Bernauw, Patrick. Het geslacht van de engel
eBoekhuis, 2014, 236 blz. – ook als e-boek

Het geslacht van de engel

Thema: de hardnekkigste mythe van W.O. I: de engelen van Mons en de mysterieuze nawerking.

 


Het geslacht van de engel

Je kunt niet geloven wat je niet kunt zien. Of beter: je kunt niet zien wat je niet kunt geloven.
Arthur Machen, in The Terror

In 2015 is Mons (Bergen in het Nederlands) uitgeroepen tot Europese culturele hoofdstad. Het smoezelige Henegouwse provinciestadje werd daartoe grondig opgepoetst. Onder andere openden een aantal nieuwe musea. Een ervan is volledig gewijd aan de Britten militaire exploten tijdens de Eerste Wereldoorlog. En richt zich in de eerste plaats op Engelse bezoekers. Toen wij begin 2015 voor deze recensie de stad bezochten was het nog niet geopend.

Waarom die speciale aandacht voor de Britten?
Hier in Mons leverden op 23 en 24 augustus 1914 de Royal Fusiliers van de British Expeditionary Force (BEF) onder generaal French hun eerste grote veldslag tegen een overweldigende overmacht van Duitsers onder von Kluck. Hier ligt het graf van de eerste Engelsman die sneuvelde tijdens de Groote Oorlog, op 21 augustus 1914, J. Parr. Toevallig rust op hetzelfde kerkhof ook de laatste Engelsman die in dezelfde oorlog sneuvelde. Al was het dan in feite geen echte Engelsman, maar een Engels sprekende Canadees. Zijn naam was G. Price. Hij viel op 11 november 1918, een paar uur voordat de wapens voorgoed zwegen. 

Michel, mijn Engel...

Het is 21 augustus 1974 en precies tien jaar geleden zat ik hier ook, in de schaduw van een oude kastanjeboom die al volop de stekelige vruchten droeg van de late zomer, waar kinderen zo dol op zijn. Ik was 37 toen, ik ben 57 nu – en onherkenbaar, een ander.
De kastanjeboom is niet veranderd; hij lijkt nog steeds even oud. De groengeverfde houten bank waarop ik zit, is evenmin veranderd. Omdat de tijd alleen vat heeft op mensen. Op kleine mensen zoals u en ik.
Twintig jaar geleden heb ik onder de oude kastanjeboom een afspraak gemaakt met een jongeman die nog volwassen moest worden. Tenminste, daar leek het'
Die op het punt stond een man te worden.

‘Binnen twintig jaar zien wij elkaar hier weer,’ zei je. ‘Op 21 augustus 1974. En dan zal alles je duidelijk worden.’
En nu is het 21 augustus 1974 en wacht ik op jou. Ik wacht op jou zoals ik al twintig jaar op je wacht. Wie ooit zijn blik op jou liet rusten, kan niet anders dan voortaan verteerd worden door een schuldig, een rusteloos verlangen.

 

Aan het woord, zo blijkt later, is de dochter van Arthur Machen.

De engelen van Mons


In het dagblad ‘Evening News’ van 29 september 1914 publiceerde de journalist Arthur Machen een verhaal over de terugtrekking van het Engelse expeditiekorps uit Mons. Daarbij zou het Britse leger geholpen zijn door mysterieuze boogschutters, The Bowmen. Boogschutters die in de Middeleeuwen in de Slag bij Azincourt (1415) de strijd tegen de Fransen in het voordeel van de Engelsen zouden hebben beslist. Toen de situatie in 1914 onhoudbaar werd, riep een van Engelse soldaten de hulp in van Sint-Joris –in het Latijn nog wel. Een aanroeping die volgens het verhaal van Machen door honderden werd overgenomen. Wolken pijlen zouden uit de hemel zijn neergedaald en duizenden Duitsers zouden na de slag pijlwonden hebben vertoond! Geleidelijk aan veranderden de boogschutters in engelen en de legende was geboren.

