Artikelen Histoforum Lesmateriaal Community Vaklokaal
Historische empathieOorzaak en gevolg, verandering en continuïteit en tijd- en plaatsgebondenheid zijn belangrijke meta- of second-order concepten van het vak geschiedenis. De eerste twee concepten zijn tamelijk eenduidig, maar dat geldt minder voor tijd- en plaatsgebondenheid. Over de invulling van dat concept was er de afgelopen twintig jaar behoorlijk wat discussie. Verschillende onderzoekers hebben in die periode een bijdrage geleverd aan het definiëren van het begrip. Kaya Yilmaz (2007) en Sarah Brooks (2009) hebben recentelijk een overzicht gegeven van deze verschillende opvattingen en geprobeerd er lijn in aan te brengen. Dit artikel is in belangrijke mate gebaseerd op hun bevindingen. |
Albert van der Kaap, Enschede, albert@vanderkaap.org
Inleiding
Leerlingen van 3 havo bekijken verkiezingsposters van de
NSDAP uit de jaren dertig. De leraar stelt vragen. 'Wat
is de boodschap van deze verkiezingsposter? Op welke
doelgroep was deze poster gericht?' De leerlingen
bestuderen de posters en overleggen met elkaar. 'Dat is
echt dom', roept een meisje, 'Wie trapt daar nou in?' De
docent geeft een aantal verklaringen, de economische
malaise, een falende regering, de vernedering van de
Eerste Wereldoorlog en de angst voor het communisme.'
Maar de leerling laat zich niet overtuigen. 'Ik vind het
nog steeds debiel'.
Charlotte Simonsz (2009) beschrijft dit voorval om aan
te tonen hoe moeilijk leerlingen het vinden om zich te
verplaatsen in mensen uit het verleden. Ze geeft nog een
ander voorbeeld: 'Het is niet eenvoudig aan pubers uit
te leggen dat Europeanen schepen vol Afrikanen in
onmenselijke omstandigheden naar Amerika brachten om hen
vervolgens vernederende slavenarbeid te laten
verrichten.'
Om het belang van tijd en plaatsgebondenheid (zij
spreekt zelf van standplaatsgebondenheid) aan haar
leerlingen duidelijk te maken, ontwikkelde zij voor haar
leerlingen lesmateriaal over de Amsterdamse regent
Huydecoper. Zij legde dit lesmateriaal ook voor aan een
aantal collega's. Het viel haar op dat die veel meer oog
hadden voor de verschillende visies op de
hoofdpersoon dan haar leerlingen. Als mogelijke
verklaring voor dit verschil noemt zij dat leerlingen
moeite hebben met het begrip standplaatsgebondenheid.
Opvallend is dat zij meent dat het kunnen hanteren van
dergelijke begrippen meestal niet tot de basis inhoud
van lessen behoort. Zij spreekt tenminste het vermoeden
uit dat leerlingen 'in het algemeen minder stil staan
bij een hoger doel van een les of een schoolvak.'
Op een veelgebruikte spotprent over oorzaken van
de Eerste Wereldoorlog wijzen representanten van
verschillende landen naar elkaar om de schuldige
van de oorlog aan te wijzen. Voorop prijkt een
man met een enorme, donkere snor. Komt Erkan
naar mij toe, een jongen van Turkse afkomst,
lichtelijk gepikeerd: ‘Waarom wijzen ze allemaal
naar die Turk?’ Ik leg uit dat ze niet allemaal
naar de voorste wijzen maar naar elkaar en dat
de voorste geen Turk is, maar de Duitse keizer!
En voeg eraan toe dat het voor mannen in die
tijd in heel Europa in de mode was om snorren te
dragen. ‘Dus niet alle mannen met snorren zijn
Turken en niet alle Turken hebben een snor, kijk
maar naar jezelf.’ Hij kan er niet om lachen.![]() Met de klok mee (onderaan beginnend): de Duitse keizer, de Russische tsaar, De keizer van Oostenrijk-Hongarije, de Franse president, de sultan van Turkije, de koning van Engeland. |
Wat is historische
empathie?
In het huidige examenprogramma geschiedenis wordt niet
gesproken over historische empathie, maar over tijd- en
plaatsgebondenheid. In eerdere examenprogramma's (1) was
sprake van ‘inleving en standplaatsgebondenheid’, een
benaming die meer in de buurt komt van het Engelse
begrip 'historical empathy'.
In Engelstalige landen wordt naast ‘historical empathy’
ook ‘perspective taking’ gebruikt. In het Duits spreekt
men van ‘Perspektivenübernahme’ of 'historische
Perspektivenübernahme' (Hartmann e.a, 2009) . Deze verschillen in
naamgeving zijn niet onbelangrijk, omdat ze richting
lijken te geven aan de invulling van het concept.
Om het concept te definiëren kun je, net als Foster
(1999), eerst duidelijk maken wat het niet is. Volgens
hem gaat het er niet om dat leerlingen zich
identificeren met historische personen. Ook gaat het
niet om verbeelding, wel om nauwgezet onderzoek van het
beschikbare bewijsmateriaal. Empathie moet dan ook niet
verward worden met sympathie (zie bijvoorbeeld Lee en
Ashby, 2001). Om deze mogelijke verwarring te vermijden
maken Bryant en Clark (2006) onderscheid tussen
emotionele empathie en historische empathie. Door de
(soms) grote afstand in tijd is het, volgens hen,
nagenoeg onmogelijk je volledig te verplaatsen in
historische personen, zelfs als je dat zou willen.
|
Decreet van 20 januari 1934 |
Blake (1998) gaat nog verder. Voor hem bestaat er
eigenlijk niet zoiets als historische empathie. Empathie
is volgens hem een algemeen concept dat in verschillende
disciplines een rol speelt. Elke onderzoeker moet zich
bewust zijn van zijn eigen perspectieven en zich
realiseren dat die van invloed zijn op de interpretatie
van het verleden. VanSledright (2001) gaat minder ver,
maar ook hij beklemtoont dat historische reconstructie
niet los gezien kan worden van de sociaal-culturele
positie die de onderzoeker inneemt en dat je je daar
goed bewust van moet zijn.
De meeste onderzoekers vinden de toevoeging
'historische'
aan het concept empathie wel zinvol. Juist omdat het
daarmee wordt onderscheiden van psychologische empathie,
waarin het vooral gaat om inleven en meeleven.
