis, de lage olieprijzen (10 dollar per barrel, nu
ca. 90) en de gedevalueerde roebel die van 6 naar 24 per dollar
ging. Arbeiders werden ofwel niet betaald ofwel in goederen
zoals augurken. In 1999 was nog 6% Jeltsin gezind. De NAVO
bombardeerde Servië, trouwe bondgenoot van Rusland. In
augustus-september 1999 brak opnieuw oorlog uit in Tsjetsjenië
en werden Moskou en andere steden getroffen door bomaanslagen
met een paar honderd doden en duizenden invaliden als triest
gevolg. De Tsjetsjeen Basajev wou alle ‘ongelovigen’ verjagen
uit ‘Moslimland Dagestan’ en de islamitische wet invoeren in de
noordelijke Kaukasus. De nieuwe premier Poetin schoof alle
schuld op de Tsjetsjenen, maar mogelijk zat de FSB achter de
explosies, zoals Alexander Litvinenko beweerde in zijn boek
‘Blowing up Russia’. Hij werd in 2006 vergiftigd in Londen,
nadat Aleksander Lebed al in 2002 omgekomen was in een
helikopter crash (p. 35). Dankzij de kordate aanpak van de
oorlog tegen Tsjetsjenië steeg Poetins populariteit van 2% in
augustus 1999 naar 61% in januari 2000. In maart 2000 werd
Poetin tot president verkozen met 53%. De Russische politieke
klasse en vele waarnemers zagen in hem een overgangsfiguur.
Vanaf dat jaar begon de economie te groeien met 7% of meer, o.a.
door de gestegen olie- en gasprijzen. Maar in augustus 2000 zonk
de nucleaire onderzeeër Koersk. Buitenlandse hulp werd
geweigerd. Poetin bleef nog enkele dagen in vakantie voordat hij
de families van de 118 overledenen ontmoette (p. 46-47). Op 11
september 2001 was hij wel de eerste om Bush zijn medeleven te
betuigen. In de jaren 1995-2005 werd soms gesproken over
Russisch lidmaatschap van de NAVO, maar binnen de NAVO werd dat
idee nooit serieus genomen (p. 51).
De invasie van Afghanistan werd getolereerd, maar Poetin
verzette zich krachtig tegen de aanval op bondgenoot Irak in
2003, o.a. omdat Irak nog 8 miljard dollar schulden moest
terugbetalen aan Moskou en omdat hij wist dat Irak geen
massavernietigingswapens had. Hij concludeerde dat de VS geen
rekening hielden met de Russische belangen en enkel een ander
regime wensten. De periode van 2001 tot maart 2003 was de meest
hartelijke in de wederzijdse relaties. Vanaf 2003 begon Poetin
het Westen te wantrouwen. Als de VS en het Verenigd Koninkrijk
een ander regime wensten in Irak, dan konden ze dat ook in
Rusland doen (p. 53-55 + 80).
In oktober 2002 kregen Tsjetsjeense aanvallers toegang tot he
t Doebrovka-theater door de bewakers om te kopen. Minstens 130
burgers werden gedood (p. 60-61). Een nog erger drama herhaalde
zich op 1 september 2004 in Beslan. Duizend leerlingen en ouders
werden gegijzeld, 330 sneuvelden door het optreden van de
politie. Anna Politkovskaja was op weg om het gebeuren te
verslaan, maar ze werd vergiftigd. Dat overkwam ook Joesjtsjenko
bij de Oekraïense presidentsverkiezingen van november-december
2004 (p.71-74).
In de jaren 2000-2006 steeg de welvaart en verdubbelde het
aantal auto’s en winkelcentra. Ook de buitenlandse investeringen
gingen de hoogte in. In 2006 kon Poetin trots de G-8 ontvangen
in Sint-Petersburg. Maar in oktober-november werd Anna
Politkovskaja vermoord op Poetins verjaardag en Alexander
Litvinenko vergiftigd met polonium-210 door twee voormalige
KGB-agenten wegens hun kritiek op de tweede Tsjetsjeense oorlog
(p. 75-78).
Niet enkel Poetin was tegen de onafhankelijkheid van Oekraïne:
ook Gorbatsjov en Jeltsin, hoewel Jeltsin ze erkende in 1991,
1994 en 1997. Oekraïne verliezen was zoals Texas of Californië
kwijtspelen voor de VS (p. 82-83).
