home algemeen sites historische literatuur op alfabet op periode Nederlandse romans Indonesië W.O.II


Historische Romans
 

 

 

 

Joppe de boekenworm. Verhalen verborgen in een middeleeuws handschrift

Katharina Smeyers & An Smeyers (illustraties), Leuven Davidsfonds/Infodok, 2010, 64 blz.
 
Doelgroep: voor kinderen vanaf 10 jaar.
 
Eind 2010 kon je in het magnifieke nieuwe Leuvense museum M, na de openingstentoonstelling over Rogier van der Weyden (2009), gedurende 12 weken een uitzonderlijke tentoonstelling bezoeken, gewijd aan één enkel even uitzonderlijk middeleeuws handschrift, dat katern per katern tentoongesteld was: de Anjou-bijbel.

Het sublieme manuscript ontstond ca. 1340 aan het hof van Robert I van Anjou (1277-1343), koning van Napels. Het was bedoeld als een huwelijksgeschenk van Robert aan zijn schoonzoon en troonopvolger, de Hongaarse prins Andreas, die vermoord werd voor hij de kroon op zijn hoofd kon zetten.


 
Openingsminiatuur: koning Robert omringd door zijn deugden (detail) 

Katharina en An Smeyers vertellen nu voor kinderen het verhaal van dit befaamde handschrift, gezien door de ogen van … de boekenwormen die de volumineuze foliant reeds 700 jaar bewonen (en mondjesmaat verorberen). Een originele invalshoek! In ruime mate geholpen door de illustraties van An Smeyers, die haar speelse schilderijtjes moeiteloos vervlecht met de eindeloos gevarieerde en even speelse oorspronkelijke marginalia van de Anjoubijbel. Ondertussen leren we in kleine kaderartikeltjes een heleboel wetenswaardigheden over het vervaardigen van een dergelijk verlucht manuscript.


 
Hier zie je duidelijk de activiteiten van de boekenwormen
 
Het relaas van de boekenwormen heeft soms meer weg van een misdaadverhaal. Het leest als een filmscenario, dat je zo zou kunnen verkopen aan Hollywood. Echter, ook hier overtreft de realiteit regelmatig de verbeelding. Want het prestigieuze huwelijkscadeau van koning Robert heeft in de loop van de eeuwen nogal wat meegemaakt, van een historische nachtelijke moord over dito vlucht naar een ander land tot verdwijningen. In de loop der eeuwen verwisselde de Anjoubijbel herhaaldelijk van eigenaar, was dan weer voor decennia spoorloos en niemand weet hoe het uiteindelijk in zijn huidige bergplaats terecht kwam … waar het in feite andermaal voor lange tijd onverdiend vergeten lag stof te vergaren.
 
Dit is het derde kinderboek van Katharina Smeyers, over middeleeuwse kunst, het tweede gewijd aan manuscripten, na Schapenvellen en ganzenveren  
 
Bespreking (voor volwassenen)
 
In de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven wordt een grote verzameling handschriften bewaard, voornamelijk afkomstig uit het Grootseminarie van Mechelen. Pronkstuk van de collectie is deze verluchte Anjoubijbel.
 
Ondanks de rijkdom van het handschrift is het bijna nooit aan het publiek getoond en nooit degelijk onderzocht, omdat de bewaaromstandigheden verre van ideaal waren. In het begin van de twintigste eeuw is het namelijk de laatste keer ingebonden, maar in een te strakke band, waardoor je het manuscript moeilijk kon openen. Bovendien veroorzaakte dat destructieve plooien in het perkament en vertonen de pigmenten en het bladgoud lacunes.


 
De openingsdiptiek van de Anjoubijbel illustreert die rijke geschiedenis. Het meest overweldigend is de openingsminiatuur: een allegorie waarop de koning staat afgebeeld te midden van de deugden die aan hem worden toegeschreven. Naast Robert I van Anjou - de rex expertus in omnia scientia zoals het opschrift hem betitelt - verschijnt een stamboom in drie registers: bovenaan Karel I en zijn echtgenote Beatrijs van Provence, daaronder Karel II en Maria van Hongarije en tenslotte Robert I van Anjou met zijn echtgenote Sancha van Majorca. Zij blijven zonder mannelijke erfgenaam achter - hun enige zoon Karel van Calabrië sterft onverwacht - en het is hun oudste kleindochter Johanna I (1326-1382) die in 1330 officieel tot erfgename wordt uitgeroepen.


 
Precies daar begint de historiek van de Anjoubijbel. Het handschrift is, zoals gezegd, oorspronkelijk bedoeld als een geschenk van Robert I aan Andreas van Hongarije die op zesjarige leeftijd met Johanna wordt verloofd. Het overschilderde wapenschild van Andreas is nog op verschillende plaatsen in het handschrift zichtbaar. Intriges aan het Napolitaanse hof beletten Andreas echter effectief koning van Napels te worden. In 1345 is hij vermoord. Het handschrift komt in handen van de kanselier Nicolaus de Alifio. Zijn wapenschild (azuurblauw met gouden faas; drie gouden sterren boven en onder de lambel in keel en vier hangertjes) is op elke verluchte folio te zien.
 
