Emily
Feng (2025). Laat alleen rode bloemen bloeien. Wie telt mee in
het China van Xi Jinping? Vertaling door Alexander van Kesteren
van ‘Let Only Red Flowers Bloom. Identity and Belonging in Xi
Jinping’s China’. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam/L&M,
Antwerpen, 2025. Paperback, 21 x 14 cm; 319 pagina’s, noten.
ISBN 978- 90-446-5260-4; € 25,99.
Laat alleen rode bloemen bloeien
De
schrijfster is een Chinees-Amerikaans journaliste, die in 2015
naar China verhuisde. In twaalf hoofdstukken toont ze aan dat
haar land zijn inwoners steeds meer controleert, ook buiten
China.
Toen ze in 2019 geregeld naar Hongkong vloog om de protesten te
verslaan, werd ze op de luchthaven van Beijing twee tot drie uur
lang ondervraagd, haar telefoon en laptop werden doorzocht en
zij werd bestempeld als ‘verrader in dienst van een vijandige
buitenlandse macht’. In 2022 mocht ze China niet meer binnen.
Inhoud
Verplicht gelukkig. Dagelijks leven in een communistische
heilstaat
Jef Abbeel
Sinds
Xi Jinping en zijn ‘Document Nummer Negen’ uit 2013 is de ideale
Chinees een Han, die Mandarijn spreekt, trouw is aan de CCP en
niet geïnteresseerd is in ‘foute westerse ideeën over vrije
pers, mensenrechten en algemeen kiesrecht’. Alleen rode bloemen
zijn nog welkom. Begin 2023 verhuisde de schrijfster naar
Taiwan, omdat ze in China niet meer binnen mocht.
De repressie begon al eerder: in juli 2015 werden ineens
honderden mensenrechtenadvocaten opgepakt en beschuldigd van
landverraad. Xi maakte zo een einde aan deze beweging.
Hoofdstuk twee gaat over de anticorruptiecampagne, waarvan ook
Jack Ma en andere pioniers het slachtoffer werden. Volgens de
CCP (Chinese Communistische Partij) waren ze te machtig
geworden. Sommigen kregen 18 jaar cel, ook al hadden ze veel
meer goed dan kwaad gedaan. De vonnissen waren niet gebaseerd op
bewijzen. De Partij kon iemand rijk laten worden, maar hem ook
alles afnemen (p. 51).
Na het uitbreken van corona in Wuhan in december 2019 gingen de
grenzen drie jaar dicht. Wie erover durfde te schrijven, kreeg
doodsbedreigingen of werd aangehouden.
De handel in vrouwen en meisjes is één van de gevolgen van de
eenkindpolitiek (1979-2015). Daardoor is er een groot tekort aan
meisjes: 35 miljoen jongens zoeken een vrouw en laten die soms
weghalen uit buurlanden of uit etnische minderheden. Ze worden
geketend zodat ze niet kunnen weglopen. Sinds 2016 zijn twee
kinderen toegelaten en sinds 2021 zelfs drie, maar het
geboortecijfer blijft dalen: velen vinden kinderen te duur en te
tijdrovend. Met een gemiddelde van 1,16 kinderen per vrouw daalt
de bevolking.
Verhaal nummer 5 gaat over de Oeigoeren. Die hadden in 1992
verschillende agenten gedood, volgens de auteur uit woede over
de migratie van duizenden Chinezen naar Xinjiang. Wellicht was
het ook omwille van de gedwongen abortussen. In 2009 waren er
opnieuw rellen en van dan af greep China ongenadig in. Dat
verergerde nog na de twee dodelijke terreuraanvallen van 2014.
Er werden minstens 380 ‘heropvoedingskampen’ ingericht. In 2017
verbood China om nog islamitische voornamen zoals Mohammed en
Fatima te geven. Volgens Xi was de islam de oorzaak van de
terreuraanvallen. Moskeeën werden neergehaald, paspoorten in
beslag genomen.
Hoofdstuk 6 gaat over de islam. Behalve de Hui, zijn er nog acht
islamitische etniciteiten in China, o.a. de Oeigoeren. Vanaf de
jaren 90 kwamen de islam en de islamitische economie tot bloei
in China, o.a. in Yiwu, de bekendste groothandelsmarkt van China
(en van de wereld). Vanaf 2018 brak de overheid vele koepels van
moskeeën af in het kader van de ‘verchinezing of sinificatie’.
Hoofdstuk 7 gaat over de Mongolen, een model-minderheid. Ze
passen zich vrijwillig aan en leren het Mandarijn. Ze zijn met 6
miljoen en vormen slechts 17% van de bevolking in
Binnen-Mongolië. 79% van de 23 miljoen inwoners zijn ingeweken
Han-Chinezen (p. 162). Toch werd ook hun culturele autonomie
ingeperkt: in juni 2020 werd het aantal lesuren in het Mongools
verlaagd of gehalveerd. De nieuwe schoolboeken zijn allemaal in
het Mandarijn. Op 1 september 2020 protesteerden de Mongolen
massaal, maar de overheid zette de verchinezing door. 5.000
betogers werden opgepakt. Tibetaanse en Oeigoerse scholieren
krijgen alle vakken al in het Mandarijn.
