William Taubman, Gorbatsjov. Zijn leven en tijdperk. Vertaling van: Gorbachev, His Life and Times. Uitgeverij Overamstel, A’dam /Antwerpen, 2017. 974 p., foto’s, bibliografie ,noten, begrippen, register.ISBN 978-90-488-3016-9; € 39,99.

Biografie van Gorbatsjov

Michail Gorbatsjov werd geboren op 2 maart 1931 en was aan de macht van maart 1985 tot 25 december 1991. Voor het Westen was hij de grootste staatsman van de tweede helft van de 20 ° eeuw, de man die Oost-Europa bevrijdde en de Koude Oorlog beëindigde, voor vele Russen daarentegen veroorzaakte hij het einde van hun Sovjetimperium. De meningen zijn dus verdeeld. Hij heeft eigenhandig zijn land en de wereld veranderd en verdient dus deze biografie.

Biografie van Gorbatsjov

 

De jeugd van Gorbatsjov speelde zich af in de noordelijke Kaukasus, in het dorpje Privolnoje op 150 km ten noorden van Stavropol, tussen de Zwarte en de Kaspische Zee. De helft van zijn dorp waren Russen, de andere helft Oekraïners. Hij werd in het geheim gedoopt. Door de collectivisatie van Stalin was er hongersnood in 1932-1933 en stierf de helft van het dorp, o.a. twee ooms en één tante. Tijdens Stalins Grote Terreur werd één grootvader zwaar gefolterd om te bekennen en verdwenen zijn beide grootvaders in de goelag, maar ze kwamen (gebroken) terug. In 1941 moest zijn vader voor vier jaar naar het front. De 10-jarige zoon moest zijn taken overnemen en brieven schrijven voor zijn analfabete moeder. In 1946 was er weer hongersnood in het dorp. Pas in 1947 , op zijn 16°, kon Gorbatsjov naar de middelbare school in Molotovskoje, waar hij telkens een week verbleef. Daar nam hij al een leidersrol op zich. In 1950 werd hij lid van de partij en mocht hij als eerste van zijn dorp naar de Staatsuniversiteit van Moskou, de belangrijkste van het land. Tijdens het eerste jaar moesten ze in het studentenhuis één kamer delen met 22 man ! Daarna daalde dat tot 6. Gedurende zijn 5 jaar Rechten droeg hij altijd hetzelfde pak. Zijn beste vriend was Zdenek Mlynar, in 1968 met Dubcek de ideoloog van de Praagse Lente. Hij leerde er zijn Raisa Titarenko kennen. Haar ouders waren net zoals de moeder van Gorbatsjov, afkomstig uit Oekraïne. En alle vier de grootvaders waren boeren.


Moskou telde toen nog veel houten huizen en vele mensen woonden met vijf in één kamer en leden honger.
In september 1953 trouwden Michail en Raisa, terwijl ze nog studeerden. Door een ziekte van Raisa, eindigde de eerste zwangerschap met een medische abortus. In 1957 lukte het wel: toen werd Irina geboren.


In 1955 begon G. te werken in Stavropol voor de Komsomol (communistische jeugdorganisatie). In 1966 werd hij er partijbaas van de stad en in 1968 vice-partijbaas van de hele regio. Raisa vond er een baan als docente, maar ze was te verfijnd voor het achterlijke Stavropol. In 1956-57 zorgde Chroesjtsjov voor opschudding met zijn destalinisatie, maar aan Lenin durfde hij nog niet te raken. Er kwam een dooi in de cultuur: literatuur, wetenschap, film floreerden. Brezjnev en Kosygin draaiden die liberalisering weer terug: Sinjavski en Daniël vlogen de cel in, de Praagse Lente werd ongenadig neergeslagen, hoewel velen in het Kremlin ervoor supporterden. In die jaren trok G. als voorzitter van de Komsomol door de regio Stavropol zonder auto: per trein, liftend, te voet, om te zien in welke miserabele omstandigheden de mensen woonden en om te vertellen over de misdaden van Stalin, waarbij hij veel tegenspraak kreeg. In 1961 herhaalde Chroesjtsjov zijn kritiek en werd Stalin uit het mausoleum van Lenin gehaald en naar de Kremlinmuur overgebracht, waar hij nu nog ligt. In Stavropol werd zijn standbeeld met tractoren neergehaald. G. wou toen al iets ondernemen tegen alcoholisme, vandalisme en criminaliteit, maar dat mislukte. Hij stond model als een man die zijn vrouw correct en met veel liefde behandelde en (later) overal mee naartoe nam. Dat was vaak niet naar de zin van de andere partijbonzen.


In 1967 kreeg G. bezoek van zijn vroegere studiemakker Zdenek Mlynar. Deze vertelde hem dat er in Tsjecho-Slowakije grote democratische veranderingen gingen komen. G. zei dat zoiets in de SU nog niet mogelijk was. En in 1968 veroordeelde hij de Praagse Lente en juichte hij de interventie toe. Aan die interventie was één troost: Brezjnev kreeg een hartaanval.


In september 1969 mocht G. met een sovjet-delegatie een bezoek brengen aan Tsjecho-Slowakije, maar overal werden ze bijzonder vijandig ontvangen en hij mocht zijn vriend Mlynar niet ontmoeten. Nu besefte G. dat de bevolking hevig anti-Russisch was geworden .


