home inleiding opdracht werkwijze bronnen beoordeling reflectie docent


De beeldenstorm

Bron 1
Bron 2
Bron 3
Bron 4
Bron 5
Bron 6
Bron 7
Bron 8
Bron 9
Bron 10
Bron 11
Bron 12
Bron 13

Bron 14
Bron 15
Bron 16
Bron 17
Bron 18
Bron 19
Bron 20
Bron 21
Bron 22
Bron 23
Bron 24
Bron 25
Bron 2

In de weken en maanden die verloren gingen met nutteloze correspondentie met de koning, die toch niet wilde toegeven, omdat hij overtuigd was het in geweten niet te mogen doen, voerden de hageprekers een felle campagne tegen de 'afgoderij van de beeldendienst'. Zij hitsten hun toehoorders op, de hand aan het werk te slaan en de kerken van alle 'afgoden' te zuiveren en in bezit te nemen. In de zuidelijke industriedistricten van Vlaanderen vormden zich benden van beeldstormers, die onverhoeds een aanval deden op de kerken (12 en 13 augustus). Als bij toverslag plantte de beweging zich voort over heel Vlaanderen, waar 400 kerken geschonden werden, over Brabant, Holland, tot in Groningen en Friesland (6 september).

Buiten Vlaanderen beperkte de beeldenstorm zich hoofdzakelijk tot de steden. De overheid, verlamd van schrik, zag in de meeste plaatsen werkeloos toe. Waar ze kordaat optrad, dropen de vandalen af. Het tekent wel scherp de lakse houding van de overgrote meerderheid der bevolking en van de magistraten, dat ze zulk een gruwelijke heiligschennis en massamoord op de kerkelijke kunst niet hebben verhinderd.

Bron: Commissaris, A.C.J., Leerboek der Nederlandse geschiedenis, eerste deel tot 1795, 19e druk, 1956, blz. 85