home algemeen sites historische literatuur op alfabet op periode Nederlandse romans Indonesië W.O.II


Historische Romans
 

 

 

 

De Adelaar van het Negende

Rosemary Sutcliff, (filmversie), Amsterdam, Leopold, 2011, 327 blz.

Doelgroep: +13 jaar

Tijd en ruimte: Romeins Britannia & Schotland,  2de eeuw na Christus.

Thematiek: trouw, eer, vriendschap, vrijheid versus slavernij & strijd tegen andere beperkingen

Voor je begint te lezen, moet je weten dat omstreeks het jaar 117 na Christus het Negende Legioen van de Romeinen gelegerd was te Eburacum in Brittannië. Die plaats heet tegenwoordig York, en Brittannië Engeland. Omstreeks die tijd marcheerde het Negende Legioen naar het noorden om een opstand de kop in te drukken onder de Caledonische stammen, die woonden waar nu Schotland ligt.

Het Legioen ging op weg, en nooit werd er meer iets van gehoord. 

Gedurende de opgravingen te Silchester, ongeveer achttienhonderd jaar later, werd er onder de groene velden die nu de plek bedekken waar het wegdek van het oude Calleva Atribatum lag, een Romeinse Adelaar zonder vleugels gevonden. Ieder Romeins legioen had zijn eigen gouden Adelaar. Al gingen ook alle manschappen van het legioen verloren, zolang de Adelaar nog in handen van de Romeinen was, bestond het legioen nog. Maar ging de Adelaar verloren, dan was het legioen verloren, en de manschappen die overbleven werden over de andere legioenen verdeeld. 

Die gevonden Adelaar is nu nog te zien in een Engels museum. En omdat mensen nu eenmaal verschillend zijn, hebben ze ook verschillende meningen over de herkomst van die Adelaar. Maar niemand weet het precies, zoals ook niemand weet wat er gebeurd is met het Negende Legioen nadat het, op weg naar het noorden, in de dichte mist verdween. 

Over deze twee geheimzinnige gebeurtenissen, die ik met elkaar in verband heb gebracht, heb ik dit verhaal geschreven: De Adelaar van het Negende.

INHOUD

Hoofdstuk 1. GRENSVESTING (Hoofdstuk 2 in de filmeditie van 2011) 

De weg naar het westen, naar Isca Dumnoniorum, verschilde niet veel van de meeste Britse wegen; het was alleen maar een ongeëffend pad, dat een beetje breder was gemaakt, met ongelijke stenen wat was verhard, en op de plekken waar verzakking dreigde was voorzien van een onderlaag van boomstammetjes. Maar voor de rest was hij nog net zo als vroeger en slingerde hij zich op dezelfde manier door de heuvels, verder, steeds verder de wildernis in. 

Het was een drukke weg, die veel reizigers voorbij zag trekken: handelslieden met bronzen wapens en onbewerkt goud-geel barnsteen in de pakken op hun pony's; landlieden, die hun ruigharig vee of magere varkens van dorpje naar dorpje dreven; soms ook leden van een verre westelijke stam met geel-bruine haren; rondtrekkende muzikanten en ook wel kwakzalvers, die zich voor oogdokters uitgaven; of een snelvoetige jager met op zijn hielen grote wolfshonden; en zo nu en dan een fouragewagen, die heen en weer trok om de voorraden van de Romeinse grensvesting aan te vullen. De weg zag hen allemaal over zich voorbij trekken, en ook de cohorten met hun Adelaars, waarvoor alle andere reizigers ruim baan moesten maken. 

Op de dag waarop dit verhaal begint, was er een cohorte hulptroepen in haar lederen borstbekleding op mars. De veerkrachtige, wiegende, regelmatige pas - kenmerk van de legioenen - had haar met een snelheid van meer dan dertig kilometer per dag van Isca Silurium naar hier gevoerd. Het was het nieuwe garnizoen, dat het oude te Isca Dumnoniorum ging aflossen. Steeds verder trok het, de weg volgend, die nu eens uitliep op een verhoogd pad te midden van laaggelegen, zompige moerassen en de lege verte; dan weer een diep woud indook, waar op beren gejaagd werd; of hoog werd opgetild over het sombere hoogland, waar niets anders groeide dan brem en doornig struikgewas. Voorwaarts, zonder ooit te rusten of het tempo te veranderen. Voorwaarts, de ene centurie na de andere, de zon schitterend weerkaatst in de Standaard aan het hoofd van de troep, het opgeworpen stof als een wolk over de legertrein achteraan. 