In 1970 klom G. ,dankzij o.a. Andropov, op tot 1° partijsecretaris of baas van Stavropol, een belangrijke functie. Brezjnev zelf ontving hem langdurig in zijn kantoor in Moskou en vroeg hem ook om mee te werken aan de strenge repressie tegen de laatste restanten van de dooi van Chroesjtsjov.


Hij moest er ook de landbouwproductie opkrikken en dat kon enkel door meer water naar deze te droge streek te laten vloeien. Dank zij hem kwam er een groot Stavropol-kanaal. Hij kreeg ook meer geld van Moskou om de 10 miljoen schapen meer wol te laten produceren, maar dat mislukte. De graanoogst kreeg hij wel omhoog en hij verscheen met zijn boeren op de voorpagina van de Pravda. En van Brezjnev kreeg hij de medaille van de Oktoberrevolutie. In deze jaren ’70 werd hij nog meer bevriend met KGB-baas Andropov, die hem verder naar de top loodste. Die had in 1956 en 1968 gepleit voor een kordate onderdrukking van de revoluties in Boedapest en Praag. Ook Kosygin en Soeslov, de zuiveraar van Litouwen, werden bevriend met G. Allemaal lieden met een minder humaan gezicht dan hij.


Tussen 1970 en 1977 mocht G. 5 keer naar West-Europa, een enorme gunst. De schoonheid van Italië (1971) maakte de meeste indruk op hem en Raisa. In 1972 bezochten ze België en Nederland, in 1975 West-Duitsland, in 1976 en 1977 Frankrijk. Overal waren ze verbaasd over de hoge kwaliteit van het eten en het veel betere leven dan in hun land.

In 1978 trouwde dochter Irina(°1957) en ook in dat jaar werd G. unaniem bevorderd tot secretaris van het Centraal Comité, wat verhuizing naar Moskou betekende en zijn intrede in de hogere kringen. Zowel hij als Sjevardnadze zagen dat het Politbureau en de Kremlinelite één grote puinhoop waren. Tijdens vergaderingen viel Brezjnev dikwijls in slaap. In 1980 werd G. volwaardig lid van het Politbureau: hij was 49, de anderen in de 70!
Voor beide Gorbatsjovs was de aanpassing groot: de andere Kremlindames hadden niet of weinig gestudeerd, de kleinkinderen van de elite gedroegen zich slecht, voor de gewone mensen was er permanent voedseltekort en buiten de grote steden was het eten slecht plus op de bon. Wasmachines, radio’s en andere consumptieartikelen waren schaars en van zeer slechte kwaliteit. En toen de Russen in 1979 Afghanistan binnenvielen, wat G. aanvankelijk niet wist, steunde (zijn latere vriend) Reagan de opstandelingen met wapens die heel wat Sovjetsoldaten gedood hebben.


De echte doorbraak van G. kwam tijdens Andropov(1982-84). Deze dacht dat de VSA de SU wilden vernietigen met een nucleaire oorlog en zei tegen Markus Wolf (hoofd van de Stasi-spionnen in het buitenland) dat de neergang van de SU begonnen was met de inval in Praag(229).


In 1983 mocht G. voor 7 dagen naar Canada. Hij zag daar dat er voedsel in overvloed was en dat een boer met 3 helpers evenveel produceerde als een hele kolchoze in de SU(234) !


In 1984 stierf Andropov. Tsjernenko volgde hem op: hij was kortademig, hakkelde en moest gedragen worden. Berlinguer stierf, de leider van de PCI en van het eurocommunisme. Dat had felle kritiek op de repressie in de SU, de invasies in Praag en Afghanistan, de staat van beleg in Polen.


G. mocht naar de begrafenis. Hij keek op : honderdduizenden Italianen brachten eerbetoon en alle politieke partijen waren aanwezig, niet enkel de PCI. In december 1984 nodigde Thatcher G. uit naar Londen. Hij sprak het parlement toe en had gesprekken met ministers en bedrijfsleiders. G. en Thatcher werden vrienden en Raisa viel op door haar grondige kennis van de Britse geschiedenis, literatuur en filosofie. Na afloop vloog Thatcher naar Reagan om hem te zeggen dat er met G. gepraat kon worden.


Op 10 maart 1985 overleed Tsjernenko. Minstens vier kandidaten wilden hem opvolgen, maar G. werd unaniem verkozen door het Centraal Comité(332 personen!). In mei reisde hij naar Leningrad, waar hij luisterde naar de bevolking en hen opriep om harder en met meer discipline te werken.
Perestrojka/hervormingen was in 1985 een vies woord en deed denken aan Hongarije 1956 en Praag 1968. Vele leden van de nomenclatura wilden hun macht en privileges behouden. G. ontsloeg de meest onbekwamen. Maar hij had weinig medestanders. Hij promoveerde Jeltsin van Sverdlov tot partijchef van Moskou, wat hij snel zou betreuren. Velen in het Politbureau verdroegen niet dat Raisa zich gedroeg als first lady en als adviseur van Gorbatsjov en dat G. op straat met gewone mensen sprak, wat al 60 jaar niet meer gebeurd was en dat hij zijn portret niet liet dragen tijdens parades. De stijl was dus nieuw, het beleid nog niet. Dronkenschap was het grootste probleem, maar de alcoholcampagne werd een ramp: de staat verloor 100 miljard dollar tussen 1985 en 1990. De drinkers voelden zich vernederd, omdat ze nu frisdrank moesten nemen op feesten en vervloekten hun “secretaris-mineraal”. En er kwam een tekort aan suiker door de geheime stokerijen, waardoor ook de vrouwen boos waren.