Het verhaal was verzonnen door Machen (1863- 1947), eerder uit balorigheid over de strenge censuur op de kranten. Maar hij had het weergegeven als een reŽel verslag. Daarom werd het geloofd, bevestigd door een toenemend aantal ooggetuigen en daardoor net zo ‘waar gebeurd’ als een reŽle gebeurtenis. In haast elk ernstig boek over de gebeurtenissen in 1914 is er tot op heden een verwijzing naar deze hoax, dit nepverhaal te vinden (1).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn vele legenden de wereld ingezonden zoals het verhaal over Belgische kinderen die door de Duitse soldaten de handen waren afgehakt. Of dat steeds sterker aangroeiende relaas van Belgische priesters, die opgehangen werden aan de klepels van de klokken, die ze weigerden af te staan aan de Duitse bezetters. Ook verzonnen, maar een sterk propagandamiddel en dus blijvend gehanteerd en daardoor ‘waar’ gemaakt. Trouwens, in die eerste periode van de Duitse inval hoefde men niets te verzinnen: de Duitsers richtten voldoende gruweldaden aan voor ware berichten van haast onverdraaglijke wreedheid: een orgie van brand en moordpartijen in Namen, Aarschot en andere steden of dorpen; de wilde executies in Leuven (augustus 1914), waarbij de stad en de wereldberoemde universiteitsbibliotheek in vlammen opgingen.
Vooral dit laatste maakt, meer dan alles elders, een diepe indruk op zowat de hele wereldopinie. Ten nadele van de Duitsers, de vernietigende Hunnen.


Michelle ma Belle

Ik meende me te herinneren dat het Witte Huis in 1976 al in een staat van verval verkeerde. Dat de witgepleisterde gevel waaraan het zijn naam te danken had, op nogal wat plaatsen bruin was verkleurd door het vocht, of overwoekerd door het groen van de welig tierende klimop. Dat het huis in het hart van een woest sprookjesbos lag, omsloten door hoge maar onregelmatig afbrokkelende muren van natuursteen, met tal van gaten en scheuren in.
[…]
Michelle. In 1976 telde ze hooguit 16 lentes. Misschien eentje meer, misschien eentje minder. Dat maakte haar nu in het slechtste geval een vroege vijftiger, toch niet echt de leeftijd ‘waarop het volstaat de adem even in te houden om ook te stoppen met leven.’
Notaris CerbŤre draaide zich om en voor het eerst keek hij me recht in de ogen. En zijn eigen troebele oogjes schitterden. De laatste straal zonlicht van die prachtige augustusdag weerkaatste in een poel van dood water en brak.
‘Mevrouw de Saint-Georges overleed op 20 augustus,’ zei hij droog. ‘Een dag voor haar verjaardag. Zo werd ze net geen honderd.’
Ik kreeg het gevoel of mijn schedelpan werd plotseling onder hoge druk gezet. ‘Dat kan niet!’

De ik-persoon van dit hoofdstuk is Steven Machen. In de eeuwigdurende hete zomer van 1976 beleefde hij onvergetelijke weken in dit huis in Mons met de beeldschone tiener Michelle en zijn oud-oom Peter Machen, die reeds sinds het einde van de Groote Oorlog in Mons woonde. Nu erft hij van de pas overleden stokoude Michelle dit zelfde huis. En haar klok, waarin zij het skelet van Peter Machen bewaarde, dat samen met haar moest verast worden. Hier klopt iets niet, hier loopt iets grondig fout, beseft Steven. Maar wat? Door deductie leiden we af dat we ondertussen in 2014 moeten beland zijn. Wat er in 1976 gebeurd is, toen Steven amper elf jaar oud was, vernemen we in volgende hoofdstukken bij stukjes en beetjes, als onderdelen van een puzzel.