Historische empathie heeft zowel betrekking op
verbeeldingskracht - het vermogen om je iets voor te
stellen - als op een intellectuele reactie op en
verwerking van het verleden. De nadruk moet daarbij
vooral liggen op onderzoek en het ontwikkelen van begrip
van, en inzicht in, het denken en handelen van mensen
vanuit hun eigen tijd. Bij historische empathie gaat
het, volgens Foster en Yeager (1998), om het combineren
van op bewijs gebaseerd adductief (2) en logisch denken met
creatieve vaardigheden waarmee geprobeerd wordt een brug
te slaan tussen wat al bekend is en wat aan het verleden
ontleend kan worden. Om te beginnen moeten leerlingen
geconfronteerd worden met het handelen van mensen
tijdens een bepaalde gebeurtenis. Hierbij is belangrijk
dat zij over voldoende kennis beschikken om deze
gebeurtenis te kunnen contextualiseren. Vervolgens
moeten zij bewijs verzamelen, verschillende
interpretaties bestuderen en ten slotte conclusies
trekken. Volgens Riley (1998) moeten zij daarbij ook
datgene wat aan de gebeurtenis vooraf ging meewegen.
Om het verschil tussen psychologische en historische
empathie te benadrukken spreekt Downey (1995) liever van
'perspective taking', door hem gedefinieerd als: 'the
ability to understand historical characters’ frames of
reference on the basis of historical facts and events
without trying to identify or sympathize with their
feelings.' Hij wil dat leerlingen hun eigen waarden en
sympathieën (zoveel mogelijk) buiten beschouwing laten
en legt de nadruk op bewijsvoering.
Ook Amerikaanse neurofysiologen stellen dat het zinvol
is onderscheid te maken tussen empathie (het intuïtieve,
emotionele aspect) en 'pespectivetaking' (het cognitieve
aspect) als het er om gaat te beschrijven wat nodig is
om het gedrag en het handelen van anderen te begrijpen
(3).
Waar dat laatste centraal staat heb je volgens Wolf
Kaiser beide aspecten nodig. Als je volgens hem
bijvoorbeeld iemand interviewt ‘Muss (mann) sich auf die
Interviewten und das, was sie zu erzählen haben,
einlassen, um daraus etwas zu lernen. Und dazu gehören
die Perspektivenübernahme und auch ein emotionales
Sich-Einlassen, sonst fehlt schon die Motivation,
geschweige denn, dass sich Gelerntes ohne affektive
Beteiligung einprägte (4).’
Barton en Levstik (2004) menen dat er weliswaar verschil
bestaat tussen cognitieve en affectieve empathie, maar
vinden beide belangrijk, het moet zowel gaan om
'perspective recognition’ als om ‘caring'. Bij het
onderkennen van het perspectief gaat het om:
-
het onderkennen dat de waarden, opvattingen, geloofsovertuigingen en intenties van historische personen kunnen verschillen van die van de onderzoeker;
-
het onderkennen dat individuen en groepen er verschillende waarden, opvattingen en geloofsovertuigingen op na hielden en houden;
-
het onderkennen dat andere perspectieven normaal en betekenisvol zijn en niet ‘stom’;
-
de bereidheid om acties en gebeurtenissen te verklaren vanuit historische waarden, opvattingen en geloofsovertuigingen. Uiteraard moeten deze verklaringen gebaseerd zijn op historisch bewijs;
-
Het onderkennen dat het eigen perspectief afhankelijk is van een historische context.
In de Amerikaanse National
Standards voor geschiedenis spreekt men van 'historical
perspectives' en wordt gewezen op het gevaar van
‘presentism’: ' the ability to describe the past through
the eyes and experiences of those who were there, as
revealed through their literature, art, artifacts, and
the like, and to avoid ‘present-mindedness,’ judging the
past solely in terms of the norms and values of today.
(5)”
Veel historici, onder wie Arie Wilschut (2011), gaan nog
een stap verder. De historicus moet zich er, volgens
hem, toe beperken de rol van waarden in het verleden (de
waardebetrekkingen in de terminologie van Weber) weer te
geven, en zich niet inlaten met het geven van een eigen
waardeoordeel (een waardering). Hoewel een waardevrije
geschiedwetenschap moeilijk voorstelbaar is, streven
historici ernaar morele oordelen te vermijden,
gemotiveerd door de overweging dat de ene tijd het recht
niet heeft over de andere te oordelen, omdat iedere tijd
vanuit zichzelf moet worden begrepen. Een historistisch
standpunt impliceert dat bovenhistorische waarden niet
bestaan. Geschiedenis moet in de eerste plaats uit zijn
op begrijpen en verklaren, niet op oordelen, zo menen
sommigen (6). Ook volgens Jill Jensen (2008) is het niet de
bedoeling om het verleden te beoordelen met hedendaagse
maatstaven. 'Students must understnd why a historical
person acted the way he or she did, based on the culture
of the time period being studied.'
In het Duits wordt het begrip Perspektivenübernahme
gebruikt met een vergelijkbare lading. Franziska Conrad
(2011) bijvoorbeeld meent, teruggrijpend op Goetz
(1995), dat het er bij Perspektivenübernahme in de
eerste plaats om gaat de motieven, intenties en het
beeld dat mensen van zichzelf hebben, te begrijpen,
waarbij het in de historische hermeneutiek van belang is
het gedachtengoed van mensen uit het verleden niet
alleen vanuit de eigen ervaringen te beoordelen. Je moet
rekening houden met de context en het perspectief van de
historische personen meewegen. Juist in dit afstand
nemen en in het contextualiseren on
derscheidt historisch begrijpen zich volgens Faber (1972) van het alledaagse begrijpen. Leerlingen moeten bereid zijn zich in de gedachten en gevoelens van historische personen te verplaatsen en proberen in hun schoenen te gaan staan. Daarnaast moeten leerlingen de sociaal-economische en politieke omstandigheden meewegen en hoe dit hun kijk op de wereld beïnvloedde.