Dan zette G. in op de versnelling van de economie en van de landbouw: de SU zou “de VSA inhalen in 2.000”(291). Beide mislukten, o.a. omdat de centrale planning te strak bleef (en omdat de Russen niet zo efficiënt werkten als de Amerikanen). Er ontstond zelfs een tekort aan voedsel.


Dan kwam de daling van de olieprijs van 32 $ per vat in november 1985 naar 10 $ in het voorjaar van 1986: graan importeren werd moeilijker. Er waren nog andere problemen: de ernstige milieuvervuiling, regio’s zoals Koejbysjev waar 17.000 kinderen niet naar een kleuterschool konden.


En dan kwam het ergste: de ontploffing van Tsjernobyl op 26 april 1986 ! Ambtenaren uit die streek gaven foute informatie door, maar Oekraïners die in het Moskouse Kiev-station aankwamen, vertelden de waarheid. Op 27 april ontdekten ingenieurs in Zweden dat er verhoogde straling was. Pas dan gaf het Kremlin op 28 april de ramp toe. En pas op 14 mei sprak G. de natie toe via de tv: toen hadden velen hun kanker al opgedaan. De ramp bewees dat heel het systeem rot was: onbekwaamheid, doofpotten, onverantwoordelijkheid. Vele Russen kwamen tot het besef dat hun land toch niet het beste was, zoals ze altijd geleerd hadden.


Toen doken nog andere problemen op: in opslagplaatsen voor groenten rotte 25 %, omdat er geen ventilatie was. En in het leger was 1 op 2 dienstplichtigen een moslim, velen kenden geen Russisch en/of hadden in de gevangenis gezeten, anderen waren pacifist en wilden geen wapens dragen. Op bezoek in de oostelijke provincies, kreeg G. de volle laag van de vrouwen: wij hebben geen drinkwater, geen kinderkleding, geen fruit, geen roomijs en we moeten 15 jaar wachten op een huis (298). Tijdens de nadagen van de tsaar zaten 108.000 mensen in de gevangenis, in 1986 het tienvoud! En G. bleef maar uitstellen i.p.v. door te zetten.
Dan kwam zijn glasnost: meer openheid. Nu kwamen allerlei cijfers over armoede en criminaliteit aan het licht, kritische films mochten voortaan wel vertoond worden, o.m. de Georgische film “De Biecht”, met veel kritiek op Stalin. Ook kritische romans mochten nu verschijnen, zoals “Kinderen van de Arbat” van Rybakov over de Stalinistische terreur, waarin hij Stalin neerzette als opdrachtgever van de moord op Kirov(1934). Die moord werd de aanleiding tot de Grote Terreur. Toen G. het boek liet publiceren, was dat zeer tegen de zin van het Politbureau(305-306). G. liet ook Andrej Sacharov en zijn vrouw Jelena Bonner vrij.


De glasnost had ook nadelen: critici mochten nu vrijuit de mislukkingen van G. bekend maken.
Op het wereldtoneel had G. gelukkig altijd meer geluk dan in eigen land: Reagan, Thatcher, Mitterrand, Kohl accepteerden hem als hun gelijke. Hij zag snel in dat het Westen niet van plan was de SU binnen te vallen en dat de SU zich geen SDI of Star Wars kon veroorloven. Hij vond ook dat elk volk zijn eigen lot moest kunnen bepalen, wat later tot het einde van de USSR zou leiden.
Hij verkondigde deze standpunten op het 27° partijcongres van februari 1986: dit was een keerpunt in de Sovjetgeschiedenis. G. verwierp de Brezjnev-doctrine, die militaire interventies toeliet in Oost-Europa. De SU had genoeg zorgen met Afghanistan, waar G. snel weg wou en waar 13.000 van de 120.000 Russische soldaten gesneuveld waren en 43.000 levenslang gehandicapt(330).


In 1985-86 ontmoette G. Mitterrand in Parijs en Reagan in Genève, Moskou en Reykjavik. Ze kwamen overeen om het aantal raketten en nucleaire wapens drastisch te verminderen, maar nadien bedacht Reagan zich. In 1987-88 gingen deze onderhandelingen verder met Reagan en vice-president Bush.
In 1987 hamerde G. verder op meer democratie, economische hervormingen en stelde hij n.a.v. 70 jaar revolutie de misdaden van Stalin nog eens openbaar aan de kaak. Maar het bleef weer bij halve maatregelen. 1987 was helaas een slecht jaar voor de economie. En G. beging de dwaasheid om zijn criticus Jeltsin te benoemen tot partijbaas van Moskou en hem in het Politbureau binnen te halen. Deze zou in 1988-1991 voor zijn ondergang zorgen.