Hoofdstuk 8 gaat over een Hongkongse boekhandelaar die in 2015
aangehouden werd omdat hij verboden boeken verkocht aan klanten
op het vasteland. Ook vier andere boekverkopers verdwenen
spoorloos (p. 186-191). China greep dus al in, vier jaar vóór
2019. In 2016 betoogden 6.000 inwoners voor hun vrijlating, maar
tevergeefs.
Ook hoofdstuk 9 gaat over Hongkong, over de uitleveringswet van
juni 2019, waardoor verdachten en politieke dissidenten aan
China uitgeleverd kunnen worden in plaats van in Hongkong zelf
berecht te worden. Eén miljoen Hongkongers betoogden ertegen en
eisten dat ze zelf hun ‘chief executive’ (bestuursvoorzitter) en
hun wetgevende raadsleden konden kiezen. Dat protest werd
geleidelijk kleiner in omvang, maar gewelddadiger. Ruim 10.000
demonstranten werden gearresteerd en riskeerden tien jaar cel.
In juni 2020 keurde Beijing een wet goed die alle protest in
Hongkong verbood en die met terugwerkende kracht betogers uit
2019 kon straffen. De schrijfster zegt er niet bij hoeveel er
daadwerkelijk veroordeeld werden.
Vanaf februari 2021 moesten ambtenaren trouw zweren aan de CCP.
En in juni 2021 werd de Apple Daily, de meest kritische krant,
gesloten en stichter Jimmy Lai gearresteerd. De andere
onafhankelijke nieuwsmedia ondergingen hetzelfde lot. De
repressie trof ook het onderwijs: kritische docenten werden
ontslagen, het vak ‘liberale wetenschappen’ werd ‘aangepast’.
113.000 inwoners verlieten Hongkong in 2021, vooral pas
afgestudeerden. De schrijfster zegt er niet bij waar ze naartoe
trokken, wel dat Taiwan weinig asielzoekers opnam. De leiders
van de betogingen kregen langdurige gevangenisstraffen,
advocaten die hen verdedigden werden geschrapt.
Het laatste hoofdstuk gaat over de Chinese diaspora: in totaal
60 miljoen mensen, van wie 5 miljoen in de VS. Bij hen zijn er
honderden activisten die Tiananmen overleefd hadden en
Hongkongers die in 2021 gevlucht zijn. Het anti-Aziatisch
racisme neemt toe in de VS en de CCP intimideert hen ook daar.
Onderling maken die overzeese Chinezen ook ruzie. Maar allen
dromen van een democratisch China (p. 306).
Beoordeling
De schrijfster toont met genoeg voorbeelden aan hoe, na een
periode van relatieve openheid in de jaren 90, het gerecht, de
pers en de media functioneren in China en sinds 2020 ook in
Hongkong. En hoe de allesoverheersende overheid en de politie
betogers, dissidenten, activisten en vaak ook hun ouders
controleren, afsluiten van het internet en van hun bankrekening.
Sinds 10 juni 2025 kunnen Hongkongers zelfs zware
gevangenisstraffen krijgen als ze de Taiwanese app ‘Reverse
Front: Bonfire’ downloaden op hun gsm, omdat die volgens de
Nationale Veiligheidswet zou aanzetten tot subversieve
activiteiten (Bitter Winter Daily Newsletter, 17.06.25).
De twaalf verhalen staan los van elkaar, maar ze hebben als
gemeenschappelijk kenmerk het gebrek aan vrijheden, de steeds
grotere controle en de rechtsonzekerheid voor wie de CCP niet
steunt.
Als portret van China is het een eenzijdig Westerse kijk: het is
enkel negatief, alsof er geen positieve zaken gebeuren.
Op bijna elke pagina staat wel een plaatsnaam, maar de lezer kan
er best de ‘Atlas of China’ bij de hand houden en dan zelf
zoeken waar Cangzhou (p. 32), Guizhou (p. 36), Kuqa (p. 97) etc.
liggen. Hij of zij zal dan ook merken dat geografie niet de
specialiteit is van de schrijfster: Kuqa ligt niet in het
‘noorden’ van Xinjiang (p. 97), maar in het midden; Taxkorgan
ligt niet ‘aan de grens met Pakistan’ (p. 99-100), maar aan de
grens met Tadzjikistan; Ningxia ligt niet in ‘Noordwest-China’,
maar centraal; Qinghai ligt niet in ‘Noordwest-China’ (p. 148),
maar in het zuidwesten.
Zij zegt dat er bij de Culturele Revolutie 0,5 miljoen Chinezen
gedood werden (p. 18). Men weet het niet: het kunnen er ook 2
miljoen zijn (The Guardian, 23.01.23) of 1,7 à 8 miljoen
(Doorbraak, 13.08.24). Een lijstje met begrippen zoals danwei
(p. 19), hukou (p. 24), weiquan (p. 27,34), Falun Gong (p. 32)
etc. zou zeer welkom zijn.
Soms staat er ook een spelfout in: censoren ‘maakte’ moet zijn:
maakten; ‘riekte’ (p. 143) is rook; ‘afronden’ (p. 180, verleden
tijd) is afrondden; het curriculum ‘die’ moet zijn ‘dat’ en
‘tussen zij die’ is beter ‘tussen hen die’.
De lezer krijgt wel een duidelijk beeld van de verschillen
tussen de Chinese maatschappij en onze westerse.
©Jef Abbeel, juni 2025
www.jefabbeel.be




