Claude
Meyer (*2025), La Chine de Xi Jinping. Menace pour la paix et
l’ordre Mondial. Editions de l’Aube, La Tour d’Aigle, januari
2025.320 pagina’s, afkortingen, tabellen, noten. ISBN
978-28-159-5607-9; € 23.
La Chine de Xi Jinping. Menace pour la paix et l’ordre mondial
De auteur is Azië-specialist en beweert dat China wereldleider
wil worden en een nieuwe wereldorde wil creëren. Dat zou een
bedreiging zijn voor de wereldvrede. Het ‘Middenrijk’ was
volgens hem al wereldleider tot aan de ‘Eeuw van de Vernedering’
(1839-1949, p.16, 21, 27), maar hiervoor brengt hij geen
bewijzen aan. Er waren trouwens geen statistieken. Opmerkelijk
is ook dat China de vreemde overheersers daarvoor, de Mongolen
van 1279 tot 1368 en de Mantsjoes van 1644 tot 1911, niet bij
die vernederingen rekent. Meyer beweert dat China tot 1800 33%
van de wereldproductie vertegenwoordigde tegenover 23% voor
Europa (p. 27). Hier noemt hij geen bron, elders altijd wel.
Inhoud
La Chine de
Xi Jinping. Menace pour la paix et l’ordre mondial
Jef Abbeel
De economische opgang sinds 1978 is ongezien in de geschiedenis.
Sinds 2009 is China de eerste exporteur van de wereld, met nu
15% tegen 8,3 % voor de VS en sinds 2010 de eerste industriële
macht. Nu is China goed voor 18% van de wereldproductie
tegenover 1% in 1980. Tussen 1980 en 2017 was de jaarlijkse
groei 9,6% (p.30-33). Biden en Trump reageerden met
invoertarieven.
In de financiële wereld klopt China de VS ook: de grootste vier
banken zijn Chinees. De gezinnen sparen 27% van hun inkomen,
maar dat inkomen is slechts 1/6de van het Amerikaanse. Die
banken lenen vooral geld uit aan Chinese staatsbedrijven, aan de
Amerikaanse regering en aan 150 landen van het zuiden.
Nooit eerder heeft een arm land zoveel geld uitgeleend aan een
rijk (767 miljard $): elke Amerikaan heeft een Chinese schuld
van 2.300 dollar. China bezit ook 10% van de Europese schuld,
vooral Duitse en Franse.
Maar de yuan wordt internationaal te weinig erkend: hij
vertegenwoordigt 2,4% van de internationale reserves tegen 18,3
% voor de euro en 54,7% voor de dollar (p.52-70).
Meyer noemt de investeringen in Westerse bedrijven beperkt, maar
tegelijk somt hij er een resem op waarin China minstens 1
miljard dollar geïnvesteerd heeft: Volvo, Daimler, Peugeot, Club
Med, Kuka, HSBC, Barclays, BP etc. De westerse markten staan
daarvoor open, de Chinese is grotendeels afgesloten (p.63-67).
De Nieuwe Zijderoute (2013-?) is het project van de eeuw.
Hiermee laat China de VS en de EU ver achter zich: hun ‘Build
Back Better World Initiative’ en ‘Global Gateway’ raakten amper
bekend (p.84). Meyer heeft wel kritiek op het Chinees
neokolonialisme in Afrika: het haalt grondstoffen weg met eigen
personeel en dumpt er goedkope producten ten koste van de lokale
bedrijfjes.
Het leger wordt elk jaar sterker. Het staat onder de CCP/Chinese
Communistische Partij, die de baas is over alles. De zwakste
kant is dat het geen oorlogservaring heeft sinds de nederlaag
tegen Vietnam in 1979. Het is niet zeker dat het in 2049 even
sterk zal zijn als het Amerikaanse, dat meer dan genoeg
oorlogservaringen heeft.
Xi wil een nieuwe wereldorde, die antiwesters en China-centrisch
is. Zijn assertieve buitenlandse politiek van inmenging in
andere landen is een complete breuk met de voorzichtige
diplomatie van Deng. Die inmenging neemt diverse vormen aan:
spionage door wetenschappers bij westerse universiteiten en
bedrijven, Confucius-instituten, media, omkopen van politici,
sancties, 34 illegale politieposten in Europa (p. 275-280). In
Afrika en Latijns-Amerika heeft China een positief imago, in
Europa en Noord-Amerika een negatief (p.107-131).