Lee en Ashby (2006) en Barton en
Levstik (2004) hebben in hun omschrijving van het
concept daarnaast oog voor het bijzondere en
individuele. Zo definiëren Lee en Ashby historische
empathie als 'the ability to see and entertain as
conditionally appropriate, connections between
intentions, circumstances, and actions, and to see how
any particular perspective would actually have affected
actions in particular circumstances.' Kaya Yilmaz (2009)
definieert historische empathie als volgt: 'Empathy or
historical imagination is the ability to see and judge
the past in its own terms by trying to understand the
mentality, frames of reference, beliefs, values,
intentions, and actions of historical agents using a
variety of historical evidence. Empathy is the skill to
re-enact the thought of a historical agent in one’s mind
or the ability to view the world as it was seen by the
people in the past without imposing today’s values on
the past.'
|
Mensenoffers Eén aspect van de Meso-Amerikaanse cultuur heeft de Europeanen vanaf het begin met rillende sensatiezucht dan wel afkeer vervuld: de mensenoffers. Alle religies kennen vormen van offeren. Lees er de Bijbel maar op na. Maar waarschijnlijk nergens nam het offer een zulkdanige plaats in als hier. Al sinds de Mexicaanse oudheid ontwikkelden deze culturen een traditie van offeren, in de vorm van giften aan de voorouders en godheden. Het ging daarbij voornamelijk om objecten van aardewerk, stof, hout, been, metaal of andere materialen. Doorgaans werden deze in manden of gaten in de grond of in piramiden of paleizen geplaatst en later met aarde of stenen bedekt. Bij de Azteken, de jongste cultuur, ontaardde dit in een ware orgie van mensenoffers, duizenden ieder jaar. Nezahualpilli (1464-1515), Hongerige (= vastende) Prins, Grote Spreker van het met Tenochtitlan verbonden Texcoco, en vooral zijn vader Nezahualcoyotl (1402 - 1472), Hongerige Prairiewolf, de grootste dichter en ziener uit de voor-Spaanse periode, hadden de heersers van de Azteken reeds decennia eerder gewaarschuwd dat de overdaad van bloedoffers de gramschap van de goden zou oproepen. Voor mij is dit het sterkste voorbeeld van godsdienstige aliënatie (vervreemding), om met Karl Marx te spreken: verering van een Opperwezen wordt godsdienst; dit groeit uit tot een institutionele religie met rituelen, een kerk, een priesterkaste. Dit ‘bouwwerk’ gaat een eigen leven leiden, los en soms tegen de oorspronkelijke bedoeling in. Ook in het christendom is dit gebeurd. Denk maar aan kruistochten als heilige oorlog tegen de ongelovigen, de brandstapels voor ketters en heksen. De religieuze filosofie die hier in Mexico achter zit is de volgende: de goden hebben zich voor ons geofferd om het huidige tijdperk van de Vijfde Zon te scheppen. Daarom is het de hoogste en edelste plicht van de mens om zich op zijn beurt te offeren voor de goden. Dit offeren gebeurde voor of in de tempel die gebouwd was op een steile trappenpiramide. Nadat het hart van het nog levende offer met een stenen mes was uitgesneden, hief de priester het naar de zon als voedsel voor de zonnegod (De zonnegod moest dagelijks gevoed worden met nog kloppende harten, om in beweging te kunnen blijven) Dan deponeerde hij het hart in een zogenaamde Adelaarsvaas (quauxcicalli). Volgens de mythen vloog een adelaar met het hart van de geofferde naar de zonnegod en het hiernamaals. Het lichaam werd langs de trappen van de piramide naar beneden gegooid, aan de voet van de trap in stukken gesneden door de priesters en de stukjes verdeeld onder de gelovigen, die door deze “communie” een werden met de god en dus een beetje god werden. Bron: Jos Martens |
Kijken we ten slotte naar wat er in de
werkversie van de syllabus bij het nieuwe
Nederlandse examenprogramma (2008) staat over
historische empathie. Leerlingen moeten bij het
geven van oordelen rekening houden met de tijd- en
plaatsgebondenheid van interpretaties en oordelen
afkomstig van personen uit het verleden en afkomstig
van hedendaagse personen, onder wie zij zelf. Zij
moeten rekening houden met motieven, interesses,
waarden, normen en verwachtingen van mensen in
andere tijden. Zij houden er rekening mee dat
personen tijdgebonden zijn, dat wil zeggen dat
mensen geen kennis hebben of kunnen hebben van
latere gebeurtenissen (ondanks dat sommige gevolgen
verwacht/voorspeld worden) en dat zij plaatsgebonden
zijn, dat wil zeggen dat mensen slechts toegang
hebben tot kennis en ervaringen die binnen hun
persoonlijke leefwereld aanwezig zijn. Mensen zijn
ook uniek, dat wil zeggen dat mensen binnen die
tijd- en plaatsgebondenheid op een individuele
manier omgaan met kennis en ervaringen en daardoor
verschillen in wat ze wel of niet belangrijk vinden,
goed of slecht, leuk of vervelend. Daarbij spelen
persoonlijke kenmerken een rol (bijvoorbeeld sekse,
leeftijd, politieke of godsdienstige overtuiging,
achtergrond, karakter).
Wat leerlingen moeten kunnen
Op basis van het voorafgaande
kunnen we historische empathie als volgt
omschrijven:
Historische empathie is het - op basis van
bewijsmateriaal - ontwikkelen van inzicht in en het
begrijpen van het denken, voelen en handelen van
mensen in een bepaalde periode en op een bepaalde
plaats, daarbij rekening houdend met zowel de normen
en waarden uit die tijd als de normen en waarden van
de eigen tijd en die van de onderzoeker.
Dat is voor leerlingen voorwaar geen eenvoudige
opgave. Zij moeten zich er niet alleen van bewust van
zijn wat het betekent om met een geschoolde historische
blik te kijken naar het verleden, maar ook de bereidheid
hebben deze historische houding toe te passen. Zij
moeten willen reflecteren op hun eigen opvattingen in
relatie tot het analyseren van het denken en handelen
van historische personen. Kortom het is, zoals Lee en
Ashby (2001, 25) zeggen ‘hard thinking’:
'Empathy, as historical understanding, demands hard
thinking on the basis of evidence. It requires
students to know some history, and to be able to use
that knowledge in order to explain actions and
institutions. If it is to be given any sensible
meaning in history, empathy is where you get when
you have done the hard thinking, and produced an
explanation based on the evidence you can find. It
means entertaining complex ideas and seeing how they
shape views of historical circumstances and goals,
even when such ideas and goals may be very different
from (and perhaps opposed to) our own.‘
Historische empathie is een
complexe competentie, waarvan de einddoelen (die
leerlingen geacht worden te beheersen op het eind van
het secundair onderwijs), als volgt geformuleerd kunnen
worden:
Attitude
Leerlingen hebben de bereidheid om het handelen van
mensen - op basis van bewijsmateriaal - te verklaren
vanuit historische waarden, opvattingen en (geloofs-)
geloofdsovertuigingen. Zij zijn zich er daarbij
tegelijkertijd van bewust dat zij deze verklaringen
geven vanuit hun eigen perspectief dat ook door waarden,
opvattingen en (geloofs-) overtuigingen gekleurd wordt.