De overwinning van Joesjtsjenko in 2004 tegen Poetins favoriet
Janoekovitsj bezorgde Poetin angst: ook hij kon van de macht
verdreven worden. Oekraïne werd er dan van beschuldigd dat het
goedkope Russische gas te laat te betalen en ook af te tappen
van de pijplijnen naar Europa. Gazprom verhoogde dan de prijs
van 50 naar 230 dollar per 1.000 m³.
De stijging van de olieprijs naar een record van 147 dollar per
vat had ook politieke gevolgen: Poetin werd assertiever, ook de
FSB en de Orthodoxe Kerk, die nu gingen samenwerken. Tussen 1991
en 2008 steeg het aantal Russen die zich orthodox noemden van 31
naar 72%, van wie er 10% praktiserend zijn (p. 91). Die
assertiviteit leidde ook tot de afbraak van de democratie en het
gebruik van militaire kracht om doelen te bereiken in het
buitenland.
In 2007 werd Jeltsin onder massale belangstelling begraven in de
Christus Verlosserkerk. George Bush en Bill Clinton waren
present. In dat jaar viel Poetin in München het Westen scherp
aan voor hun unipolaire wereld, hun onbeperkt gebruik van geweld
in de Balkan, Afghanistan en Irak en hun uitbreiding van de NAVO
tot aan de Russische grenzen (p. 96).
Toch stelde Bush tijdens de top van Boekarest voor om Georgië en
Oekraïne toe te laten tot de NAVO. Op dat moment was slechts 20%
van de Oekraïners voor lidmaatschap en 50% tegen. Poetin voelde
zich beledigd, niet enkel door het Westen, maar ook door de
ex-Oostbloklanden die zich nu van Rusland afkeerden (p. 102).
In augustus 2008 viel Rusland binnen in Georgië, nadat dit land
geprobeerd had de separatistische regio’s Zuid-Ossetië en
Abchazië te heroveren. Op 12 november 2006 hadden de
Zuid-Osseten in een referendum met 99% gekozen voor
onafhankelijkheid en Rusland steunde hen, zoals het Westen de
onafhankelijkheid van Kosovo had erkend in februari 2008. Het
Georgische leger werd verpletterd, zoals Condoleezza Rice in
juli voorspeld had aan Saakashvili.
Poetin keurde ook het verdedigingsschild af dat de VS in Polen
en het radarsysteem dat ze in Tsjechië opgesteld hadden.
Sindsdien is de kloof tussen beide landen niet meer overbrugd.
De inmenging van de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in
Libië in 2011 werd toegestaan door Medvedev, maar fel afgekeurd
door Poetin.
Tussen 2010 en 2023 werden nog enkele ontwapeningsverdragen
gesloten of opgezegd, maar de samenwerking was minder goed dan
tijdens de Koude Oorlog. En sinds 2011 heeft Rusland in de VN
meer veto’s uitgesproken dan tussen 1945 en 2011 (p. 120-137).
Vanaf december 2011 werden de verkiezingen in Rusland vervalst,
o.a. door de bussen vol te stoppen met nepstemmen. Er volgde
massaal protest, ook tegen de terugkeer van Poetin als
president. Die beschuldigde Hillary Clinton van de organisatie
van het protest. In maart 2012 werd hij vlot herkozen met 63,6%
(p. 140-144).
In de herfst van 2013 weigerde Janoekovitsj een akkoord met de
EU te tekenen. Er kwam veel protest, waarbij 108 betogers en 13
agenten in januari-februari 2014 werden gedood. Op 22 februari
2014 vluchtte Janoekovitsj naar Rusland. Hij en Poetin spraken
van een staatsgreep. De leden van de oproerpolitie vluchtten
naar de Krim, waar ze als helden ontvangen werden. Gemaskerd
namen ze daar het parlement over. Op 27-28 februari volgden meer
dan duizend ‘groene mannetjes’, in feite Russische militairen.
De Oekraïense troepen kregen geen orders om de invasie tegen te
houden.
