Monique van Dongen (2026). Het zwijgen van Jaap. Uitgeverij Oogachtend. 29 euro.


Het zwijgen van Jaap


Het verhaal is bekend. Mensen die in de Tweede Oorlog verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, of dat nu was als onderduiker, als verzetsman of vrouw, of als slachtoffer in een concentratiekamp of als iemand die gedwongen werd voor de Duitsers te werken, waren na de oorlog heel vaak niet in staat om over hun ervaringen te praten. Er moest een generatie over heen gaan om tegenover kleinkinderen uiting te kunnen geven aan hun gevoelens.

Het zwijgen van Jaap

Albert van der Kaap

 

PDF-versie


Het verhaal is bekend. Mensen die in de Tweede Oorlog verschrikkelijke dingen hadden meegemaakt, of dat nu was als onderduiker, verzetsman of vrouw, als slachtoffer in een concentratiekamp of als iemand die gedwongen werd voor de Duitsers te werken, waren na de oorlog heel vaak niet in staat om over hun ervaringen te praten. Er moest een generatie over heen gaan om tegenover kleinkinderen uiting te kunnen geven aan hun gevoelens.

Dat was bijvoorbeeld het geval bij Jaap, de schoonvader van Monique van Dongen, die pas ging praten toen zijn kleindochter een werkstuk voor school wilde maken over de oorlogservaringen van haar opa.

Van Dongen koos voor de graphic novel om diens verhaal vorm te geven. Een voor de hand liggende keus, ze studeerde immers visuele communicatie en film- en televisiewetenschap en ze volgde eene opleiding Beeldverhaal en narratief. Maar is het ook een goede keus?

Het zwijgen van Jaap is geen diepgravende, psychologische studie naar wat mensen als Jaap in de oorlog is overkomen en naar wat die ervaringen met hem deden na de oorlog. Van Dongen beschrijft en tekent de gebeurtenissen haast terloops, ze stipt zaken aan en besteedt relatief veel aandacht aan wat op het eerste gezicht kleine details lijken.

Zoals het verhaal over de stokken in de broeken van gevangenen die moesten verhinderen dat ze zouden ontsnappen toen ze naar het station van Amersfoort moesten lopen. Of het verhaal over een eikeltje dat Jaap de hele oorlog bewaarde. Je zou er in een ‘normale’ roman of monografie mogelijk zelfs over heen lezen, maar in de beeldroman blijf je bij het onderwerp hangen en je wordt er toe verleid om jezelf de vraag naar de diepere betekenis te stellen. Hoever gingen kampbewakers in hun sadisme of hoe komt het dat zo’n stom eikeltje zoveel betekenis voor iemand kan krijgen.

Jaap is na de oorlog een zwijgzame man, die zich vaak verschuilt achter de krant. Dat de oorlog hem nog dagelijks bezig houdt, blijkt uit het feit dat hij ettelijke plakboeken bijhoudt met alles wat er over de oorlog verschijnt. Vooral de geschiedenis van de drie van Breda blijft hem bezighouden. Maar over de oorlog praten wil hij niet…. tot zijn kleindochter hem wil interviewen voor een werkstuk voor school.

Om te ontkomen aan de Arbeidseinsatz duikt Jaap een tijdje onder tot hij onvoorzichtig wordt en een wielerwedstrijd bezoekt. Hij wordt opgepakt en naar Kamp Amersfoort gebracht. In de passages over het kamp wordt duidelijk waarom het verhaal overd de drie van Breda hem zo bezighoudt, Joseph Kotalla was er de sadistische commandant, zoals Van Dongen in een paginagrote indringende tekening met tekst laat zien.

Meer dan over de verschrikkingen in kamp Amerfoort, gaat dit deel over een briefje van Jaap’s vriendin dat zij over de omheining gooide, maar dat hij nooit las omdat een bewaker het vertrapte voor hij het in handen kreeg.

Er is veel aandacht voor het vertrek naar een kamp in Riga en het verblijf daar. Maar Van Dongen is zeer terughoudend over de verschrikkingen daar. Wel staat ze, bewust naar ik aanneem, stil bij het genot van het dagelijke rantsoen van zes sigaretten en bij het schrijven van brieven waarvan de gevangenen weten dat die gecensureerd worden.