Bovendien zijn zij zich ervan bewust dat zij rekening
moeten houden met de historische context en dat hun
verklaringen mogelijk verschillen van die van
historische personen. Zij zijn bereid rekening te houden
met het feit dat mensen in een bepaalde tijd geen kennis
hadden van latere gebeurtenissen en dat mensen vaak geen
kennis konden hebben van kennis, ervaringen en
ontwikkelingen elders in de wereld.
Vaardigheden
Leerlingen kunnen historisch bronnenmateriaal analyseren
en op grond van deze analyse beredeneerde conclusies
trekken met betrekking tot het handelen, denken en
voelen van mensen. Zij houden rekening met het feit dat
dit handelen, denken en voelen, zowel door collectieve
als persoonlijke waarden, opvattingen en (geloofs-)
geloofsovertuigingen wordt bepaald.
Kennis
Leerlingen hebben kennis van zowel de context waarin het
handelen van mensen plaatsvindt als van de
voorgeschiedenis van gebeurtenissen. Zij weten dat zaken
als sekse, leeftijd, politieke en/of geloofsovertuigen,
persoonlijke ervaringen, achtergrond en karakter van
invloed (kunnen) zijn op het denken en handelen van
mensen.
Op basis van het werk van o.a. Yeager en Foster e.a.
(1998), Riley (1998), Portal (1987), Lee en Ashby (2001)
kunnen we een overzicht maken van wat een leerling
allemaal in huis moet hebben om met succes historische
empathie ten toon te kunnen spreiden. Hij moet:
-
kennis hebben van de context en het verloop/afloop van de gebeurtenis;
-
zich verplaatsen in het denken van individuen uit het verleden middels een heuristiek van contextualisatie;
-
moeten werken met authentieke historische bronnen en met een apparaat om de bronnen te bevragen op bruikbaarheid, authenticiteit, taal, perspectief en vooringenomenheid;
-
beschikken over kennis van feiten, concepten en interpretaties;
-
weten wat historisch verantwoorde conclusies zijn;
-
een beargumenteerde historische reconstructie maken, rekening houdend met opvattingen, waarden, doelen en gevoelens van personen uit het verleden;
-
zijn standpunten met argumenten onderbouwen en zich bewust zijn van het voorlopige karakter ervan;
-
het evenwicht zien te vinden tussen speculatie en methodisch onderzoek;
-
het perspectief van mensen in het verleden onderzoeken, beoordelen en begrijpen en begrijpelijk maken voor mensen uit het heden;
-
zijn eigen opvattingen (in ieder geval tijdelijk) ter zijde kunnen zetten als hij het verleden onderzoekt om het gevaar van 'presentism' te vermijden.
Zijn leerlingen in staat tot historische empathie?
Historische empathie is een belangrijk concept in het
geschiedenisonderwijs. Het helpt leerlingen om zich meer
bewust te worden van zichzelf (Blake, 1998 en
VanSledright, 2001), maar ook om zich voor te bereiden
op hun actieve deelname aan de samenleving (Barton en
Levstik, 2004). Maar zijn leerlingen ook in staat tot
historische empathie?
Lee en Ashby (2001) viel het op dat leerlingen het
verleden vaak verklaren vanuit bepaalde vooropgezette
meningen over de loop der geschiedenis. Zij zien het
verleden bijvoorbeeld als een proces waarin er telkens
meer kennis komt of waarin de techniek zich steeds
verder ontwikkelt. Als gevolg daarvan beoordelen zij
bepaalde periodes als inferieur in vergelijking met het
heden.
Ook hebben leerlingen vaak de neiging te vervallen in
'presentism' ((Wineburg, 2001, Barton, 1996 ). Ze
bekijken het verleden dan door de lens van het heden en
dat maakt contextualiseren en het onderkennen van de
waarde van andere perspectieven moeilijker. Zij hebben
vaak moeite met, of niet de bereidheid tot, het bekijken
van zaken vanuit een ander perspectief dan het
hedendaagse perspectief: 'temporal decentering'.
Leerlingen constateren vaak dat bepaalde zaken er 'nog
niet' waren, of ze zien toestanden in het verleden als
een substituut voor iets hedendaags dat er eigenlijk had
moeten zijn: kaarsen waren een soort vervanging voor de
gloeilamp, en melk werd vroeger in flessen bezorgd omdat
de mensen nog geen karton hadden. Kleding van nu is
vanzelfsprekend leuker dan die van vroeger, 'cause I
wouldn't really like wearing that stuff, like feathers
in my hat and stuff'. Britse onderzoekers hebben deze
houding, volgens Wilschut (2011), aldus getypeerd:
'People in the past did weird things and it does not
seem to be part of everyday intuitive understanding to
assume that these made sense.' Een onderzoek waarin
leerlingen van 7 tot 14 jaar werden geconfronteerd met
een, in hedendaagse ogen, uitzonderlijk wrede
bestraffing van slaven bij de Romeinen nadat één van hen
de meester had vermoord toonde aan dat leerlingen zelden
daden van Romeinen vanuit de toenmalige context
verklaarden. Eerder werden verklaringen gegeven uitgaand
van een tekort: ze wisten nog geen andere manieren om
het probleem op te lossen, ze hadden geen politie en
rechtbanken, ze hadden geen medicijnen, etc.