In een pseudo-referendum werd de aanhechting bij Rusland
goedgekeurd met 96,77%! Het idee dat heel ‘Novorossia’, een
Russisch district tussen 1764 en 1917 en heel de kust van de
Zwarte Zee van Transnistrië tot Marioepol weer bij Rusland moest
komen, werd gepromoot door Aleksander Doegin en overgenomen door
Poetin (p. 150-154). Na de verovering van de Krim steeg de
populariteit van Poetin van 63 naar een record van 86%(p. 155)!
Daarna volgde de door Rusland gesteunde opstand in Donetsk en
Loegansk. Die haalde het nieuws toen vlucht MH17 op 17 juli 2014
werd neergeschoten door separatisten met een Russische
Boekraket. Alle 298 inzittenden waren dood. Rusland zorgde voor
zoveel desinformatie dat 82% van de Russen (plus een aantal
lieden in het Westen) geloofden dat het Oekraïense leger de
schuldige was (p. 161). De Minsk-akkoorden konden niet
verhinderen dat er 14.000 doden vielen in deze oorlog. 2014 was
ook een kantelpunt voor de NAVO: alle lidstaten begonnen
geleidelijk hun defensiebegroting te verhogen (p. 166).
In 2016 bevorderde het Kremlin ook de eerste verkiezing van
Trump en de Brexit. Trump bewonderde Poetin om zijn macht,
rijkdom en roem en hij wou graag dezelfde autocratie in de VS
(p. 186-193).
Poetin slaagde er ook in om de grote voetbaltoernooien van 2008
en 2018 binnen te halen en te gebruiken als propaganda. Zijn
verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 65 voor mannen en
van 55 naar 60 voor vrouwen deed zijn populariteit wel tijdelijk
dalen.
In 2019 voerde hij de internet-wet in: ze maakte een einde aan
de glasnost en aan de vrijheid van pers. Vanaf 2014 en zeker
vanaf 2022 verlieten veel journalisten het land uit vrees voor
hun leven.
Vanaf 2012 was er al een wet die NGO’s brandmerkte als
‘buitenlandse agenten’ en hen het zwijgen oplegde. Die wet was
een reactie op de massale protesten tegen Poetins herverkiezing
(p. 194-208).
In 2020 werd hij vlot opnieuw verkozen. Bij de 75ste verjaardag
van het einde van de Tweede Wereldoorlog herinnerde de
Amerikaanse ambassadeur in Polen eraan dat Hitler en Stalin de
oorlog begonnen waren en dat Polen het eerste slachtoffer was.
Uiteraard kwam dat enkel aan de oren van Poetin en niet van de
bevolking.
2020 was ook het jaar van Covid. De Russen moest thuisblijven.
Gevolg: het verbruik van wodka, whisky en bier steeg met resp.
31, 47 en 25% (p. 217). De New York Times en de Financial Times
schreven dat er meer corona-doden waren dan de officiële
cijfers. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken dreigde ermee hun
licenties in te trekken. In juni 2020 keurde 78% de verlenging
van Poetins mandaat goed: hij kan president blijven tot 2036,
tot zijn 84ste (p. 219-224).
In augustus 2020 werd Navalny vergiftigd met het zenuwgas
Novitsjok, hetzelfde als bij Skripal in Salisbury in 2018. De
dader, Konstantin Koedriavtsev, werd nooit gestraft. Navalny
werd bij zijn terugkeer meteen gevangengenomen tot zijn dood op
16 februari 2024.
In Oekraïne had de presidentsverkiezing van 2019 een aardschok
veroorzaakt: Porosjenko werd verslagen door Zelensky, die 73,22%
haalde, een Oekraïens record.
In de lente van 2021 bracht Poetin 100.000 soldaten naar de
grens met Oekraïne. In juli 2021 publiceerde hij een lang essay:
“Over de historische eenheid van Russen en Oekraïners”. Het
diende als aankondiging van zijn oorlog.
Op 2-3 november 2021 reisde William Burns, baas van de CIA, op
verzoek van Biden naar Moskou om Poetin te melden dat ze wisten
dat hij langs drie fronten zou aanvallen en om hem te vragen om
dat niet te doen. Tevergeefs.
Op 17 december volgde er een ultimatum van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken: de NAVO moest zich terugtrekken uit de
nieuwe lidstaten die bij de Sovjet-Unie hadden gehoord. In
januari 2022 waarschuwden de Britten en president Biden op 18
februari 2022 dat Poetin de oorlog ging beginnen. De Russen
ontkenden (p. 225-235). Op 24 februari begonnen zij de oorlog.