De glasnost was wel verwezenlijkt: de pers schreef wat ze dacht. Alle mislukkingen verschenen in de kranten. En er verschenen ineens ook boeken waarin gezegd werd dat de ongenadige collectivisatie van Stalin aan meer dan 10 miljoen mensen het leven had gekost en over zijn zuiveringen en deportaties. De pers schreef ook dat 20 % van het bbp naar defensie ging tegenover 6 % in de VSA, dat 30 % van de ziekenhuizen geen riolering hadden en dat het verdrag van Brest-Litovsk van 1918 er nooit had mogen komen. Films uit de SU en uit het Westen, die voordien verboden waren, werden nu weer getoond met veel succes.
De religie vierde een comeback met de viering van 1.000 jaar orthodoxie in Rusland, de Paasviering kwam voor het eerst op tv, G. ontmoette de patriarch en andere kerkleiders.
Het Politbureau betreurde deze openheid en verweet G. dat hij het verleden zwart maakte. Een open brief van “Nina Andrejeva” verscheen in 936 kranten en veroordeelde elke aanval op Stalin en beweerde dat de Joden hier achter zaten. G. beschouwde het artikel als een aanval op hem.
Zelf schreef hij dat jaar ook een boek: “Perestrojka, een nieuwe visie voor mijn land en de wereld”.

Jeltsin werd snel populair in Moskou: hij nam het openbaar vervoer, bezocht winkels en cafés, maakte de privileges van de top bekend: speciale winkels, restaurants etc. Jeltsin en G. gingen elkaar haten en Jeltsin haatte ook Raisa (die op het Novodevitsjikerkhof gelukkig ver van hem ligt). Volgens Jeltsin ging G. te traag, volgens de partij ging hij te snel en te ver. Toch ging hij verder : hij perkte de rol van de CPSU drastisch in en beloofde vrije parlementsverkiezingen voor 1989.


In mei 1987 landde de 19-jarige Duitse amateurpiloot Mathias Rust met zijn vliegtuigje op het Rode Plein. Hij had 650 km ongehinderd over Rusland kunnen vliegen. G. was boos, maarschalk Sokolov trad af.
G. zag het nationalisme van niet-Russen niet opduiken. Het begon al einde 1986 met rellen in Kazachstan: er vielen twee doden en 1.000 gewonden. In 1987 eisten de Krim-Tataren hun terugkeer naar de Krim, in 1988 vlamde het conflict om Nagorno-Karabach, een enclave in Azerbeidzjan, weer op tussen christelijke Armeniërs en islamitische Azeri’s: de 75 % Armeniërs vroegen aansluiting bij Armenië i.p.v. bij Azerbeidzjan. G. zei tegen de Armeniërs dat er in Oekraïne 14 miljoen Russen woonden en dat elke grenswijziging voor een lawine van aanvragen zou zorgen. In februari 1988 brak er geweld uit in Soemgait: 32 à 100 Armeniërs werden afgeslacht, ook vrouwen die eerst naakt over straat werden gejaagd en bij wie eerst de borsten werden afgesneden. In 1991 verklaarde de kleine enclave zich onafhankelijk, maar niemand erkent ze.
Ook in Oost-Europa was er onrust: oude leiders zoals Kadar, Husak, Ceaucescu en Honecker moesten vervangen worden. Het grootste probleem was dat het hele land in de rij stond voor voedsel. De situatie van G. werd met de dag slechter.


In oktober 1988 kwam Kohl naar Moskou, Thatcher in maart ‘89. Deze ontmoetingen waren zeer hartelijk. Zo ook met Ronald en Nancy Reagan. Er kwam een INF-akkoord, met wederzijdse inspectie. Russische militairen vreesden dat de VSA nu zou zien hoe slecht het Russische leger eraan toe was.

1989 werd een kernjaar in de geschiedenis van het communisme en van de 20° eeuw. Voor het eerst in 72 jaar waren er vrije verkiezingen in de SU en kwam er een echt parlement. Tegelijk eindigde de perestrojka : de uitgaven waren 133 miljard roebel hoger dan de inkomsten, doordat de olie 44 miljard minder opbracht en de wodkaverkoop 34 miljard minder. De landbouw had 15 miljard verlies geleden. Er waren tekorten aan voedsel, kleren en schoenen. En het volk zag voortaan op tv dat de winkels in het Westen vol lagen.


De Baltische landen vervingen het Russisch door hun eigen talen en legden immigratiebeperkingen op aan niet-Balten. In Georgië braken etnische onlusten uit met 20 doden en honderden gewonden door gifgas van het leger.
In februari 1989 nodigde G. arbeiders uit heel het land uit in het Kremlin. Zij klaagden over alles: lege winkels, slechte woningen, bestuurders van coöperaties die hun werk niet deden en zich rijk smeerden(515). Op het Congres van volksafgevaardigden in mei zei Sacharov, medestander van G., dat hij te traag ging in zijn privatiseringen en in het ontmantelen van de dictatuur van de partij en van hemzelf, dat een economische catastrofe en etnische spanningen onvermijdelijk waren. G. zette de micro uit.