Voorop marcheerde de oppercenturio, de commandant van de cohorte. De trots die van hem afstraalde, verried duidelijk, dat dit zijn eerste commando was. Zoals ze daar voortgingen vormden ze een troep, waarop iedereen met recht trots zou zijn - hij was dat allang. Zeshonderd blonde reuzen, die uit de Gallische stammen bij de Boven-Rijn waren gerekruteerd en die juist om hun aangeboren vechtlust net zo lang waren gedrild, totdat men er met harde tucht de beste cohorte van de hulptroepen die er ooit in het Tweede Legioen gediend had, van had gevormd. Ook daar was hij zeker van. Ze waren nog maar pas in een cohorte opgenomen; de meeste van de manschappen hadden nog niet bewezen wat ze in een gevechtsactie waard waren en de piek aan hun Standaard droeg nog geen ereteken, geen vergulde lauwerkrans, geen kroon der overwinning. De eer moest nog veroverd worden - misschien onder zijn commando. 

De commandant was het tegendeel van zijn manschappen: op en top een Romein tot in zijn aanmatigende vingertoppen. Zo grofgebouwd en blond als zij waren, zo lenig en donker was hij. Het olijfkleurige gezicht onder de ronding van zijn gevederde helm vertoonde nergens ook maar één weke lijn - een hard gezicht zou het zijn, als die lachrimpeltjes er niet waren geweest. Tussen zijn rechte, zwarte wenkbrauwen was een gezwollen litteken zichtbaar; het teken, dat hij als strijder was ingewijd in het genootschap van Mithras, de zonnegod. 

(2de druk, 1973, p. 9-11. In de filmversie (2011), p.22-23 is aanmatigende weggelaten.)

Zo begint Rosemary Sutcliff (1920-1992) De Adelaar van het Negende, een adolescentenroman die oorspronkelijk uit 1954 stamt, maar nog geen greintje verouderd aandoet en evengoed door volwassenen met plezier kan gelezen worden. Meteen bakende ze de parameters af van een goede historische roman, voor hele generaties schrijvers in Engeland, maar ook in ons taalgebied. En voor mij! Het is Sutcliffs eerste grote succes, er werden al meer dan één miljoen exemplaren verkocht over de hele wereld. Als er klassiekers bestaan in de historische adolescentenliteratuur, dan is dit een absolute topper. De kennismaking met Sutcliff betekende voor ons een revelatie! Geheel terecht wordt zij beschouwd als de grootmeester van de psychologische historische roman. 

De boeken van Sutcliff en vooral haar Adelaar hebben mij begeesterd sinds ik het boek als “koopje” verwierf in maart 1979. Ik heb er samen met collega’s uit diverse scholen herhaaldelijk multimediaal mee gewerkt, heb er in 1981 mijn allereerste artikel voor leraren Nederlands over gepubliceerd in het Werkblad voor Nederlandse Didactiek en heb samen met een collega een eindwerk lerarenopleiding (nu: bachelor) erover begeleid. Vreemd genoeg was dat eerste artikel eveneens een vergelijking tussen boek en filmsequenties, net als wat nu voor u ligt.

De visuele en directe stijl van Sutcliff leent zich zeer goed voor omzetting tot film. Dat gebeurde al eerder met De Adelaar van het Negende, die in 1978 reeds verfilmd tot een televisiereeks, de grondstof leverde voor Centurion (2010) en nu 2011 weer een ‘remake’ krijgt met The Eagle.

Teken des tijds: een uitstekende tijdloze klassieker moet aangeprezen worden als “Het boek van de film The Eagle.” Gelukkig is Sutcliffs roman daardoor wel herdrukt en zo weer binnen het bereik van een nieuwe generatie lezers. De laatste keer dat dit met een aantal van haar boeken gebeurde, was 2003. Toen ik in de Davidsfondsboekhandel in Leuven aan de (jonge) verkoopster vroeg, welke Sutcliffs ze nog in voorraad had, kon haar computer alleen de filmversie bieden. “Net deze week binnengekomen, vers van de pers.” (Met wijziging in de volgorde van de drie eerste hoofdstukken, om synchroon te lopen met de film. Wat ik persoonlijk geen verbetering vind.)