De terugtocht uit het kamp onder begeleiding van de Russen wordt eigenlijk afgedaan met een enkel zinnetje, dat was een hel. Veel meer aandacht is er voor de vernedering die ze onderweg moeten ondergaan als ze telkens weer moeten bewijzen dat ze echt slachtoffers zijn en zich niet vrijwillig hebben aangemeld voor het werken voor de Duitsers. Hiermee preludeert de auteur op de behandeling die hen bij terugkomst in Nederland te wachten staat.

Met de passage: ‘We hadden allemaal een hekel aan de Duitsers, dat snap je. Maar hoe de Russen die Duitse krijgsgevangen behandelden… Ik heb toen gezien wat mensen elkaar aan kunnen doen. Het was…’ tilt ze het verhaal naar een niveau waarop het meer wordt dan een historisch verhaal. Wat mensen elkaar kunnen aandoen is van alle tijden. Deugen de meeste mensen echt, of zijn ze, afhankelijk van de context, tot alles in staat?

Terloops vertelt de auteur dan nog dat bij een bombardement door Duitsers Jaaps ‘slapie’ Teun om het leven komt. Een gebeurtenis die later in het verhaal terugkeert als blijkt dat Jaap zich afvraagt of alles wat hem is overkomen niet zijn eigen schuld was en of hij bijvoorbeeld niet meer had kunnen doen om het leven van Teun te redden.

En hoe was het om thuis te komen? vraagt zijn kleindochter. Ja, dat was natuurlijk heel….Ehm. Tsja hoe was het eigenlijk om thuis te komen? Eh… wil je nog thee. Drie kleine tekeningetjes, met een paar zinnetjes. De frustratie spat er vanaf. Hadden de verzetsmensen in Nederland niet veel meer geleden. Laat ze maar zo snel mogelijk aan het werk gaan… Nu in eigen land en voor ons eigen volk. Pijnlijker wordt het niet.

De dwangarbeiders krijgen niet de gelegenheid om hun ervaringen te vertellen of te verwerken. Er moest gewerkt worden aan de wederopbouw van Nederland.

En dan was er het geniepige schuldgevoel. Had je niet moeten weigeren om naar Duitsland te gaan, had je niet moeten onderduiken en had je je vriend niet kunnen helpen? Je kon niet met anderen over je ervaringen praten, meent Jaap, de mensen zouden het niet begrijpen. Zelf hadden ze het ook niet gemakkelijke gehad, he.

Het verhaal eindigt op een reunie van kamp Amersfoort, waar Jaap Johanna de vrouw van Teun ontmoet.

De betekenis van het boek wordt kort en overtuigend duidelijk in het motto van het boek, een citaat uit de documentaire Bloedband van Anaïs Lopez uit 2024: ‘Je hebt in de geschiedenis een paar kapstokken: de feiten die je kent. De dingen die daar tussen zitten – en dat is eigenlijk de essentie – die ken je niet’.
In de loop der tijd ben ik steeds meer gaan beseffen hoe waar deze uitspraak is. Je waarlijk inleven in het verleden is nauwelijks of niet mogelijk en de grote lijnen, de kapstokken of ankerpunten in de narratieven over het verleden maken zelden zichtbaar waar het in het leven echt om gaat, wat mensen beweegt. Dit boek zet mensen aan om daarover na te denken.

Daarom is het belangrijk dat verhalen als dat van Jaap verteld blijven worden. Als dat gebeurt in de vorm van een beeldroman voegt dat een extra dimensie toe, zeker als de afbeeldingen, zoals in dit geval van goede kwaliteit zijn. Het ‘lezen’ van Het zwijgen van Jaap kost je niet veel meer dan een uur. Maar de summiere teksten en de sobere zwart-wit tekeningen met slechts een enkel kleuraccent zetten misschien wel meer aan tot nadenken dan een vuistdikke monografie.

‘Het zwijgen van Jaap’ van Monique van Dongen wordt op 2 april gepresenteerd in Nationaal Monument Kamp Amersfoort m.mv. OOGACHTEND

Monique van Dongen (2026). Het zwijgen van Jaap.
Uitgeverij Oogachtend. 29 euro. https://oogachtend.be/model/author/monique-van-dongen-43125