China heeft 700 miljoen mensen uit de armoede gehaald. Tegelijk
is de ongelijkheid (met 969 dollar-miljardairs in 2023) groter
dan in de VS: 1% bezit 35% van de rijkdom, 25% armen slechts 1%.
De oostelijke kustprovincies zijn vijf keer zo rijk als de
centrale en de westerse (p. 259).
Voor mensenrechten staat Rusland op plaats 150 en China op
plaats 177 van 195 landen (p.153-156). Sinds de Russische inval
in Oekraïne is de handel tussen China en Rusland meer dan
verdubbeld. China levert alles, o.a. chips en halfgeleiders voor
de oorlogsindustrie. In hun onderlinge handel vervangen de yuan
en de roebel steeds meer de dollar (p. 157-160).
Al in 2021 verklaarde Xi dat de verovering van Taiwan zijn doel
was. Hij wil de geschiedenis ingaan als de man die China één
gemaakt heeft. De meeste Taiwanezen willen dat niet en denken
aan de brutale repressie van Hongkong. Hoewel China beweert dat
Taiwan sinds de Oudheid bij China hoort, was dat enkel tussen
1683 en 1895, dus 212 jaar. De VS steunen Taiwan, maar ze
beloven geen soldaten. Een echte oorlog zou verwoestende
gevolgen hebben. Het Chinese streven naar hegemonie bedreigt de
vrede in Oost-Azië: China wil de controle over heel de Oost- en
Zuid-Chinese Zee ten koste van vijf andere landen. In de
Oost-Chinese Zee maakt het ruzie met Japan over de
Senkakoe-eilanden, die slechts 7 km² beslaan. In de Zuid-Chinese
Zee vindt 15% van de wereld-visvangst plaats, treft men 13% van
de gasreserves aan en ze bevat ook veel zeldzame metalen. In
2016 heeft het Internationaal Gerechtshof van Den Haag zich
hierover uitgesproken ten voordele van de Filippijnen, maar
China trekt zich daar niets van aan (p.175-180).
De Chinese ambities botsen wel op enkele uitdagingen:
vastgoedproblemen, schulden (272% BBP, zoals de VS),
vergrijzing, jeugdwerkloosheid van 21% en minder vertrouwen van
de elite in Xi.
De vruchtbaarheidsgraad ligt op 1,3 en in Shanghai en Peking
zelfs op 0,74 en 0,87.Verklaringen zijn de hoge kosten van
huisvesting en onderwijs, de emancipatie van de vrouwen en hun
professionele ambities.
In 1960 was de levensverwachting 44 jaar, nu 77. In 2035 zullen
er 400 miljoen gepensioneerden zijn en zal China oud zijn
voordat het rijk is (p. 217-241). Momenteel telt het
‘atheïstische’ China bijna vier keer meer gelovigen dan
partijleden: 350 t.o. 95 miljoen.
Het aantal CCP-leden is wel gestegen naar 100 miljoen: 69%
mannen, 31% vrouwen (Sinocism, 01.07.25).
De CCP controleert en vervolgt de godsdiensten en alle
burgerbewegingen. Honderden mensenrechtenactivisten zijn
aangehouden. Het gedachtegoed van Xi vervangt het vrije denken
op de universiteiten. Taiwan, Tibet en Tiananmen mogen er niet
aan bod komen. Professoren worden gecontroleerd en verklikt.
Geheim Document nummer 9 somde in 2013 de zeven Westerse gevaren
op: democratie, vrije markt, universele waarden, vrijheid van
pers, burgerrechten, onafhankelijke rechterlijke macht en de
historische vergissingen van de partij (p. 250). Voor
persvrijheid staat China op plek 172 van 180, voor
godsdienstvrijheid is het nog erger. In 1949 waren er 120.000
boeddhistische monniken, in 2020 nog 46.000. Het christendom
verontrust de CCP nog meer: deze ‘vreemde’ godsdienst telt bijna
evenveel leden als de CCP: 70 miljoen protestanten en 12 miljoen
katholieken. De repressie is hard. Het Sociaal Kredietstelsel
beloont of bestraft bedrijven en individu’s, het dient vooral om
hen te controleren, maar het geniet grote steun bij de
bevolking: 80% keurt het goed (p. 256-257).
Het milieu is een ramp: 300 miljoen plattelandsbewoners
consumeren ondrinkbaar water en 20 van de 30 meest vervuilde
steden zijn Chinees. China heeft de meeste koolmijnen, maar
tegelijk is het wereldkampioen in zonnepanelen, windturbines en
elektrische auto’s.
