Tulkens, Joris Vesalius. Een beroemd anatoom gevangen in de intriges van het Spaanse hof, Leuven, Davidsfonds, 2013, 351 blz.

Vesalius

2014 is niet alleen het jaar waarin we het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 herdenken, maar ook het jaar van Vesalius (31 december 1514 – Zakynthos (Griekenland), 15 oktober 1564).

De ‘vader van de moderne anatomie’ werd 500 jaar geleden geboren als Andries van Wesel. Terecht herdenkt Leuven dit feit met een hele reeks activiteiten en een heus stadsfestival (1).


Vesalius

Na zijn overhaast vertrek uit Parijs belandde Vesalius immers in Leuven, waar hij met onder meer de hulp van het universele genie Gemma Frisius de basis legde van zijn experimentele anatomische studies (2). Dit resulteerde in zijn magistrale De humani corporis fabrica libri septem (Zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam), gedrukt door Johannes Oporinus (Bazel, 1543), geïllustreerd met de even magistrale houtsneden naar tekeningen van (hoogstwaarschijnlijk) Jan Steven van Kalkar (1499-1546), een medewerker in het atelier van de beroemde Venetiaanse schilder Titiaan (1487 - 1576).

Op de tentoonstelling in Leuven zal de universiteit als pronkstuk trots haar originele exemplaar van de Fabrica exposeren. Dat was reeds te bewonderen in 2000 op de tentoonstelling Wereldwijs. Wetenschappers rond keizer Karel (3).
En toch, hoe waardevol ook, het is niets vergeleken met wat verloren ging in 1914. Want tot dan bezat de universiteit een unieke gedrukte uitgave op perkament van Vesalius' meesterwerk, aan haar geschonken door keizer Karel V. (Zijn persoonlijk exemplaar? Vesalius was immers zijn lijfarts.) Die werd vernietigd, samen met 800 incunabels en talloze middeleeuwse manuscripten, toen dronken Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog Leuven en de universiteitsbibliotheek platbrandden in een orgie van vuur en moord (25 augustus 1914).

Na zijn romans De verloren droom van Pieter Gillis en Johanna de Waanzinnige (4) schreef Joris Tulkens nu net bijtijds een roman over Vesalius’ latere jaren.

De auteur zelf geeft het volgende als korte inleiding


Na de publicatie van zijn meesterwerk De Humani Corporis Fabrica en na vijftien jaar trouwe dienst aan het hof van keizer Karel denkt Andreas Vesalius eraan zich terug te trekken in zijn praktijk in Brussel. Maar Filips II vraagt de beroemde anatoom mee naar Spanje te gaan om er zijn medische expertise ter beschikking te stellen van de buitenlandse diplomaten aan het hof in Toledo. In 1559 vertrekt de Brusselaar met vrouw en kind uit zijn geboortestad.
Er is weinig geweten over de vijf jaar die Vesalius nog aan het Spaanse hof heeft doorgebracht. Op het einde van die periode onderneemt hij een pelgrimstocht naar het Heilig Land, maar de reden van die reis blijft onduidelijk en is het voorwerp van vele speculaties. In dit boek vertel ik wat er zou kúnnen zijn gebeurd. Ik kleur met andere woorden de witte vlek in die het Vesaliusonderzoek op dit punt vertoont. Zoals altijd doe ik dat met de grootst mogelijke eerbied voor de feiten die wél bekend zijn.
(Joris Tulkens)


Dit is in enkele woorden de plot. Maar deze uiterst beknopte korte inhoud doet de meer dan lezenswaardige roman geen recht. Evenals bij zijn vorige boeken beweegt de auteur zich op de grens tussen feit en fictie. Tulkens opent met een bijzonder dramatische en filmisch-beeldende openingsscène: het beruchte toernooi van 1559, dat het leven zal kosten aan de Franse koning Hendrik II. De afgebroken lans van zijn tegenstrever belandt catastrofaal genoeg doorheen het vizier van de koning in zijn oog. Dagenlang zweeft hij tussen leven en dood. Noch Ambroise Paré, noch de inderhaast door Filips II naar Parijs gezonden Vesalius, beiden de bekwaamste geneesheren van hun tijd, kunnen het leven van de vorst redden.

Wie hierna een spannende thriller verwacht, is er nochtans aan voor de moeite. Dit is eerder een ideeënroman, zonder echte klassieke spanningsboog. Doch hij biedt de evocatie van een heel tijdsgewricht. En dit is het verschil tussen non-fictie en fictie: de factor inleving. Prominente figuren als Vesalius en Filips II zijn ineens niet zomaar historische figuren, maar mensen van vlees en bloed. Tekenend is bijvoorbeeld de persoonlijke tussenkomst van Filips II in het langzaam toenemend conflict van Vesalius met de inquisitie. Opmerkelijk is de ongewoon positieve manier waarop Vesalius (en dus de auteur) de Spaanse vorst tekent, die normaal in onze geschiedschrijving een allesbehalve gunstige pers te beurt valt! Ondertussen krijgen zelfs kenners van de Fabrica een inzicht in Vesalius’ levenswerk, ook in wat hij later plande als aanvullingen. Misschien minder geschikt voor een ruim publiek, maar des te meer eten en drinken voor historici en andere geïnteresseerden!

Zoals ik in de recensie van De verloren droom van Pieter Gillis schreef: “Je krijgt sterk de indruk dat Tulkens het tot zijn taak rekent die oude erfenis in extremis over te dragen, op een ogenblik dat ze dreigt definitief te verdwijnen uit het collectief onderbewuste van de Atlantische beschaving. En daarin is hij andermaal met glans geslaagd (5)!”

Aanvullende informatie

Bijlage: de eerste 21 blz. in PDF
Website van de auteur
Aan Vesalius is een uitstekende website gewijd: Andreas Vesalius Bruxellensis
En op de site van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, kun je de hele Fabrica online exploreren. <

Noten

1. Vanaf 1 oktober 2014
Vesalius kruipt onder je huid in Leuven

2. Meer over de relatie Frisius en Mercator: Martens, J., Gerard Mercator (1512 - 1594), De man die de aarde in kaart bracht. 

Zie ook in de recensie van: Aldersey-Williams, H. (2013). Anatomie. De ontdekking van het menselijk lichaam

3. Vanpaemel, G. & Padmos, T., Wereldwijs. Wetenschappers rond keizer Karel. Leuven, Davidsfonds, 2000, 167 blz.

4. Johanna de Waanzinige, Leuven, Davidsfonds, 2011, 376 blz.

5. Eerder al schreef hij een uitstekende roman over Nicolaes Cleynaerts, In de ban van Mohammed, Antw. - A’Dam, Manteau, 1993, tevens de basis voor de cd-rom van het Leuvense Maerlant Centrum: Nicolaes Cleynaerts (1493 - 1542). De merkwaardige reisavonturen van een 16de eeuwse humanist, arabist en islamdeskundige, Leuven, 2002 en over Erasmus’ Leuvense periode en de stichting van het Drietalencollege (1518): De schaduw van Erasmus, Antwerpen, Houtekiet, 2006.


Jos Martens
September 2014