Nu sieren de hoofdrolspelers uit de film de kaft. Gelukkig zijn ze goed gecast, zodat ook oudere lezers niet hoeven teleurgesteld te zijn. Ik heb de nieuwe uitgave meteen gekocht - mijn tweede druk uit 1973 ligt toch zo goed als uit elkaar door veelvuldig gebruik. Waarvoor een film goed is! 

Omstreeks 117 na Christus verdwijnt het Negende Legioen, het Spaanse, ergens in het noorden van Britannia. Bijna vijfduizend soldaten waren spoorloos, met hen hun standaard, de gulden Adelaar, het veldteken van de Romeinse legioenen. En daarmee de eer van het Negende Legioen. De vader van Marcus Flavius Aquila was de bevelhebber van het Eerste Cohorte van het noodlottige Negende legioen.

Twaalf jaar later (en niet 20 jaar zoals in de film) arriveert Marcus in Britannia voor zijn allereerste opdracht. Als piepjonge en kersverse centurio voert hij het commando over een cohorte (600 man) Gallische hulptroepen. Hij is met slechts één doel in deze buitenpost van het Rijk: de waarheid over de verdwijning van het Negende achterhalen en de verloren Adelaar vinden en terug brengen naar Rome om zo de eer van het legioen en van zijn vader te herwinnen. 

Bij de eerste aanval op zijn garnizoen door Keltische stammen raakt hij ernstig gewond en krijgt hij eervol ontslag uit het leger. Tijdens zijn herstel logeert hij bij zijn oom in Calleva. Hier redt hij in de arena het leven van de krijgsgevangen slaaf Esca. En dus rust op deze zoon van een Brits stamhoofd de ereplicht de vertegenwoordiger van zijn aartsvijanden te helpen.

Tijdens een jachtpartij redt Esca een wolvenwelpje, waaraan Marcus zich spoedig sterk zal hechten.

In de tuin maakt hij kennis met het felle buurmeisje Cottia, die zeer ongelukkig is omdat ze uit haar vertrouwde Keltische omgeving is gerukt (wegens een tweede huwelijk van haar moeder) en nu bij een tante moet verblijven, die maar een doel lijkt te hebben: op alle mogelijke wijzen de Romeinse levensstijl kopiëren tot in de kleinste details. 

Vergezeld door de vrijgelaten Esca waagt Marcus zich aan een zoektocht naar het noorden, tot in de afgelegen hooglanden achter de Muur van Hadrianus (keizer van Rome 117 - 138), in de kort voordien door Rome prijsgegeven provincie Valentia, waar de barbaarse Schotse stammen heer en meester zijn. Een zo riskante onderneming dat niemand verwacht dat hij ooit zal terugkeren. Zoals je uit het kaderartikeltje met het woord vooraf van de auteur kunt afleiden, zullen de vrienden in hun opdracht slagen. 

Het slot wijkt af van de film. In het boek vindt Marc zijn trouwe Welp terug. En na de winter ook Cottia, die aardig op weg is naar volwassenheid. Het is duidelijk dat tussen beiden een prille romance ontluikt, hoewel dat niet met zoveel woorden gezegd wordt. Van de senaat ontvangt Marcus een stuk land in Italië. Hij zal het echter ruilen met grond in Britannia: hier wil hij blijven. 

BESPREKING

Voor de vergelijking tussen film en boek: zie op deze website de bespreking van The Eagle.

Geheel terecht wordt Rosemary Sutcliff (1920-1992) beschouwd als de grootmeester van de psychologische historische roman. Haar boeken zijn ongelooflijk rijk aan veelzijdige thematiek en motieven. (Zie hiervoor op deze site ook de lectuursteekkaart over Om het rood van de krijger.)

Sutcliff schrijft volwaardige literatuur, maar bezondigt zich nooit aan mooischrijverij.

p. 81. Knappe vooruitwijzing. Oom Aquila: “Al snap ik er geen jota van waarom jij een tamme gladiator wilt houden. Waarom probeer je het niet eens met een wolf?”

Zoals in de meeste Sutcliffs is Marcus, de hoofdpersoon een lichamelijk gehandicapte, zoals de schrijfster zelf! Haar fysieke zwakte zindert door in de pogingen van Marcus om weer te leren lopen. Haast al haar hoofdpersonen in al haar boeken zijn uitgestotenen omwille van een psychologische of/en fysische handicap. Telkens overwinnen zij hun lichamelijke tekorten door zich in te zetten voor anderen in plaats van in hun hoekje weg te kruipen.