Ook hebben leerlingen de neiging, aldus Wilschut (2011,
94) om de afloop van gebeurtenissen te betrekken bij hun
oordeelsvorming. Onderzoek van de psycholoog Fischhoff
ondersteunt volgens hem de gedachte dat mensen grote
moeite hebben om bij de interpretatie van gebeurtenissen
uit het verleden de afloop niet mee te wegen. ‘Epistemic
egocentrism’ speelt ook volgens Royzman, Cassidy en
Baron (2003) een belangrijke rol. Zij definiëren dit
begrip als: 'a specific failure of perspective taking
that results from a difficulty in (..) setting aside the
relevant privileged information (knowledge) that one
knows to be unattainable to the other party, with a
result that one’s prediction of another’s perspective
becomes skewed toward one’s own privileged viewpoint'.
De mate waarin leerlingen in staat zijn tot historische
empathie verschilt niet alleen per leeftijdscategorie,
ook in een en dezelfde groep zijn er soms grote
verschillen. In haar onderzoek onder fifth grade
students ((10-11 jaar) ) trof Dulberg (2002) drie
niveaus aan:
-
Op het laagste niveau waren de leerlingen nogal geocentrisch (gingen uit van zichzelf). Zij konden moeilijk voorspellingen doen, hypotheses opstellen of zich iets voorstellen en vaak verwarden zij identificatie met herkenning van perspectief.
-
Op het tweede niveau zagen leerlingen wel dat er een verschil was tussen heden en verleden, maar gebruikten zij weinig bewijs en informatie.
-
Op het derde niveau hadden leerlingen wel oog voor verschillen tussen heden en verleden en konden zij dat ook onderbouwen. Ook waren zij in staat verbanden te leggen tussen andermans standpunten en ethisch gedrag.
Dulberg trekt uit haar onderzoek de conclusie dat leerlingen historische empathie kunnen leren, mits er (herhaaldelijk) mee geoefend wordt.
Brophy (1999) laat, in een onderzoek naar empathie met
betrekking tot indianen in de V.S., zien dat het niveau
van historische empathie toeneemt met de jaren. Het
lijkt er op dat inhoud en didactiek van het
geschiedenisonderwijs van belang zijn voor het ontwikkelen
van historische empathie. Opmerkelijk was overigens dat
de empathie voor indianen afnam naarmate er in de lessen
meer aandacht werd besteed aan de geschiedenis van
Europese Amerikanen.
Yeager e.a. (1998) deden onderzoek waarbij twee groepen
leerlingen een verklaring moesten geven voor het besluit
van Truman om de atoombom te gebruiken. De eerste groep
kreeg alleen een tekst in het tekstboek voorgelegd, de
tweede groep verschillende (primaire) bronnen. De tweede
groep was beter in staat een nauwkeurig, van inzicht
getuigend, verhaal te maken waarin zij ook hun eigen
perspectief meenamen.
Doppen's onderzoek (2000) over hetzelfde onderwerp (het
gebruik van de atoombom) waarin leerlingen werkten met
primaire en secundaire bronnen toont aan dat een
procedure van hardopdenken de leerlingen aanzette tot
historische empathie, waarbij onderzoeksvragen de
leerlingen hielpen om zich te richten op bewijs en zich
niet te veel te laten leiden door emoties. Opvallend was
dat leerlingen, hoewel zij geconfronteerd werden met
perspectieven uit andere landen, toch de neiging hadden
het werpen van de atoombom te bekijken vanuit Amerikaans
perspectief.
Grant (2001) toonde aan dat leerlingen die alleen maar
een instructieles kregen weinig tot geen zicht hadden op
verschillende perspectieven in een bepaalde periode.
Omgekeerd ontwikkelden leerlingen die werkten met
verschillende werkvormen wel begrip van
multiperspectiviteit. Zij herkenden niet alleen dat er
verschillende perspectieven bestonden, maar zagen ook de
waarde ervan in.
Ook meer recente studies (Kohlmeier, 2006, Jensen, 2008,
Brooks, 2008) laten zien dat er verschillende manieren
zijn om leerlingen historische empathie bij te brengen,
bijvoorbeeld via het voeren van socratische gesprekken,
debatten en schrijfopdrachten in de eerste en derde
persoon.
Cunningham (2007), tenslotte, deed onderzoek naar de
manier waarop docenten aandacht besteden aan het
ontwikkelen van historische empathie. Factoren die
hierbij een rol speelden waren o.a. de inschatting die
docenten maakten van de capaciteiten van leerlingen, hun
misconcepties en voorkennis, maar ook het gedrag en de
attitudes van leerlingen speelden een rol. Andere
factoren die een rol spelen zijn de beschikbare
hoeveelheid tijd, de beschikbaarheid en kwaliteit van
bronnen en de specificaties in het curriculum en de
exameneisen. Natuurlijk spelen ook de opvattingen en de
kennis van docenten zelf een rol.
De resultaten van deze onderzoeken verbazen niet. Het
blijk geven van historische empathie is een complexe competentie
en die krijg je alleen onder de knie door veel zelf te
oefenen. Dit kan blijkbaar op veel verschillende
manieren, maar niet via instructielessen.
Vanuit de (ontwikkelings) psychologie lijken er geen
belemmeringen te zijn om met leerlingen te werken aan
het ontwikkelen van historische empathie (zie kader).