Tijdens die onvergetelijke zomer van 1976 verkent hij met de betoverende Michelle alle hoekjes en kanten van Mons. Blijkt dat het stadje meer connecties heeft met St.-Joris dan alleen maar de legende uit 1914.
Michelle vertelt hem: “Al sinds de middeleeuwen bestaat er een broederschap in Mons, Dieu et Monseigneur Saint-Georges geheten, die elk jaar deelneemt aan de Processie van de Heilige Drievuldigheid. Later is daaruit op Drievuldigheidsdag – dat is de zondag 'Pinksteren’ – het feest van de LumeÁon ontstaan.”

En elders:
'Ze wees naar een sarcofaag die ongeveer mijn lengte had, en waarvan de deksteen op alle vier de hoeken was vastgeschroefd en ondersteund werd door acht kunstig gedraaide zuilen. Op de rand van de deksteen lagen eikenbladeren en trossen fruit. Er waren drie gezichten te zien, versierd met bloemmotieven.
‘Corpus Sancti Georgii Martiris,’ las Michelle hardop, in wat ik veronderstelde dat vlekkeloos Latijn moest zijn.'

Michelle blijft hem obsederen. Later zal ze zelfs zijn huwelijk torpederen. Maar evenzeer blijft ze een ongrijpbare schim. Is zij/hij de werkelijke Engel van Mons?

In de volgende hoofdstukken maken we kennis met telkens andere afstammelingen of familieleden van Arthur Machen. Hun levens gaan uiteen, botsen, komen weer samen en zijn door en door verweven met het grote mysterie dat hen obsedeert en overstijgt: de engelen van Mons.

In een zeer lang hoofdstuk onderbreekt Patrick Bernauw zijn verhaal door een overzicht van Arthur Machens leven en werk. Machen was van zijn jeugd in Wales af bezeten door het occulte en het mysterieuze. Voor 1900 reeds had hij naam gemaakt met fantastische verhalen.
Vrienden introduceerden de schrijver bij The Hermetic Order of the Golden Dawn, een modieus geheim genootschap dat zich bezighield met rituele magie. De Orde van de Gouden Dageraad telde de dichter en latere Nobelprijswinnaar William Butler Yeats onder zijn leden en Bram Stoker (auteur van Dracula). Doorheen verschillende hoofdstukken en vooral hier krijg je een overzicht van het magisch-realisme, de literaire strekking die decennia lang prominent aanwezig zou zijn in de Europese letterkunde en zelfs films. Een interessante opfrissing voor degenen die Daisne, Lampo en anderen hebben gelezen; een even interessante introductie voor neofieten.

Nogmaals de Engelen

Verhalen van hemelse tussenkomst in de strijd tref je aan door zowat de hele geschiedschrijving: de deelname van de goden in de Trojaanse oorlog; Santiago Matomoros (St.- Jacob de Morendoder) die de christenen de overwinning bezorgde tegen de Moren in de Slag bij Clavijo (844). Waar de mensen uit de Rioja zullen bezweren dat het niet Santiago maar San Millan was, die op zijn witte strijdros tussenkwam. Clavijo blijkt volgens historisch onderzoek louter fictief, niet gebeurd!
Dan heb je nog de talrijke mirakelverhalen uit de Eerste Kruistocht, met op de eerste rang de tussenkomst van St.-Joris en zijn engelen na de inname van AntiochiŽ (1098), toen de kruisvaarders verpletterd dreigden te worden door het gigantische leger van Kerboga. Maar dankzij de Heilige Lans en de Hemelse Legerscharen een vernietigende overwinning behaalden op de Saracenen.

Doch toen was toen, duizend en meer jaren geleden!
Het verhaal van Mons speelt echter in de 20ste eeuw. Meer nog: het is de hardnekkigste en meest ongelooflijke mystificatie van de hele Eerste Wereldoorlog.
Hoe was het mogelijk? Dat fascineerde ook mij al decennia. Heb ik nooit begrepen! En waarom wilde Machen later niet herinnerd worden aan de gebeurtenissen waarvoor hij op zijn minst mee verantwoordelijk is geweest?