Vele jongeren verkiezen tang ping/blijven liggen boven de 996:
werken van 9 tot 9, gedurende 6 dagen per week. De
bedrijfsleiders zijn ongerust, omdat Xi de ideologie
belangrijker vindt dan de economie. De controle op Alibaba,
Tencent, JD.com e.a. is versterkt, Alibaba kreeg een boete van
2,8 miljard dollar, waardoor de groei is afgeremd. De
buitenlandse investeringen zijn in 2023 ingestort tot het
laagste niveau sinds 1993. Het aantal Chinese startups daalde
van 51.302 in 2018 naar slechts 1.202 in 2023 (p. 263-266).
Meyer beweert dat er binnen de top van de CCP twee fracties
zijn: een elitaire uit de rijke provincies met Xi en een
plebejische uit de arme provincies met Hu Jintao, Wen Jiabao en
Li Keqiang. De partij staat dus ook voor grote uitdagingen. Maar
zolang als de bevolking met 95,5% tevreden is over de centrale
regering, zal de CCP vlot kunnen overleven (p. 263-270).
Het tiende en laatste hoofdstuk gaat over de EU. China is onze
eerste importeur met 20,5%, maar slechts de derde voor export
(8,8%). Het handelsdeficit wordt groter, niet enkel door Chinese
subsidies, maar ook door hun technologische voorsprong, zeker in
chips en batterijen. Europa heeft bovendien een 30% lagere
productiviteit dan de VS, zodat onze achterstand dubbel is.
Afrika gaat gebukt onder een Chinese schuldenlast van 180
miljard dollar, China is er alomtegenwoordig en toch blijft de
EU de eerste handelspartner en investeerder. Europa kan China
anders benaderen dan de VS door zijn historische banden, zijn
ander economisch en sociaal systeem en zijn multilateralisme.
Maar ons aandeel in het mondiaal BBP is gedaald van 19% in 2000
naar 15% in 2023. De VS zijn ook gedaald, van 21 naar 16%, China
is gestegen van 7 naar 18%! En door de winst van
nationalistische en extreme partijen in juni 2024 is het
Europees project verzwakt: een kwart van het Europees parlement
is nu populist en vaak Euro-sceptisch. De strategische autonomie
van de EU is dus beperkt als evenwichtsfactor tussen China en de
VS. De agressieve dreiging van Rusland, Iran en China versterkt
wel de Europese samenwerking (p.293-295).
Beoordeling
Meyer waarschuwt duidelijk voor de Chinese dreiging. Zijn
sterkte zit vooral in het cijfermateriaal: bijna alle stellingen
voorziet hij van statistieken. Zijn bronnen zijn zowel Chinees
als internationaal. De EU en de VS zijn dus gewaarschuwd: Xi wil
de eerste plaats veroveren, maar de Amerikaanse economie en hun
leger blijven voorlopig nummer één.
Van de lezer wordt wel wat kennis van de economie verwacht.
Enkele opmerkingen: vele titels van boeken staan in de
voetnoten, maar niet in een overzichtelijke bibliografie. Het
boek staat vol afkortingen: een deel wordt verklaard op p. 9-10,
een groter deel niet. De lezer mag dus zelf uitzoeken wat BATX,
BTP, CDB, PBoC etc. betekenen. De Engelse afkortingen omschrijft
hij in het Frans: ADIZ is dus Zone d’Identification de Défense
Aérienne i.p.v. Air Defense Identification Zone. Hij vermeldt de
importtarieven van Trump van 2018, niet die van 2025.
Hij zegt dat België en Nederland samen 36.200 km² beslaan (p.
186). Het is 30.688 plus 41.865, dus 72.553, het dubbele. De
Veiligheidswet voor Hongkong dateert niet van 2010 (p. 186),
maar van 30 juni 2020.
Spanje was geen kolonisator van Taiwan (p. 189), Portugal, de
Nederlandse VOC en Japan wel. 2013 (einde zero-covid-politiek,
p. 219) moet 2023 zijn. Bij de Jezuïeten, die een grote rol
speelden in China (p. 290), ontbreken Ferdinand Verbiest en
Nicolas Couplet.
Al met al een zeer boeiend boek dat de lezer permanent wakker
houdt.
©Jef Abbeel, juni-juli 2025
www.jefabbeel.be