|
Een kat in het nauw Mieke, een meisje van acht, is de beste boomklimmer van allemaal. Op een dag echter valt ze uit de boom. Gelukkig heeft ze zich geen pijn gedaan, maar haar vader, die het zag gebeuren, heeft haar laten beloven nooit meer in bomen te klimmen. Later die dag ontmoeten Mieke en haar vrienden Alain. Diens poes is in een boom geklommen en durft er niet uit meer te klimmen. Mieke is de enige die goed genoeg kan klimmen om de poes er uit te halen, maar zij bedenkt zich wat ze haar vader heeft beloofd. Als kinderen worden geconfronteerd met vragen als: ‘Moet Mieke gestraft worden als ze in de boom klimt?’ of ‘Zal haar vader het begrijpen als ze het doet?’ of ‘Zal Alain het begrijpen als Mieke aarzelt in de boom te klimmen.’ zullen hun antwoorden variëren al naar gelang hun leeftijd. Kinderen van 7-12 kunnen zich verplaatsen in een andere persoon en kunnen hun eigen gedachten, gevoelens en gedrag bekijken vanuit het perspectief van de ander. Zij herkennen dat anderen dat ook kunnen. Zij beginnen in deze fase te onderkennen dat mensen verschillend denken en voelen en zij beginnen zich te realiseren dat er niet een waar en geldig perspectief is. Zij onderkennen dat motieven met elkaar in conflict kunnen zijn (self-respective perspective taking). In antwoord op de vraag of Mieke gestraft moet worden zullen zij antwoorden: ‘Nee, Mieke weet dat haar vader zal begrijpen waarom ze toch in een boom is geklommen.’ Dit antwoord gaat ervan uit dat Mieke’s standpunt beïnvloed wordt door het feit dat haar vader zich in haar kan verplaatsen en begrip zal opbrengen voor haar keuze. Kinderen van 10-15 kunnen uit een ‘twee personen situatie’ stappen en zich voorstellen hoe een derde, onpartijdige partij, kijkt naar eigen en andermans gezichtspunt. Zij proberen te reflecteren op de motieven van mensen die verschillend kunnen zijn en zij proberen die met elkaar te verzoenen (third-party perspective-taking). In antwoord op de vraag of Mieke gestraft moet worden zullen zij antwoorden: ‘Nee, omdat Mieke meende dat het belangrijk was de poes te redden. Maar ze weet ook dat haar vader haar had verboden in bomen te klimmen. Daarom moet ze bedenken dat ze niet gestraft zal worden als ze haar vader duidelijk kan maken waarom ze toch in een boom is geklommen. In dit antwoord stapt Mieke uit de situatie en kijkt ze gelijktijdig vanuit haar eigen perspectief en dat van haar vader naar de vraag. Kinderen van 14 jaar en ouder begrijpen dat dit innemen van het perspectief van een derde partij beïnvloed kan worden door een of meer grotere maatschappelijke waarden (societal perspective-taking). In antwoord op de vraag of Mieke gestraft moet worden zullen zij antwoorden: Nee, het redden van dieren in nood rechtvaardigt Mieke’s keuze. Haar vader zal haar actie om deze reden waarderen en haar niet straffen. Naar mate kinderen ouder worden kunnen zij rekening houden met meer informatie. Zij realiseren zich dan dat verschillende mensen verschillend op een situatie kunnen reageren. Zij ontwikkelen dan het vermogen om het perspectief van verschillende mensen in een situatie te analyseren vanuit het gezichtspunt van een objectieve buitenstaander. Ook kunnen zij zich voorstellen hoe verschillende culturele en sociale waarden de percepties van een buitenstaander kunnen beïnvloeden. Bron: Robert Selman |
Niveaus van historische empathie
Lee en Ashby (2001) en in navolging van hen ook
Hartmann (2008) en Conrad (2011) onderscheiden vijf
niveaus van historische empathie. Onderstaande
beschrijving van de niveaus en de voorbeelden van een
antwoord dat leerlingen zouden kunnen geven zijn van hen
afkomstig. Nader zou moeten worden onderzocht welk
niveau op welk moment van de opleiding voor leerlingen
haalbaar is.
Niveau 1 The ‘Divi’Past
De leerling is in feite niet tot historische empathie in
staat. Mensen in het verleden worden afgeschilderd als
dom en "ouderwets", ze wisten niet beter. De leerling is
gefixeerd op het heden en doet geen poging zich te
verplaatsen in de historische persoon of situatie.
Voorbeeld
"De mensen in de middeleeuwen lieten zich door de kerk
voor de gek houden. Die buitte de gelovigen alleen maar
uit. De vrouwen in de steentijd moesten het huishouden
doen en de kinderen opvoeden."
Niveau 2 Generalized Stereotypes
De leerling geeft stereotype, clichématige, typeringen
van het denken en ‘achterlijke’ handelen van historische
personen.
Voorbeeld
"Altijd is de kleine man de klos. Daarom werd hij altijd
uitgebuit. Daarom is het begrijpelijk dat slechts
weinigen tegen onrecht vochten."
Niveau 3 Everyday Empathy
Het handelen en denken van historische personen wordt
beoordeeld op grond van eigen levenservaringen. Er is
enigszins sprake van reflectie, maar altijd vanuit
hedendaagse opvattingen.
Voorbeeld
"Bij ons thuis gaat het op dezelfde manier. Als we een
geschil hebben, praten we met elkaar en zoeken een
oplossing. Zo hebben de plebejers en de patriciërs het
ook gedaan."
Niveau 4 Restricted Historical Empathy
De leerling is zich bewust van verschillen tussen heden
en verleden en analyseert deze. De analyse blijft
beperkt tot de unieke situatie. Er wordt nog geen
rekening gehouden met de bredere historische context.
Voorbeeld
Noten
"Het feit dat Luther zijn uitspraken niet terug nam had
met zijn sterke geloof in het belang van het woord van
God te maken. Dit kon keizer Karel V niet over zijn kant
laten gaan, anders zou zijn machtspositie aangetast
worden."
Niveau 5 Contextual Historical Empathy
De leerling maakt duidelijk onderscheid tussen het
perspectief van historische personen en de onderzoeker,
tussen heden en verleden. Bij het reconstrueren en
beoordelen van het denken en handelen van historische
personen wordt rekening gehouden met de historische
context. Ook wordt rekening gehouden met niet direct
bewuste motieven.
Voorbeeld
"Het feit dat Luther zich niet liet dwingen zijn
uitspraken terug te nemen, had aan de ene kant te maken
met zijn opvattingen over de betekenis van de Bijbel als
Gods woord, anderzijds ook met het antiklerikale
sentiment in de samenleving, vooral onder humanisten,
die de positie van Paus en kerk hadden ondermijnd en
door wie Luther beïnvloed was. Misschien werd hij ook
gesterkt door het groeiend aantal aanhangers van zijn
heilsleer. In hoeverre hij zich bewust was van zijn
motieven en hetgeen hem beïnvloedde valt niet aan te
tonen."
1. In het programma dat gebaseerd was op het rapport van de Commissie Herziening Eindexamen Geschiedenis (HEG) uit 1986.
2. Fischer (1971) verwoordt de aard van het historisch denken in zijn boek Historians’ Fallacies als volgt: “Het is een proces van adductief redeneren in de simpele betekenis van het voegen van antwoorden bij specifieke vragen, zodat een bevredigende en ‘passende’ verklaring gevonden wordt. De antwoorden kunnen zowel algemeen als specifiek zijn, naar gelang de eisen van de vragen. De geschiedkunde is, kortweg, een probleemoplossende tak van wetenschap.”