Het prestigieuze manuscript blijft in koninklijke kringen. In 1402 wordt het beschreven in de inventaris van Jean duc de Berry (1340-1416), broer van de Franse koning
Karel V en vermaard verkwister op grote schaal, benevens kunst- en boekenliefhebber. (En niet te vergeten: opdrachtgever voor ondermeer dat andere unieke getijdenboek Les Très Riches Heures du Duc de Berry, door de gebroeders van Limburg.)
 
Via de bisschop van Arras, Nicolaus de Ruistre (1509), komt het manuscript op het einde van de vijftiende, begin zestiende eeuw in het Arrascollege in Leuven terecht. In de inleiding op de Leuvense vulgaatbijbel uit 1547 wordt er naar verwezen, evenals in de Notationes in Sacra Biblia van Franciscus Lucas van Brugge (1580). Christoffel Plantin gebruikt de Anjoubijbel als één van de basisteksten voor zijn Polyglot-bijbel.


 
Tussen 1808 en 1821 behoort het handschrift tot de collectie van het Grootseminarie van Mechelen. In 1970 gaf het Mechelse Grootseminarie het manuscript in depot aan de Maurits Sabbebibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven. Sindsdien is het één van de parels van het universitaire patrimonium, een status die zijn bevestiging kreeg met een opname in de topstukkenlijst van de Vlaamse Gemeenschap. 
 
Naast geschiedkundig belang heeft het manuscript ook – en vooral – kunsthistorische waarde. De 338 zeer grote folio’s van het handschrift bevatten de twee volbladminiaturen en meer dan 160 initiaalversieringen en kleinere miniaturen die alluderen op bijbelse teksten en op gebeurtenissen in het koningshuis. Ze zijn het werk van meerdere Napolitaanse kunstenaars. Maar eigenlijk zijn alle miniaturen subliem, echt absolute topkwaliteit.
In juni 2008 werd een aanvang genomen met een integrale digitale opname van de 338 folio’s, die voor de tentoonstelling voltooid is.
 
Het wetenschappelijk onderzoek en de conservatiebehandeling zijn gerealiseerd door dr. Lieve Watteeuw. De evolutie van het project is te volgen via de website van Illuminare.  

De familie d’Anjou behoorde eeuwenlang tot de meeste aanzienlijke adellijke geslachten in Europa.
Van 1131 tot 1268 leverden zij de koningen van Jeruzalem. Fulco I (koning 1131 - 1143) huwde koningin Melisende, dochter van Boudewijn II.
Zij waren de regerende dynastie van Engeland van 1154 (Hendrik II Plantagenet (1133 - 1189), "de machtigste man sinds Karel de Grote") tot 1485. Vorsten van Napels en Sicilië van 1266-1435. Een volksopstand tegen de heerschappij van koning Karel van Anjou, de zogenaamde ‘Siciliaanse Vespers’ verdreef hen hier in 1282 van de troon.


  
 
Een veelbetekenend detail dat in de bezoekersinfo ontbreekt: in de hoeken onder en boven de openingsminiatuur zie je vier keer het wapenschild van de koningen van Jeruzalem. Het is a-typisch, afwijkend van de algemene dwingende normen van de heraldiek: “Op zilver een gouden herkruist kruis.” Dit betekent: metaal (goud) op metaal (zilver), daar waar men steeds kleur op metaal moest geven. Volgens de legende gaat dit terug op het wapenschild dat Godfried van Bouillon zou geschonken zijn na de verovering van Jeruzalem en het aannemen van de titel “Beschermer van het Heilig Graf” in 1099 (Eerste Kruistocht). Robert van Anjou maakte aanspraak op de koningstitel, ook al was Jeruzalem reeds lang weer in handen van de moslims.
 
Wie na deze lofzang nog niet overtuigd is van de waarde van het handschrift, wacht misschien nog op een financiële vertaling ervan: Het manuscript wordt geschat op 15 miljoen euro. In de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid wordt het veilig bewaard, in een leeszaal die eigenlijk een kluis is. Uitsluitend onderzoekers die de nodige documenten voorleggen, krijgen uitzonderlijk de gelegenheid om het in te kijken.
 
 
Meer…
 
De Anjou-bijbel volledig op internet:
Selecteer: De Bijbel online. Hier kan je een video van 4’30’’ bekijken waarin restauratrice Lieve Watteeuw uitleg geeft over het handschrift en de restauratie.
Het hele boek is digitaal consulteerbaar. Als je klikt op Boekenviewer kun je folio per folio bekijken op hoge resolutie, inzoomen en beknopte uitleg opvragen per pagina. Doen! 
 
Nog over middeleeuwse handschriften: op de Joos de Rijcke-site: Over zeer late handschriften en wiegendrukken.
  
Over Les Très Riches Heures du Duc de Berry en andere kostbare manuscripten van Jean de Berry (1340-1416), zie de site van de prachtige tentoonstelling in het historische NijmeegseValkhof over de gebroeders van Limburg (2005).
 
Over de organisatie van het scriptorium: op de website literatuurgeschiedenis.nl
 

Jos Martens

april 2011