Histoforum

    Mongoolse horden?

laatste wijziging: 06-11-2011

 

Mongoolse horden? 

Eigentijdse bronnen verhalen vol ontzetting over de gruweldaden van de Tartaarse horden. (Tartaars is een verbastering van Tataren, een van de Turkse bondgenoten van de Mongolen, naar analogie met Tartaros, een rivier van de Griekse onderwereld.) De beschrijving stoelt op het massale en schijnbare wanordelijke van de Mongoolse aanvallen.

Schijnbaar, want Djenghis Khan smeedde zijn ruiters tot een streng gedisciplineerde vechtmachine, de meest moderne en professionele cavalerie van zijn tijd. Getraind in superieure strategische manoeuvres, meesterwerken van originaliteit en durf vond zij nergens ter wereld haar gelijke. Dit wordt in de BBC-documentaire geleidelijk aangebracht, doordat je de toepassingen van de strategie bij veldslagen in Mongolië en China ziet. 

Alle mannen ouder dan veertien jaar konden gemobiliseerd worden voor legerdienst. Zij moesten vier of vijf reservepaarden meenemen en naar hun eenheid reizen.  Net zoals eertijds bij de Romeinen was de ordoe (het legerkamp) opgesteld volgens vaste regels. Zo wisten nieuwkomers precies waar ze elk onderdeel konden vinden. 

De uitrusting woog veel minder dan die van westerse ridders. Op zijn lichaam droeg de krijger een zijden hemd, overgenomen van de Chinezen. Een pijl kon de wapenrusting doorboren, maar waarschijnlijk niet het dichtgeweven hemd. Meestal werd de zijde door de pijlpunt meegetrokken tot in de wond, zonder te scheuren. De zijde vergemakkelijkte het verwijderen zonder de wond te verergeren. (Zie je gebeuren in de documentaire)

Over het zijden hemd droeg de soldaat een tuniek. Bij de zware cavalerie kwam daar bovenop een maliënkolder en een kuras van met leer bedekte ijzeren platen. Iedere soldaat droeg een met leer bedekt rieten schild en een helm van leer of ijzer. Hij was bewapend met twee samengestelde bogen -de gevreesde Mongoolse ruiterboog- en een grote koker met niet minder dan zestig pijlen. Die boog, vervaardigd uit hout en yakhoorn, had een (hedendaags uitgetest) bereik van 500 meter. Ter vergelijking: de musketten ten tijde van Napoleon (ca. 1800) hadden een effectief bereik van 100 meter!

De lichte cavalerie droeg een klein zwaard en twee of drie speren, terwijl de zware brigade over een kromzwaard, een strijdbijl of knots en een vier meter lange lans beschikte. De zadeltas was meestal gemaakt van een koeienmaag. Die was waterdicht en opblaasbaar, tevens een handige drijver bij het oversteken van rivieren. 

Een ontmoeting met een vijandelijke legermacht was zelden een verrassing. Verkenners stonden in verbinding met de hoofdmacht, via een systeem van vlaggen en koeriers.

De geliefkoosde tactiek van de lichtbewapende voorhoede was de geveinsde vlucht om de vijand mee te lokken naar de hoofdmacht, die vaak verborgen in hinderlaag wachtte. Zowel bij de aanval als bij de schijnbaar wanordelijke aftocht vuurden zij een dodelijke regen pijlen af op de vijand.

Westerse commandanten konden de aanblik van vluchtende Mongolen niet weerstaan. Tegen de tijd dat de vijand de afgesproken plaats bereikte, waren zijn gelederen al erg verspreid geraakt en vormden ze een makkelijk doelwit. Vanaf 200 meter lieten de Mongoolse boogschutters pijlen neerhagelen totdat het leger van hun tegenstander grotendeels neergemaaid was en het tijd werd de zware cavalerie in te zetten. De zware brigade begon stapvoets, ging langzamerhand over in draf. En dan, op een teken van hun commandant en het bijbehorende tromgeroffel, weerklonk er een angstaanjagende kreet, zakten de lansen en gingen de paarden over tot galop.

De Mongolen demonstreerden een griezelig talent om de uitvindingen van de onderworpen volkeren in verbluffend tempo over te nemen, zeker als het over wapentuig ging. Zo vergezelden ballista’s en katapulten met hun Chinese en Perzische technici de grootscheepse invasiemacht naar Polen.

Tijdens de veldtochten in China en Chwarezm waren de Mongolen ware experts geworden op het gebied van belegeringstactieken en artillerie. Uit China hadden zij belegeringswapens overgenomen en aangepast aan gebruik op het slagveld. Zo was er een lichte katapult, die een projectiel met een gewicht van een kilo weg kon slingeren over honderd meter en een zwaarder exemplaar dat hetzelfde deed met een projectiel van elf kilo over 150 meter. Het lichtere apparaat kon gedemonteerd worden voor transport. Beide machines konden zowel gebruikt worden om stenen naar muren of poorten te werpen als om brandende teer naar de vijandelijke linies te slingeren. De artillerie werd pas werkelijk ontzagwekkend, toen de Mongolen machines buitmaakten op het leger van Chwarezm. De islamitische ontwerpen werden aangepast aan de hand van de lichtere Chinese modellen en zo ontstond er een wapen dat leek op de Europese katapult of trebuchet (slingerblijde) en een bereik had van meer dan 350 meter. Ook de ballista pasten zij aan. Deze reusachtige kruisboog kon een zware pijl afvuren over dezelfde afstand als een katapult, maar met een veel grotere precisie. Hij was licht genoeg om te worden meegedragen op het slagveld en geschikt voor gebruik tijdens een spervuur. 

Misschien wel de belangrijkste uitvinding namen de Mongolen over uit China. Daar was namelijk springstof ontwikkeld, waarmee de Mongolen waarschijnlijk voor het eerst in aanraking kwamen tijdens de oorlogen tegen de Tsjin. Explosieven werden op twee manieren gebruikt. Enerzijds konden massa’s raketten afgevuurd op de vijand. Die veroorzaakten weinig schade, maar veel paniek, zeker bij tegenstanders die nog nooit iets dergelijks hadden gezien. Anderzijds werden er granaten - vaten van klei vol springstof - met de hand of met katapulten weggeslingerd.  Een bombardement van stenen, brandende teer, granaten en vuurbommen op de vijandelijke linies werd gevolgd door een aanval van bereden boogschutters.

Het schouwspel van het Mongoolse leger in opmars moet ontzagwekkend zijn geweest. Elke tümen (een divisie van ruwweg 10.000 man) kon volledig zelfstandig opereren. Zij beschikte over extra wapens en uitrustingen. Deze voorraden werden op lastpaarden achter de soldaten aangevoerd. Ver weg in de achterhoede tussen de artillerie en reservetroepen, bevond zich de karavaan die het grootste deel van de bagage vervoerde op enorme aantallen kamelen en wagens. Sommige wagens waren beladen met voorraden en uitrustingen, maar vele droegen ook mobiele yoertes (ronde vilten tenten).   

Jos Martens

november 2011

 

     
 

Met onderstaande zoekmachine kunt u zowel zoeken op het www als binnen deze site en Histoforum

Google
Search WWW Search histoforum.digischool.nl