In 1989 wees een onderzoek uit dat nog slechts 11 % van de 989 noodzakelijke consumptiegoederen beschikbaar waren: geen koelkasten, wasmachines, schoonmaakproducten, pennen etc.
In mei bracht G. een bezoek aan Deng. In zijn binnenste gaf hij de demonstranten gelijk. Maar Deng ontruimde het Plein van de Hemelse Vrede op 3-4 juni, met een paar honderd doden en duizenden gewonden als gevolg.
G. besloot daaruit om zelf geen geweld te gebruiken. Deng vond, aldus zijn zoon, dat G. een idioot was en het Sovjetcommunisme ten gronde bracht door zijn politieke hervormingen.


Ondertussen verergerden de etnische spanningen: Azerbeidzjan blokkeerde de treinen naar Armenië; op 23 augustus 1989, de 50° verjaardag van het Molotov-von Ribbentroppact, vormden 2 miljoen Balten of 40 % van de bevolking, een menselijke ketting tussen de drie hoofdsteden. Het Politbureau ruziede over wie schuldig was voor de onlusten. G. dacht aan aftreden, Raisa werd ziek van stress.


Taubman beschrijft grandioos het bezoek van G. in oktober 1989 aan de 40-jarige DDR, waar hij massaal toegejuicht werd door de bevolking, tot nijd van Honecker, die twee weken later moest aftreden. G. hoopte dat Krenz de DDR zou hervormen. Hij besefte dat het Russische volk hem een verlies van de DDR niet zou vergeven.
Op 9 november ging de Berlijnse Muur open, meer door de onhandigheid van Günter Schabowski dan door Reagan of Gorbatsjov, die toen sliep. ’s Anderendaags zei hij wel: dit was de juiste beslissing. In de week na de val van de Muur bezochten 9 van de 16 miljoen Oost-Duitsers het westen ! Tot twee maanden na de val van de Muur, zag G. niet in dat de Duitse eenwording op komst was(570). Thatcher, Mitterrand, Lubbers waren er tegen. Bush was voor, Kissinger en Brzezinski tegen ! Kohl dacht in termen van 5 à 10 jaar in zijn 10-puntenplan van 28 november 1989.


Een grotere zorg was de rest van het Oostblok: in Polen had Solidarnosc 92 % van de senaat en bijna 100 % van de Semj(landdag, Kamer) veroverd en een niet-communist was premier geworden: Tadeusz Mazowiecki, die in ’81-’82 nog in de gevangenis had gezeten tijdens de staat van beleg. De andere Oostblokstaten volgden dat voorbeeld. G. hoopte dat de hervormers het communisme zouden behouden en in het Warschaupact en in de Comecon zouden blijven. En hij droomde nog altijd van één Europees huis, met West-Europa erbij, o.l.v. … de SU !


Maar de nieuwe Amerikaanse president Bush wou hem niet helpen met dollars, omdat hij twijfelde of G. zou overleven. In Bonn juichte de massa hem wel toe: “Hou vol, Gorbatsjov” ! En Kohl wou hem wel helpen.
Op 1 december werd G. in Milaan en Rome enthousiast ontvangen, zelfs door de paus, die bad voor zijn succes. Daarna vloog hij naar Malta, waar hij goed bevriend werd met Bush, die zich zorgen maakte over de snelle veranderingen in Oost-Europa. De Koude Oorlog was nu echt voorbij.
In januari 1990 bezocht G. Vilnius (Litouwen), maar hij kon de onafhankelijkheid niet tegenhouden. Het Politbureau wou het leger sturen, maar G. hield dat tegen. Dat leger werd wel naar Azerbeidzjan gestuurd, waar Azeri’s Armeniërs afslachtten. Er vielen 200 dode betogers en 30 dode soldaten.
In februari 1990 eisten 250.000 betogers dat G. orde op zaken stelde.
Op 14 maart 1990 werd G. gekozen tot president met bijna 60 % van de afgevaardigden van het Congres. Hij liet meteen artikel 6 uit de Grondwet van 1977 schrappen: de CPSU was niet langer de regerende partij. Maar Jeltsin was sinds 1989 voorzitter van het nieuwe parlement, hij mocht drinken als een Tempelier, maar toch zei het volk: “Hij is onze man”(600). G. had het parlement niet meer onder controle. Bij de 1 mei-optocht stapten Litouwers en Esten op met slogans zoals “Weg met de CPSU, weg met het fascistische Rode Rijk”. G. was daar heel ongelukkig mee. Hij werd in juli wel herkozen als partijleider. Voor de rest was 1990 een jaar van ruzies en spanningen tussen G. en Jeltsin. Ook de intellectuelen lieten hem vallen en in november eiste de pers zijn aftreden. Op 31 december 1990 hield hij zijn laatste toespraak voor het volk. Zijn medewerkers hadden medelijden met hem. Hij keurde de Duitse eenwording goed en ook de inval van Bush in Irak, nadat Saddam Hoessein in Koeweit was binnengevallen.


Er was veel kritiek op G. : “Ons leger verlaat de landen die door ons bevrijd zijn van het fascisme”, zei generaal Makasjov en we laten Irak, een oude bondgenoot, in de steek. G. liet de 350.000 Sovjetsoldaten terugkeren uit de DDR, maar hoopte dat het land geen lid zou worden van de NAVO. Hier staat ook de belofte van James Baker dat “geen centimeter van de militaire jurisdictie van de NAVO zich oostwaarts zou uitbreiden” (635). Ik meen dat hij zei : “not any inch”. Kohl en Genscher bevestigden dat de NAVO zich niet zou uitbreiden naar de DDR (635).