3. Lamm, C., Batson, C.D., & Decety, J. (2007). The neural basis of human empathy: Effects of -perspective-taking and cognitive appraisal. Journal of Cognitive Neuroscience, 19, No. 1, 42–58. (Samenvatting).
4.
Kaiser, Wolf, Zeitzeugenberichte in der
Gedenkstättenpädagogik, verkregen op 24-03-2011 van
http://www.gedenkstaettenforum.de/nc/gedenkstaetten-rundbrief/rundbrief/news/zeitzeugenberichte_in_der_gedenkstaettenpaedagogik/
6. Blom, J.C.H. (1986), 'In de ban van goed en fout? Wetenschappelijke geschiedschrijving over de bezettingstijd in Nederland', in: Abma, G., Kuiper, Y. & Rypkema, J., Tussen goed en fout. Nieuwe gezichtspunten in de geschiedschrijving 1940-1945, p. 30-52. Franeker: Wever. (Integrale herdruk van de inaugurele oratie van Blom te Amsterdam d.d. 12 december 1983).
Lesmateriaal
Referenties
Barton, Keith C. (1996) 'Did the Evil Just Run Out of Justice? Historical Perspective Taking Among Elementary Students,” paper presented at the annual meeting of the American Educational Research Association, New York.'
Barton, K.C. & Levstik, L.S. (2004) Teaching for the
common good. Mahwah, NJ: Larence Erlbaum Associates,
Publishers.
Blake, C. (1998) Historical Empathy: A Responde tot
Foster and Yeager. International Journal of Social
Education, /3(1), 25-31
Blom, J.C.H. (1986), 'In de ban van goed en fout?
Wetenschappelijke geschiedschrijving over de
bezettingstijd in Nederland', in: Abma, G., Kuiper, Y. &
Rypkema, J., Tussen goed en fout. Nieuwe gezichtspunten
in de geschiedschrijving 1940-1945, p. 30-52. Franeker:
Wever. (Integrale herdruk van de inaugurele oratie van
Blom te Amsterdam d.d. 12 december 1983) in Wilschut
(2011).
Brooks, S. (2009) Historical Empathy in the Social
Studies Classroom: A Review of the Literature, in
Journal of Social Studies Research, Fall 2009.
Brooks, S. (2008). Displaying historical empathy: What
impact can a writing assesment have? Social Satudies:
Research and Practice, 3 (2). 130-146
Brophy, J. (1999) Elementary students learn about Native
Americans: The development of knowledge and empathy.
Social Education, 63, 39-45.
Bryant, D. en Clark, P. (2006) Historical empathy and
Canada: a people's history, in Canadian Journal of
Education 29, 4 (2006): 1039-1064. Verkregen op
29-01-2011 van
http://www.csse-scee.ca/CJE/Articles/FullText/CJE29-4/CJE-4-BryantClark.pdf
Conrad, F. (2011), Perspektivenübernahme, Sachurteil und
Werturteil. Drei zentrale Kompetenzen im Umgang mit
Geschichte, in Geschichte Lernen,139, 2011.
Velber: Friedrich Verlag.
Davis, O. L., Yeager, E. A., & Foster, S. J. (Eds.). (2001). Historical empathy and perspective taking in the social studies. New York: Rowman & Littlefield Publishers, Inc.
Doppen, F.H. (2000). Teaching and learning multiple
perspectives: The atomic bomb. The Social Studies, 91,
159-169
Downey, M. T. (1995). Perspective taking and
historical thinking: Doing history in a fifth-grade
classroom. Paper presented at the annual meeting of
the American Educational Research Association, San
Francisco, CA.
Dulberg, N. (2002). Engaging in history: Empathy and perspective-taking in children’s historical thinking. Paper presented at the annual meeting of the American Educational Research Association, New Orleans, LA.
Faber, K-G. (1972) Theorie der Geschichtswissenschaft,
München.
Fischer, D.H. (1971) Historians' Fallacies: Toward a Logic of Historical Thought. London: Routledge & Kegan Paul Ltd.
Goetz, H.-J. (1995). Umgang mit Geschichte, Eine
Einführung in die Geschichtstheorie.
Reinbek
Hartmann, U (2008) 4. Perspektivenübernahme als
Kompetenz historischen Verstehens, Dissertation
Göttingen 2008
Hartmann, U. & Hasselhorn, M. (2008). Historical
perspective taking – a standardized measure for an
aspect of students’ historical thinking. Learning and
Individual Differences , 18 , 264–270.
Hartmann, U, Sauer, M en Hasselhorn, M. (2009). Perspectivenübernahme als Kompetenz für den Geschichtsunterricht. Theoretische und empirische Zusammenhänge zwischen fachspezifischen und sozail-kognitiven Schülermerkmalen. Zeitschrift für Erziehungswissenschaften, 2009, Heft 2, 321-342. Verkregen op 13 december 2011 van https://goedoc.uni-goettingen.de/bitstream/handle/1/6823/11618_2009_Article_70.pdf?sequence=1
Jensen, J. (2008) Developing Historical Empathy through Debate:An Action Research Study, in Social Studies Research and Practice.Volume 3, Number 1, Spring 2008, verkegen op 29 januari 2011 van http://www.socstrp.org/issues/PDF/3.1.4.pdf
Kaap, A. van der (2011) Buiten je tijd denken. http://histoforum.net/2011/historischeempathie
Kohlmeier, J. (2006). “Couldn’t she just leave?”: The relationship between consistently using class discussions and the development of historical empathy in a 9th grade world history course. Theory and Research in Social Education, 34, 34-57.
Koneczny, Thomas (2008). Multiperspektivität im Geschichtsunterricht. München/Ravensburg: GRIN Verlag. Verkregen op 11-02-2011 van http://books.google.nl/books?id=pa-rjEpqRokC&lpg=PA20&ots=8oMdJt38OI&dq=perspektiven%20%C3%BCbernahme%20geschichtsunterricht&pg=PA20#v=onepage&q&f=false
Lamm, C., Batson, C.D., & Decety, J. (2007). The neural basis of human empathy: Effects of -perspective-taking and cognitive appraisal. Journal of Cognitive Neuroscience, 19, No. 1, 42–58. (Samenvatting).