Wat hebben in dit boek Marcus, Esca en Cottia gemeen? Beperkingen. Marcus is een invalide; Esca is beperkt doordat hij zijn vrijheid kwijt is en Cottia zit gevangen in een keurslijf, een dwangbuis van een cultuur die ze veracht. 

Wellicht is het haar persoonlijk leed dat haar boeken, ook die voor de jongste lezers, doorgloeit met een menselijke warmte, die je moeilijk in een recensie kunt vangen, doch bij het lezen zeer sterk aanvoelt. Ook haar liefde voor dieren, vooral honden, krijgt hier weer gestalte in het wolfsjong Welp, de trouwe gezel van Marcus, Esca en -later- Cottia. Welp, die alle voedsel weigert als Cottia met haar verafschuwde tante naar Aquae Sulis (Bath) moet. Misschien is de gevoelige blik van een gehandicapte nodig om onder het eelt van onze geestelijke handicaps het aanvoelen van andermans verborgen kwaliteiten wakker te schudden. 

Het verhaal is meer dan een ‘coming of age’-roman; het zit vol wetenswaardigheden over Romeins Britannia. Elk van Sutcliffs werken steunt op gedegen, ver doorgedreven opzoekingen. Sutcliff weet veel. En die kennis weet ze subliem, haast impliciet, functioneel en nooit pedant -o moeilijkste van alle opgaven- in haar boeken te verwerken. Vandaar dat het doodjammer zou zijn de bespreking te beperken tot louter taalkundige of verhaaltechnische aspecten. De Adelaar van het Negende leent zich uitstekend tot historische en antropologische uitdieping. Want waar de geschiedschrijving en de archeologie tekortschieten, doet Sutcliff een verantwoord beroep op de historische antropologie. Elk detail is met bijna wetenschappelijke ernst verantwoord.  

Petje af voor haar werkwijze: fijne penseeltoetsen, nooit opdringerig, nooit pronken met tentoongespreide kennis, nooit belerend, maar magisch-evocerend door de subjectieve ogen en de ervaringen van haar hoofdpersonen. Lees bijvoorbeeld de magistrale beschrijving van de initiatieriten in De Adelaar.., p. 203 en volgende. En toch is dit slechts een zwakke afschaduwing van de initiatie in Om het rood van de krijger. 

Je kan heel wat onderdelen laten uitdiepen - en achteraf presenteren aan de klas - aan de hand van naslagwerken, al dan niet op internet. Leerlingen doen dit graag en enthousiast. Het opent hun ogen voor de rijkdom van Sutcliffs stijl en maakt hun werk veel concreter. Dit kadert tevens in een fundamenteel basisstreven om het onderwijs uit de abstracte naar een ‘tastbare’, concrete sfeer te halen, door bijvoorbeeld eveneens plastische opvoeding in te schakelen. Wat dan weer aansluit bij de psychologie van de puber en ervoor zorgt -vooral als je de leerlingen zelf een goed deel van het werk laat opknappen- dat de lessen Nederlands en geschiedenis plotseling geen saaie blokboel meer zijn, maar een avontuur, een ontdekkingstocht in de leeservaring. 

De thematiek is ideaal voor waardeverduidelijking in verband met kolonisatie, imperialisme, negatieve acculturatie door het opdringen van een vreemde levensstijl aan de gekoloniseerden. Hier zijn dat de Romeinen, die de Keltische cultuur willen vervangen door hun ‘superieure’ beschaving - schitterend aan Marcus duidelijk gemaakt door Cottia en Esca in het hoofdstuk Twee werelden ontmoeten elkaar (p. 95 e.v.). Maar hebben de Europeanen in het verleden niet hetzelfde gedaan in precolumbiaans Amerika, India, Indonesië, Afrika en de Arabische wereld?

Taal

Haar persoonsbeschrijvingen zijn steeds erg beeldend en plastisch. En wat haar natuurbeschrijvingen betreft… Net als in Om het rood van de krijger zijn die hier plastisch en zo suggestief dat je de bloemen en planten haast kunt ruiken onder de voorbijschuivende wolken en je in het landschap gezogen wordt.