Hoe kon het dan dat de NAVO toch oprukte tot aan de grens van Rusland ? De schuld lag bij Bush. Die zei: “Wij hebben gewonnen, zij niet. We kunnen de NAVO niet inperken tot één helft van Duitsland(636). Kohl moest geld geven aan G. in ruil voor de DDR. En G. vroeg helaas geen schriftelijke garanties. Deze besprekingen vonden plaats op 9-10 februari 1990, in het Kremlin, tussen G., Sjevardnadze, Kohl, Genscher en Baker. Op 28 februari 1990 herhaalde G. tegen Modrow(DDR) : “Nee tegen het NAVO-lidmaatschap” en op 14 april herhaalde hij dat tegen de paus. Op 18 maart 1990 stemden de Oost-Duitsers in hun eerste vrije verkiezingen massaal voor de CDU en voor de snelle eenwording. Op 18 mei 1990 kwam Baker weer naar G., met “ 9 garanties” dat de NAVO met heel Duitsland veilig zou zijn voor de SU. G. trapte erin en op 30 mei kwam hij naar Washington, met 18 vliegtuigen en 80 ton eten voor de receptie die hij de Amerikanen zou aanbieden.


Daar werd beslist dat het herenigd Duitsland zelf mocht beslissen of het lid werd van de NAVO. De medewerkers van G. waren boos. Sjevardnadze vroeg aan Baker: “Hoe kunnen we zo’n mislukking uitleggen aan Moskou”? (644).
G. kreeg een gunstig handelsakkoord, maar Bush stelde als voorwaarde: emigratierecht voor Sovjetburgers en opheffing van de economische blokkade van Litouwen. Dit leidde tot de exodus van 1 miljoen Russische Joden naar Israël. G. werd overal weer enthousiast ontvangen en overladen met 5 prijzen(650). In eigen land daarentegen werd de weerstand steeds groter.
In juli 1990 kwam Kohl naar Mitterrand en werd de Duitse kwestie geregeld. Duitsland mocht lid worden van de NAVO, onder bepaalde voorwaarden en als Kohl 3 miljard $ aan de SU gaf.
Op 2 augustus 1990 viel Irak binnen in Koeweit. Sjevardnadze en G. waren woedend: Irak was hun trouwe bondgenoot in de Perzische golf, er waren veel KGB-adviseurs in het land en er woonden 9.000 Sovjetburgers, die door Saddam gegijzeld konden worden als Moskou de kant van de VSA koos.


G. en Sjevardnadze veroordeelden de agressie, maar dat was tegen de zin van velen in het Politbureau.
Op 15 oktober 1990 kreeg G. terecht de Nobelprijs voor de Vrede, tot ergernis van vele Russen die de Nobelprijzen beschouwden als anti-Sovjetprovocaties. G. kreeg venijnige brieven: “Proficiat met de prijs van de imperialisten voor het ruïneren van de SU en de uitverkoop van Oost-Europa”. KGB-chef Krjoetskoj, de latere leider van de staatsgreep, toonde aan G. met veel plezier al die brieven en peilingen, waarin 90 % van de bevolking de prijs afkeurde. Gevolg: G. durfde hem zelf niet af te halen en pas op 5 juni 1991 hield hij de verplichte toespraak.
In januari 1991 leek G. uitgeput. Op 13 januari liet hij het opstandige Vilnius bezetten, waarbij 15 Litouwers gedood werden en velen verwond. Jeltsin vloog naar Vilnius, waar hij de aanval veroordeelde, samen met de presidenten van Estland, Letland en Litouwen. In Moskou werd betoogd met de tekst: “G. is de Saddam Hoessein van de Oostzee”. 30 intellectuelen veroordeelden hem wegens zijn “Bloedige Zondag”, verwijzend naar 1905.
Op 19 februari eiste Jeltsin het ontslag van G. op tv. Op 17 maart bepaalde een referendum dat er een Unie van Soevereine Staten mocht komen. De Baltische landen, Moldavië, Georgië en Armenië deden niet mee. Op 12 juni werd Jeltsin gekozen tot president van Rusland. Op 20 augustus 1991 zou het unieverdrag in Moskou ondertekend worden.
Krjoetskov en andere conservatieven beschouwden dit verdrag als een bedreiging voor de USSR.
G. werd verschillende keren gewaarschuwd dat een staatsgreep op komst was, o.a. in juni 1991 door de Amerikaanse ambassadeur Matlock, nadat de C.I.A. al in april gezegd had: het tijdperk G. is voorbij. G. lachte er telkens mee. Ook twee andere alarmsignalen op 23 en 25 juli wuifde hij weg (680).
Op 30 juli kwam Bush naar Moskou. G. vroeg hem veel economische hulp, maar hij kreeg ze niet.
Op 4 augustus vertrok G. met zijn (uitgeputte) Raisa, dochter Irina, schoonzoon en 2 kleinkinderen op vakantie in Foros, op de Krim, 40 km ten westen van Jalta.
KGB-chef Krjoetsjkov, minister van defensie Jazov, stafchef Boldin, vertrouweling van het gezin G., bereidden hun staatsgreep voor.