Lee, Peter J. en Ashby (2001). Rosalyn Empathy, Perspective Taking, and Rational Understanding, in Historical Empathy and Perspective Taking in the Social Studies, ed. O. L. Davis, Elizabeth A. Yeager, and Stuart J. Foster (Lanham, MD: Rowman and Littlefield, 2001), 25.
National Center for History in the Schools, The National
Standards for History. Verkregen op 3 januari 20011 van
http://www.sscnet.ucla.edu/nchs/standards.
Portal, Christopher (1987) “Empathy as an Objective for
History Teaching,” in The History of Curriculum for
Teachers, ed. Christopher Portal (London: Palmer Press,
1987), 83-133.
Riley, K. L. (1998) 'Historical Empathy and the
Holocaust: Theory into Practice,' International Journal
of Social Education 13 (1998): 32-42.
Simonsz, C. (2009). Huydecoper onder de loep. Standplaatsgebondenheid onder de loep. Verkregen op 3 januari 2011 van http://www.google.nl/url?sa=t&source=web&cd=1&ved=0CBcQFjAA&url=http%3A%2F%2Figitur-archive.library.uu.nl%2Fstudent-theses%2F2009-0901-200206%2FHuydecoper%2520onder%2520de%2520loep%2C%2520standplaatsgebondenheid%2520in%2520de%2520lespraktijk.pdf&ei=P6ghTfaTOtX_4AbzrbGGAg&usg=AFQjCNEA7oUS33vUxoR6bvB8ddqZeRSwPw
Wilschut, A.H.J. (2011). Beelden van tijd. De rol van historisch tijdsbewustzijn bij het leren van geschiedenis. Van Gorkum
Yeager, Elizabeth A. en Foster, Stuart J. (1998) 'The Roles of Empathy in the Development of Historical Understanding,” International Journal of Social Education 13 (1998): 1-7.
Yeager, E. A., Foster, S. J., & Maley, S. D. (1998). Why people in the past acted as they did: An exploratory study in historical empathy. International Journal of Social Education, 13(1), 8-24.
Yeager, Elizabeth A. en Foster,
Stuart J., Maley, S.D., Anderson, T & Morris III,
J.W.(1998). Why people in the past acted as they did: An
exploratory study in historical empathy.
International Journal of Social Education, /3(1),
8-24.
Yilmaz, Kaya (2007). Historical Empathy and Its
Implications for Classroom Practices in Schools in
The
History Teacher 40.3, 2007. Verkregen op 3 januari 2011
van
http://www.historycooperative.org/journals/ht/40.3/yilmaz.html
Werkversie conceptsyllabus pilot havo en vwo examen
(2008). Verkregen op 3 januari 2011 van
http://www.cve.nl/document/werkversie_conceptsyllabus_pilot_4
Wineburg, S. (2001) Historical Thinking and Other Unnatural Acts. Charting the Future of Teaching the Past. Philadelphia: Temple University Press.
Tijd- en plaatsgebondenheid

Historical empathy
-
Historical empathy is a process that leads to an understanding and explanation of why people in the past acted as they did.
-
Historical empathy involves an appreciation of historical context and chronology in the evaluation of past events.
-
Historical empathy is reliant upon a thorough analysis and evaluation of historical evidence.
-
Historical empathy involves an appreciation of the consequences of actions perpetrated in the past.
-
Historical empathy demands an intuitive sense of a bygone era and an implicit recognition that the past is different from the present.
-
Historical empathy requires a respect for, an appreciation of, and a sensitivity toward, the complexity of human action and achievement.
Ontleend aan
S.Foster
Jagers met geheugenverlies
Brugklas leerlingen krijgen
opdracht een overlevingsplan te maken voor een groep prehistorische
jagers en verzamelaars die plotseling aan geheugenverlies leden.
Eén groepje leerlingen 'verzond' het overlevingsplan in een envelop gericht
aan ‘de geachte heren jagers en verzamelaars in Eurazië’. Toen ik
meisje dat de brief inleverde, erop aansprak dat de verzamelaars
waarschijnlijk vooral vrouwen waren, meldde ze prompt dat het een mannelijk
groepslid was geweest dat het adres had getypt. Het overlevingsplan opent
met een afbeelding van een kale schedel en de tekst: 'beste
jagers/verzamelaars, we denken dat jullie er niet zo uit willen zien, dus
luister naar ons'. Dit groepje heeft als enige een paragraaf gewijd aan
de gezondheidszorg: 'Medicijnen vind je in het bos. Je moet aan iemand
die er verstand van heeft vragen welke giftig zijn of niet. En welke je
kunnen genezen. Meestal is rust het beste medicijn. Als iemand echt niet
meer kan leven moet je hem dood maken.'
Slachtoffer of dader?
Op 30 november 2009 begon in München het proces tegen John Demjanjuk,geboren op 3 april 1920 in de Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij als soldaat in het Rode leger krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers, waarna hij kampbewaker werd in o.a. het concentratiekamp Sobibor. Hij wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de dood van bijna 28.000 mensen. 'I find it an unbearable injustice that Germany is trying to make me, a prisoner of war, into a war criminal with this trial,' zei Demjanjuk tegen de rechters. Ik ben 'forcibly deported to Germany and used as slave labour'.
Veel bewakers van dergelijke
kampen voerden als verdediging aan dat zij zelf de kogel kregen als zij niet
meewerkten. Volgens Johannes Houwink ten Cate is er nog nooit een voorbeeld
gevonden van iemand die daadwerkelijk is gedood als hij medewerking
weigerde. Maar wat als iemand dacht dat hij zou worden doodgeschoten als hij
niet meewerkte? En in hoeverre heeft iemand die zelf krijgsgevangene
was nog een vrije wil?
Historische empathie en humor
Om historische moppen te
kunnen begrijpen is, naast uiteraard kennis van de taal, historische
empathie nodig. Kennis van de sociale en culturele context is een
voorwaarde om om historische moppen te kunnen lachen. Maar ook is het
van belang om kennis te hebben van de normen die de samenleving of groep
stelde aan humor. In de groep moet er namelijk overeenstemming zijn
geweest over de culturele gepastheid van de tegenstellingen en
overdrijvingen in
humor.
Bron:
Nanne Hoogland
Copyright: Albert van der Kaap, 2011