Al haar boeken munten uit door een rijke, genuanceerde en voorname taal, wat behouden blijft in de vrijwel vlekkeloze vertalingen door Ir. P. Telder, Tine Leiker Kooimans en hier: Miep Diekmann, zelf een gevierd schrijfster en auteur van o.a. Marijn bij de Lorredraaiers (2004 - eerste druk 1965), een grandioze en zeer volwassen historische adolescentenroman. Als geen ander weet Sutcliff door dit concies taalgebruik sfeerschepping, gevoelsuitingen, kleurschakeringen en psychologisch verantwoorde karaktertekeningen te brengen, op een niveau dat zeldzaam is in jeugdliteratuur. Onder de verhaallaag behandelt zij steeds een universeel thema als: vriendschap, trouw, rechtvaardigheid, botsing van verschillende culturen.

DIDACTISCHE TIPS

Sterk aanbevolen: een vakoverschrijdende multimediale leereenheid Nederlands - geschiedenis … met boek en film.

Indien je niet vertrouwd bent met deze manier van werken, lees dan het online artikel Gelezen tijd op Histoforum Didactiek en de internetbijdragen hieronder over historische films bij Leeswerk. 

EEN UITVOERIGERE LECTUURSTEEKKAART IS IN VOORBEREIDING 

Zeer praktisch tips in: Concreet werken met historische romans in de klas.  

De hier onder voorgestelde leereenheid is een aantal keren uitgevoerd in derde en vierde jaren voortgezet onderwijs (14-16 jarigen). Door de filmversie zal het de eerstvolgende jaren niet moeilijk zijn om voldoende exemplaren van het boek te vinden voor een hele klas. Indien je laat werken in kleine groepjes met verschillende boeken, kunnen de uitgewerkte taken een goede leidraad en inspiratiebron vormen voor je leerlingen. 

In het verleden hebben wij (leraars en leerlingen) veel genoegen beleefd aan het boek en de gevolgde werkwijze. In een tweede jaar voortgezet onderwijs (waar met enkele lange fragmenten werd gewerkt) nodigden de leerlingen een heuse Romeinse legionair uit. De vierdejaars, die het hele boek gelezen hadden, sloten zich bij de demonstratie aan. (De man had slechts tijd voor één sessie.) Op een nabije school werd hij diezelfde dag uitgenodigd door de vierdejaars.

Ongetwijfeld kunnen creatieve leerlingen in dit internettijdperk nog heel wat meer verzinnen.

Werkwijze

- Vooraf: je kunt de drie omslagillustraties laten zien en vragen wie welke verkiest (door handopsteking of stembriefje). De laatste keer dat het boek gelezen werd, verkoos de overgrote meerderheid de recentste uitvoering. Nu is er dus de filmversie bijgekomen. Smaken verschillen. En veranderen.

- Rangschik de omslagen van de drie verschillende Nederlandse drukken chronologisch: de oudste links, de jongste rechts. Motiveer kort je keuze.  

- Voorstelling van het boek, de werkwijze, motivatie van de leerlingen: zie Gelezen tijd.

Voor de individuele fase van het thuis lezen en het opstellen van een leesdagboek: zie Concreet werken…, Bijlage 1.

- Eerste hoofdstuk: zeer uitvoerige bespreking door leraar (om de werkwijze aan te brengen);

- Vanaf hoofdstuk 2: uitwerking door de leerlingen in complementaire werkgroepjes van 3 à 5 personen. (Liefst kleine groepen nemen: minder kans op ‘meelifters’.)

En algemene opmerking bij onderstaande: elk groepje legde zijn bespreking vooraf voor aan de leraar. Die leest na, bespreekt samen met de werkgroep, maar behoudt zoveel mogelijk de vorm van de leerlingen (het is hun werk, niet het onze!)

Elke leerling van de klas kreeg als opdracht het hoofdstuk dat aan bod was vooraf te herlezen en een lijstje aan te leggen met de woorden die hij/zij niet kende, niet begreep. Woordverklaring bij hoofdstuk 1 bevat bijvoorbeeld alleen woorden waarvan kon verondersteld worden dat ze voor de meeste leerlingen onbekend waren. Dit is overgenomen door de leerlingengroepjes. Geeft je een goed inzicht in de woordenschat van een klas!

1. Literair

Kleuren, geuren, geluiden, stemmingen worden voortreffelijk verwoord. Hier kunnen per hoofdstuk taken worden gegeven;

weergeven van gevoelens: voorbeelden laten opzoeken en op literaire weergave en levensechtheid laten analyseren;

karaktertekening en persoonsbeschrijvingen (telkens de blz. laten noteren waarop men de gegevens vindt): hoe leren we de volgende personen kennen? Zijn het round of flat characters? Ondergaan ze een evolutie? Welke? (Motiveren uit de tekst.)