Op zondag 18 augustus 1991 werd de telefoon van G. afgesneden. Ongewenste bezoekers, mensen die hij zelf nog benoemd had, belden aan en sprongen onbeschaamd in zijn kantoor binnen.
Zij eisten dat hij de noodtoestand ondertekende(704). Hij weigerde. De volgende dag riepen de coupplegers zelf de noodtoestand uit. Tanks rolden Moskou binnen. Jeltsin reed naar het Witte Huis, het parlement. Daar organiseerde hij het verzet.
De Gorbatsjovs verkeerden in doodsangsten en zagen dat er overal afluisterapparatuur geplaatst was. Op 21 augustus trokken tienduizenden burgers naar het Witte Huis.


Krjoetskov en Jazov kregen spijt en vlogen naar de Krim. Raisa kreeg een beroerte en kon niet meer praten. De telefoon werd hersteld en G. belde met Jeltsin, Nazarbajev, Kravtsjoek en Bush.
Op 21-22 augustus vlogen de Gorbatsjovs terug naar Moskou. Duizenden blije Moskovieten wachtten hem op, maar hij beging de vergissing van niet naar hen te gaan, omdat Raisa zeer ziek was.
Er blijven vragen over de coup: stond G. hem toe? Waarom boden zijn 32 lijfwachten geen weerstand? De auteur geeft er geen antwoord op.


Na de staatsgreep werd Raisa nooit meer gezond en in 1999 kreeg ze leukemie.
Drie tegenstanders van G. pleegden zelfmoord, anderen werden ontslagen.
Op 23 augustus vernederde Jeltsin G. twee keer voor de Opperste Sovjet door de lijst te tonen van de ministers die de staatsgreep hadden goedgekeurd en door de Communistische Partij in Rusland te verbieden. De ruzie verergerde elke maand. In november waren er twee kampen: G. met Kazachstan en Kirgizië, Jeltsin met alle andere republieken.


Op 1 december stemden 90 % van de Oekraïners voor onafhankelijkheid. Ook in Loegansk(83 %), Donetsk(77),Krim(54) en Sebastopol (57) was er een duidelijke meerderheid.
Op 8 december schaften Jeltsin, Kravtsjoek (Oekraïne) en Sjoesjkevitsj (Wit-Rusland) de USSR af en vervingen die door het G.O.S., waarbij G. buiten spel werd gezet.


Op 9 december zei Jeltsin tegen G. dat hij zijn plaats ging innemen. Vanaf 13 december vroegen Tsjernjajev en Gratsjov enkele keren aan G. om af te treden en Jeltsin herhaalde elke dag dat hij het Kremlin moest verlaten. Op 18 december sloten 8 andere republieken zich aan bij het G.O.S. Alleen Georgië en de drie Baltische landen deden niet mee.


Op 21 december schreef G. zijn afscheidsrede, samen met zijn adviseurs. Op Kerstdag nam hij ontslag.
Daarna kwam ineens de waarheid aan het licht over Katyn (25.000 Poolse doden) en over het pact van 1939 met nazi-Duitsland. G. had zich verzet tegen deze bekendmaking om niet meer tegenstanders te krijgen dan hij al had.
Raisa, volledig over stuur, kreeg te horen dat ze 24 uur tijd had om hun persoonlijke bezittingen weg te halen uit hun datsja. Tussen 21 en 25 december belden Mitterrand, Kohl, Bush, Major, Mulroney (Canada) en Genscher met G. om hem te troosten. Van Kohl mocht hij in Duitsland komen wonen. Dat deed hij niet, zijn familie later wel.


Vanaf 1992 was G. dus ambteloos burger, met beperkt salaris, maar met genoeg personeel. Hij richtte een stichting op die zich bezig hield met goede doelen zoals kinderen met leukemie in Rusland en in het buitenland. De financies kwamen van zijn dure voordrachten over heel de wereld. Jeltsin was er niet blij mee en pakte ¾° van zijn gebouw af.


In januari 1992 liet Jeltsin de prijzen los: in december was alles 30 keer zo duur! Gewone mensen moesten hun bezit op straat verkopen. 70 % kwam aan de rand van de armoede. Vele Russen dachten dat het de schuld van G. was!

 
In 1996 stelde G. zich kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Het werd een zeer pijnlijke nederlaag : hij kreeg slechts 386.000 stemmen of 0,5% , veruit het minste van de 7 kandidaten. Jeltsin won in de 2° ronde met 54 % (door Lebed om te kopen).
Raisa leed zeer onder de vernederingen die G. moest ondergaan vanaf de staatsgreep. En ook onder de scheiding van haar enige dochter Irina in 1994. In 1999 werden G. en Raisa uitgenodigd in Australië, waar G. uitgeroepen werd tot “man van de 20° eeuw”. Na de vermoeiende reis bleek dat Raisa leukemie had. Schröder zorgde ervoor dat ze naar het beste Duitse kankercentrum mocht in Münster. Er kwamen steuntelegrammen van vele wereldleiders. Maar op 20 september 1999 overleed ze helaas. G. was er een jaar depressief van.
In 2.000 begon hij weer te werken, op vraag van Poetin, die in augustus 1999 door Jeltsin was aangeduid als premier en in maart 2.000 door het Russische volk tot president werd gekozen.
Op 7 mei 2.000 was G. uitgenodigd op de inauguratie in het Kremlin, de 1° keer sinds 1991 !
Nadien had hij geregeld kritiek op het optreden van Poetin, b.v. bij de arrestatie van Chodorkovski in 2003 en op zijn frauduleuze verkiezing in 2004. G. voelde meer voor Medvedev, die hem in 2008 de hoogste onderscheiding van Rusland toekende.