Rodgers ziet ook de Westerse fouten. In 1992 verkondigde Bush
triomfantelijk dat Amerika de Koude Oorlog had gewonnen. Die
vernedering zou zich wreken: eerst in Georgië in 2008, dan op de
Krim en in Oost-Oekraïne in 2014. Obama deed er in 2016 nog een
schep bovenop door Rusland een ‘regionale macht’ te noemen. In
2014 verweet John Mearsheimer het Westen al dat de uitbreiding
van de NAVO en van de EU en de pogingen om Oekraïne in de
Westerse invloedssfeer te brengen de oorzaken waren van de
crisis in Oost-Oekraïne. Poetin gebruikte de NAVO-expansie met
succes om de Russen te overtuigen dat het Westen hen wou
omsingelen. Hij draagt wel de uiteindelijke verantwoordelijkheid
voor de oorlog (p. 243 en 292).
Voor de NAVO kwam de oorlog goed uit: hij rechtvaardigde het
verder bestaan na de ontbinding van het Warschaupact. De
grootste Westerse fout was wellicht de Boekarest-verklaring dat
Georgië en Oekraïne lid mochten worden. Toen Poetin de Krim
aanhechtte, was de reactie van het Westen zeer zwak. Wellicht
dacht Poetin hetzelfde bij de invasie van 2022. Volgens Lavrov
besliste Poetin zonder overleg tot die annexatie en die invasie
(p. 244-249).
De auteur besluit dat wij meer moeten doen om Rusland te
begrijpen, o.a. door meer lessen Russisch: de meeste Westerse
politici hebben zelfs geen basiskennis. Condoleezza Rice en
Angela Merkel spraken wel vlot Russisch, maar hadden ook geen
invloed op Poetin.
De auteur verwacht weinig veranderingen als Poetin zou
verdwijnen : er is geen alternatief. Ook zijn opvolger zal de
veroverde gebieden niet teruggeven, want die verovering heeft te
veel mensenlevens en te veel geld gekost. Rodgers hoopt dat de
diplomatieke samenwerking en de handel zullen terugkeren.
Beoordeling
Rogers geeft een helder en goed gestructureerd overzicht van de
relaties tussen Rusland en het Westen voor de periode 1989-2025.
Hij en zijn vrouw leefden drie jaar in Moskou en hij heeft er
genoeg contacten. Hij kon belangrijke gesprekspartners
interviewen: medewerkers van de presidenten, toppers van de EU,
ambassadeurs.
Zijn analyse is helder, zijn toon is verzoenend en hij wijst ook
op de fouten van het Westen. Hij vertelt te weinig over de
catastrofale gevolgen van de oorlog: een half miljoen doden, een
miljoen gehandicapten, het psychische leed bij de overlevenden,
de enorme, materiële schade. En hij meldt niet dat er bij Poetin
en Lavrov hoegenaamd geen bereidheid is tot onderhandelen: enkel
de complete overgave en behoud van de veroverde gebieden telt
voor hen.
Enkele details: op p. 37 noemt hij 31 december 1999 de laatste
dag van de 20ste eeuw: dat was 31 december 2000. Op p. 211 zegt
hij dat de Krimbrug af was in 2014: toen moest men er nog aan
beginnen. Pas op 15 mei 2018 opende Poetin ze voor auto’s en in
2019 voor het spoor. Het boek is gedrukt op papier waarop de
vulpen-inkt uitvloeit en de aantekeningen ook op de achterzijde
zichtbaar zijn. Het is ook even wennen aan de Engelse
transcriptie van de Russische woorden en eigennamen. De
Cyrillische schrijfwijze staat er niet bij. In de bibliografie
staan enkel Engelstalige boeken, hoewel de auteur ook Russisch
en Frans kent.
James Rodgers(2025). The Return of Russia.
From Yeltsin to Putin, the Story of a Vengeful Kremlin.
Yale University Press, New Haven and London, 2025.Hardcover,
XVII + 313 pagina’s, kaarten, foto’s, noten, bibliografie,
register. ISBN 978-03-002-7081-5; prijs: 24,54 à 28,95 euro
Jef Abbeel, Turnhout, augustus 2026
www.jefabbeel.be




