home inleiding opdracht werkwijze bronnen beoordeling reflectie docent


Michiel Adriaenszoon de Ruyter
 

Bron 1
Bron 2
Bron 3
Bron 4
Bron 5
Bron 6
Bron 7
Bron 8
Bron 9
Parodie op de heldenverering

In de tweede helft van de negentiende eeuw verscheen het gedicht 'Een draaiersjongen', waarvan de eerste twee regels waarschijnlijk wel de bekendste over De Ruyter zijn, al valt te betwijfelen of nog veel mensen weten waar deze over gaan:   

'in een blauwgeruite kiel, draaide hij aan 't groote wiel'.

Multatuli (Eduard Douwes Dekker), de schrijver van de Max Havelaar,  maakte een parodie op de in zijn ogen overdreven verering van de zeeheld. Het gedicht 'Op admiraal De Ruyter' van een zekere Leentje de Haas luidt: 

Hy is op een toren geklommen,
En heeft daar touw gedraaid,
Toen is hy op zee gekommen,
En werd met roem bezaaid.

Hy wou 't er niet by laten
En heeft Daleh geveld.
Toen hebben heren Staten
Hem aangesteld als held.

Toen is hy aangekomen
In 't roofziek Engeland.
Dat heeft hy zonder schromen
Belegerd en verbrand.

Hy heeft veel christenslaven
Met vryheid overstrooid.
Toen hebben Neêrlands braven
Zyn glazen ingegooid

Tot afschrik van verraders
Toen hy de zee bevoer,
Was zyn naam bestevader,
Zy vrouw was bestemoêr.

Hy gaf eer den here,
En was als Christen groot.
Toen kreeg hy door zyn kleren
Een kogel, en was dood.


Bron: Prud'homme van Reine, Ronald, Rechterhand van Nederland; biografie van Michiel Adriaenszoon de Ruyter