artikelen over geschiedenis didactiek

Backward Design

Backward Design is een ontwerpprincipe dat vooral geschikt is voor het ontwikkelen van een leerplan op het niveau van een lessenserie. Zoals de naam al zegt ontwerp je een lessenserie door terug te redeneren. Je begint bij het bepalen van de beoogde leeropbrengst (leerdoelen) en de manier waarop je deze het best vast kun stellen. Vervolgens bedenk je (of zoek je) daarbij de meest passende leeractiviteiten, leerinhouden, docentrollen en onderwijsmaterialen bij. .

Generieke leerdoelen 

Pdf-versie

Leerdoelen worden bij het vak geschiedenis bijna altijd onderwerp specifiek geformuleerd. Je kunt leerdoelen echter ook generiek beschrijven. Deze bieden weliswaar minder houvast voor leerlingen, maar ze hebben als voordeel dat ze, in ieder geval gedeeltelijk, te gebruiken zijn bij elk willekeurig onderwerp. Je hoeft dus niet steeds opnieuw leerdoelen te formuleren.

 

Een ander voordeel van generieke leerdoelen is dat ze leerlingen dwingen om elk onderwerp op een vergelijkbare manier te bestuderen. Ze leren dat ze bij elk onderwerp dezelfde vragen moeten stellen, ook al krijgen ze niet altijd op alle vragen een antwoord. Voorbeelden van generieke leerdoelen, zijn:

De leerling kan:
• oorzaken en gevolgen van gebeurtenissen en ontwikkelingen (inhoud) beschrijven (gedrag);
• uitleggen (gedrag) welke rol de (in het lesmateriaal) beschreven gebeurtenissen, verschijnselen, ontwikkelingen en personen in dit onderwerp (inhoud) hebben gespeeld;
• beschrijven wat, met betrekking tot dit onderwerp, veranderd is en wat gelijk gebleven is;
• belangrijke gebeurtenissen, verschijnselen, ontwikkelingen en personen die van belang zijn voor het onderwerp met behulp van een tijdbalk ordenen;
• het onderwerp plaatsen in het juiste tijdvak/de juiste tijdvakken en in de juiste periode (Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne Tijd of Moderne Tijd).

Je kunt  generieke leerdoelen ook formuleren in de vorm van vragen die leerlingen telkens kunnen stellen als in een onderwerp een bepaald (kern)concept aan de orde komt. Als het concept macht ter sprake komt geeft het leerlingen bijvoorbeeld meer zicht op overeenkomsten en verschillen tussen de politieke situatie in een absoluut geregeerd land en de 'Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden' als zij voor beide situaties dezelfde vragen over macht moeten beantwoorden. Bijvoorbeeld:

1. Wie heeft of wie hebben de macht?
2. Over wie of wat hebben zij macht?
3. Waarom hebben zij macht? Waarop is macht gebaseerd (geld, grond)?
4. Van wie is de macht afkomstig (legitimiteit van macht)?
5. Om wat voor soort macht gaat het, politieke, economische of kerkelijke macht?

Generieke leerdoelen bieden wel veel minder mogelijkheden om, vooraf, te differentiëren. Deze leerdoelen zijn immers in algemene termen geformuleerd en voor alle leerlingen dezelfde. Dit probleem kan worden opgelost door zoveel mogelijk open opdrachten te formuleren, waaraan elke leerling op zijn eigen niveau kan werken. 

Differentiëren in de toetsing is sowieso altijd mogelijk, bijvoorbeeld door het aanbieden van opdrachten met een verschillende moeilijkheidsgraad.

 

Generieke leerdoelen voor geschiedenis

 

In dit excel-bestand zijn mogelijke generieke leerdoelen beschreven voor verschillende niveaus. Deze leerdoelen en de differentiatie naar niveau zijn keuzes van de auteur. Uiteraard zijn andere keuzes mogelijk.

 

De vaardigheidsdoelen zijn zo beschreven dat deze zowel kunnen worden gebruikt bij elke methode als voor opdrachten bij bronnen. Deze laatste opdrachten zullen voornamelijk door de docent zelf moeten worden gemaakt, hoewle voorbeelden te vinden zijn op Histoforum.

Op tabblad twee en drie van dit bestand staat een leerdoeleninstrument voor leerlingen van respectievelijk havo/vwo en vmbo. De docent kan zelf een keuze maken uit de leerdoelen en het bestand vervolgens uitprinten voor zijn leerlingen.

 

 

.
 



 


 

  •  

    u