Het schilderij met de ‘The Angels of Mons’. Op de heuvel is de Belfort van Mons te zien

Ongetwijfeld hangt het in het nieuwe museum, voorheen in het Museum voor Militaire Geschiedenis. Het is vervaardigd door de uit Mons afkomstige schilder Marcel Gillis (1897-1972.5) Er staat een tekst onder met als titel The legend of the Angels of Mons. Nu is het woord legende waarschijnlijk voldoende om te veronderstellen dat het hier om een verzinsel gaat, maar de tekst luidt als volgt:
‘It was at that moment, towards midnight, that angels are supposed to have come out of the sky in the form of archers, stopping the Germans and protecting the British who were able to retreat safely in total darkness. Thus the brigade spared annihilation’.
Het zou het museum sieren als er ook een tekst stond dat het gehele verhaal verzonnen is. Verhalen kunnen tot de geschiedenis gaan behoren, maar dan toch tot de cultuurgeschiedenis en niet tot de militaire geschiedenis. (Patrick Bernauw)


Nawoord van de auteur

Deze roman is het verslag van een speurtocht die mij al sinds mijn zestiende in de ban heeft gehouden. Op die leeftijd las ik De zwanen van Stonehenge van Hubert Lampo, een boek over ‘magisch-realisme en fantastische literatuur’, waarin Lampo een heel hoofdstuk wijdt aan Arthur Machen en het in dat kader ook over ‘de engelen van Mons’ heeft: ‘Ziedaar een waar gebeurd fantastisch verhaal,’ dacht ik, ‘dat je zelf niet beter had kunnen verzinnen!’
Machen schaarde zich met zijn exploot in een respectabele rij literaire illusionisten. […]
Dezelfde techniek werd een eeuw later trouwens met evenveel succes in 1938 toegepast door Orson Welles (1915-1985) in zijn radiodrama, gebaseerd op de sciencefiction roman van H.G. Wells uit 1898, The War of the Worlds (Oorlog der Werelden) over de moordende Martianen die op aarde geland waren... en veroorzaakte daarmee aardig wat paniek (2).
Jarenlang heb ik het verhaal van de Engelen van Mons met mij meegezeuld. Vroeg of laat zou ik er een boek over schrijven, dat stond vast.

En dat gebeurde nu, tegen de achtergrond van Mons als Europese culturele hoofdstad in 2015. Auteur Patrick Bernauw had het niet mooier kunnen bedenken, hoewel de eerste versie van ‘Het geslacht van de Engel’ onder de titel ‘De Engel van Mons’ reeds in 2002 verscheen.

Digitaal

Ik heb het boek digitaal toegezonden gekregen. Daarom tref je nergens verwijzingen naar bladzijden: het aantal verandert immers met je grotere of kleinere instelling van het lettertype.
Het boek is uitgegeven zoals een digitale publicatie verdient: je kunt niet alleen fragmenten aanstrepen in verschillende kleuren, commentaar toevoegen in pop-up kadertjes, de tekst laten uitspreken, vanuit een woord opzoeken binnen het boek of op internet en wikipedia. Je kunt tevens passages kopiŽren, wat ik in bovenstaande recensie heb gedaan, maar bij aankopen via iBook Store van Apple niet mogelijk is.

Noten

1. Een overzicht op deze site: Een spervuur van publicaties. 1914-2014, Histoforum Magazine, 2014.
Macdonald, Lyn, 1914. Dagen van hoop. Antwerpen, Manteau, 2005, 468 blz. 
film: The Salient (2014)
2. War of the Worlds verschillende keren verfilmd, o.a. in 2005 door Steven Spielberg met Tom Cruise in de hoofdrol.

Jos Martens, 11 november 2015