Tijdsverloop in het hoofdstuk? Het volledige boek?

Dit zijn algemene opdrachten die naar elke goede jeugdroman kunnen getransfereerd worden.

2. Historische antropologie/geschiedenis

Gegevens opzoeken over de Kelten, de Romeinen in Britannia enz. Zie onderaan.

Normalerwijze zal een der opdrachten erin bestaan scènes uit het boek te vergelijken met sequenties uit de film.

Totdat de dvd ter beschikking komt, zullen we ons voor verwerking in de klas moeten behelpen met de verschillende trailers op Youtube:

1. Duur: 3 minuten: http://www.youtube.com/watch?v=Yx4bnwvGmKM

2. Duur: 3’35” A look behind the scenes (met korte interviews) http://www.imdb.com/video/imdb/vi66820889/

Zodra de dvd er is, komen we hier beslist nog op terug.

Aanbevolen scènes (voorlopige selectie)

1. De openingsbeelden tot aan Marcus die zijn wapenrusting ophangt.

2. De aanval (volledig).

3. Aankomst bij de Wal van Hadrianus (kort).

4. De ontmoeting met Guern.

5. Het inwijdingsfeest van de nieuwe speerdragers bij de Robbenclan.

6. Het laatste gevecht van de oude legionairs. 

Als je aanvullend fragmenten zoekt uit andere films:

1. Gladiator (2000) van Ridley Scott.

De film speelt enige decennia na The Eagle onder Marcus Aurelius de opvolger van Antoninus Pius. De openingsscène met de veldslag tegen de Germanen is zeer geschikt voor klasgebruik. Is grandioos in beeld gebracht en vermoedelijk historisch correcter dan veel van de oudere films, o.a. Spartacus (1960). Romeinse legioenen werden gesteund door een indrukwekkende artillerie van ballista's, katapulten e.d. Die zie je hier eindelijk eens in actie en met veel spektakel.

2. Wanneer je met boek & film werkt: de beroemde wagenren uit Ben Hur (1959) met Charlton Heston.

Mogelijke opdrachten voor leerlingen (al dan niet als webquest):

1. Het Romeinse leger;

2. Het Negende Legioen (het Spaanse)

3. Muur van Hadrianus

4. Tongerse Ruiter Cohorte (p. 155). Een fait divers, een vluchtige ontmoeting, maar voor ons -zo bleek achteraf- geen onbetekenend detail (en typerend voor wat we hierboven over Sutcliffs werkwijze schreven). Want hier ontmoetten we ook de Batavieren en (een hele poos later) de Sarmaten uit de film King Arthur (2004).

Zeer uitvoerig materiaal in: Poppe, J., Status quaestionis van het onderzoek in Vindolanda op het gebied van de militaire geschiedenis. (Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Universiteit Gent, voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis, Academiejaar: 2000-2001). 

Museumbezoek: Nijmegen, Xanten, Trier, Tongeren, Jubelpark Brussel. Kan zowel bij het begin als bij het afsluiten van de leereenheid. Wij (collega’s in tweede en vierde jaren) hebben met succes de twee gedaan, ook bij werken vanuit andere jeugdboeken. Een uitgewerkt voorbeeld, weliswaar voor de Middeleeuwen en Brugge vind je bij de Didactische verwerking van Karel de Stoute p. 13 e.v.

Ongetwijfeld zijn er ook andere artikelen over museum- en stadsbezoek te vinden.

LEESWERK

Rosemary Sutcliff, De Adelaar van het Negende (filmversie), Amsterdam, Leopold, 2011, 327 blz.

Conolly, P., Het Romeinse leger, Aartselaar, Zuidnederlandse uitgeverij, 1976, 77 blz. 

Vandeputte, D. & Wuyts, R., Film en Roman, in: Leeswijzer 16-18, Leuven-Almere, Davidsfonds/Infodok, 1993, p. 41-54

Internetartikelen

Over Sutcliff:

Engels webartikel over haar werk

Interview met Sutcliff door Raymond Thompson (1986) - Engels:  

Op internet is nog veel meer over deze belangrijke auteur te vinden.

Over film en geschiedenis:

Film en geschiedenis. Lessenreeks  

Martens, J., Film en televisie als bron van historische beeldvorming en Speelfilm en geschiedenis. Een didactisch model en de andere inleidende artikelen op de website van de VVLG.

Van der Kaap, A., Films in de geschiedenisles, in: Histoforum Didactiek, 2010  

Jos Martens

maart 2011