Zijn gezondheid ging achteruit: tussen 2002 en 2014 onderging hij 4 zware operaties en in 2015 stopte hij op zijn 84° met reizen. Hoewel de relatie met de autoritaire en antiwesterse Poetin verzuurde, plaatste G. hem in 2014 op hetzelfde niveau als Reagan en Thatcher: Poetin had Rusland gered toen het door toedoen van Jeltsin uit elkaar dreigde te vallen.


Beiden hadden kritiek op het Westen, dat zich niet gehouden had aan de afspraken van 1990 en de NAVO uitgebreid had tot aan de Russische grenzen. G. keurde ook de inname van de Krim goed.
De dochter van G., haar 2° man en hun 2 dochters verhuisden naar Duitsland, omdat ze de aanvallen op hun vader beu waren.


In zijn slotwoord zegt Taubman: “G. was een visionair, die zijn land en de wereld veranderde. Hij vernietigde het 70 jaar oude totalitaire regime van de SU, zorgde voor vrije verkiezingen en parlementen, maakte een einde aan de gevaarlijke wapenwedloop en stond de Oost-Europeanen toe om na 40 jaar bezetting hun lot zelf te bepalen, zonder bloedvergieten of geweld. Hij liet de hereniging van Duitsland toe. Hij wou het communisme een menselijk gezicht geven, zoals zijn vriend Zdenek Mlynar in Praag in 1968 had geprobeerd. Als briljant tacticus slaagde hij erin het monopolie van de CPSU op te heffen, ondanks grote weerstand. Als Bush senior en junior naar G. hadden geluisterd, dan was Irak zonder geweld uit Koeweit weggetrokken en dan was de 2° nutteloze oorlog (om “massavernietigingswapens” die er niet waren) er niet gekomen. Vele Russen rouw(d)en om het verlies van het Sovjetrijk en de middenklasse(20 %) erkent maar schoorvoetend dat G. hun weldoener was. Hij was een tragische held, die ons begrip en onze bewondering verdient”.


Hierna volgen een lijst met begrippen (zoals Centraal Comité, Politbureau), afkortingen, een bibliografie met zowel Russische als Engelse titels, een lange lijst met interviews en een woord van dank. Daarin staat dat de biografie niet door G. zelf geautoriseerd is, maar dat er wel medewerking is geweest van Tsjernjajev, toegang tot het rijke archief van de stichting van G., een interview met zijn dochter, hulp van Gratsjov, perswoordvoerder en biograaf van G. Dan volgen nog 100 pagina’s noten en een uitgebreid register.

Beoordeling:

Taubman heeft indrukwekkend werk geleverd. Hij heeft heel veel gelezen, gesproken met vele medewerkers en tegenstanders van Gorbatsjov en veel van zijn info komt uit eerste hand.
De biografie is voldoende kritisch en zeker geen hagiografie. Bij de zwakke kanten noemt hij geregeld het feit dat G. teveel zelfvertrouwen had, zijn te grote dadendrang, tegelijk zijn besluiteloosheid, niet luisterde naar zijn medewerkers, ook niet toen ze hem wezen op een staatsgreep. De aanmerkingen die nu volgen zijn dus eerder details.


De chronologie is vaak rommelig, de auteur spreekt over 1990(593-596) en dan weer over 1989 (597 e.v.), de val van de Muur(nov.’89) komt vóór het bezoek van Gorbatsjov aan Beijing (mei ’89), heel vaak staan er data zonder jaartal, een kaart van Rusland met de minder bekende plaatsnamen ontbreekt, ook een stamboom van de familie Gorbatsjov. Het boek bevat ook veel te veel onbeduidende details: soms worden vergaderingen van zin tot zin weergegeven.
Er staan ook drukfouten in : op p. 24 ontbreekt het Rode Plein bij Mathias Rust, G. kwam aan de macht in 1985 i.p.v. “1995” (p. 33), op p. 37 ontbreekt het woordje ‘die” achter degene, “Roros” (532) moet Foros zijn, “90° verjaardag” in 2014 moet 83° zijn (785).


Het register is zeer uitgebreid, maar soms ontbreekt een pagina bij een begrip: bij Mlynar is dat 89-95 en 158-161; bij Brezjnevdoctrine p. 328. En Raisa Titarenko moet je zoeken bij Gorbatsjova.
Taubman beweert op p. 751 dat de medewerkers van Stalin in maart 1953 bewust wachtten met het opbellen van de artsen, terwijl de eigenlijke reden was dat ze bang waren om de door Stalin ontslagen Joodse artsen uit de gevangenis te halen. Zie o.a. Oleg Chlevnjoek, Stalin, de biografie(2015). Voor de rest zijn we het eens met de auteur.


Ik hoop dat G. de verschijning van dit boek in Rusland nog zal meemaken. Nu kunnen de Russen het enkel kopen via Amazon.

 

Jef Abbeel, november/december 2017