Histoforum Films

Rise and fall of an Empire

Rome. Rise and fall of an Empire - History Channel, 2011 - 6 DVD’s - speelduur: 623 minuten - originele Engelse versie, Ned. ondertitels.

Waardering: persoonlijke waardering & bruikbaarheid voor onderwijs: ****/5

Genre: gedramatiseerde documentaires

Bonus: Modern Marvels: Barbarian Battle Technics..

Rise and fall of an empire



De hele geschiedenis van het Imperium Romanum van 114 v. Chr. tot 476 n. Chr. in 12 afleveringen op 6 cd’s in ťťn doos.
Opgelet: verwar niet met de reeds besproken bijna gelijknamige reeks Ancient Rome. The rise and fall of an Empire - BBC, 2006. Dit is andermaal een prestigeproject, nu van History Channel, Ook deze titel is uiteraard geÔnspireerd op de klassieker van Edward Gibbon (1737–1794), 'The Rise and Fall of the Roman Empire' (17776-1786).

Wij starten met de bespreking van aflevering 5 op dvd 3: The Invasion of Britain, omdat die chronologisch aansluit zowel bij de Adelaar-reeks van Simon Scarrow als de Vespasianus-romans van Robert Fabbri (besprekingen hiervan zullen spoedig volgen). Geleidelijk aan zullen de recensies aangevuld worden.

 



Inhoud:


DVD 1
1. The First Barbarian War
2. Spartacus

DVD 2
3. Julius Caesar
4. The Forest of Death

DVD 3
5. The Invasion of Britain
6. The Dacian Wars

DVD 4
7. Rebellion and Betrayal (Marcus Aurelius)
8. Wrath of the Gods

DVD 5
9. The Soldiers’ Emperor
10. Constantine The Great

DVD 6
10. The Barbarian General
11. The Puppet Master
12. The Last Emperor

Disc 3


5. The Invasion of Britain (Claudius)

Tijd en ruimte: Rome, Britannia, 43 n.Chr. en volgende jaren - speelduur: 45 minuten - Engels met Nederl. ondertitels - Nederlandse commentaar.

Genre: gedramatiseerde documentaire

Opmerking: laat u niet misleiden door de tekst achter op het doosje van de dvd: de tijd moet 43 na Chr. zijn, niet 47 voor Christus!

Inhoud

Als proloog start de film in 41 n.Chr met de moord op Caligula door de praetorianen. Dit zijn tevens de eerste nagespeelde sequenties.
Volgens de historicus Suetonius vertoonde het lijk niet minder dan 30 steekwonden. Nu stonden de praetorianen voor het probleem een aanvaardbare opvolger te vinden. Achter een gordijn haalden ze de sidderende Claudius te voorschijn, de oom van Caligula.
Claudius, voluit Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus (10 v. Chr - 54 n. Chr.) had het schrikbewind van Tiberius en Caligula overleefd omdat niemand in hem een gevaarlijke kandidaat had gezien. Hij stotterde, kwijlde en liep wat mank en men dacht algemeen dat hij niet heel goed bij zijn hoofd was. Hoeveel hiervan echt of gespeeld was, blijft een discussiepunt. Hij schreef onder meer een helaas verloren gegane geschiedenis van de Etrusken en gold als een van de allerlaatsten die de taal sprak en het schrift kon lezen. Hij was keizer van 41 tot 54. Velen twijfelden aan zijn geschiktheid voor deze hoge positie. En Claudius moest zich dus pogen te bewijzen.

 



Wat beter dan de verovering van nieuw gebied? In 43 n. Chr. stuurt hij 4 legioenen onder bevel van generaal Plautius naar Britannia, waar Caesar 100 jaar eerder in feite door de Britten verslagen was en smadelijk de aftocht had moeten blazen. (Dit is het verhaal dat in de eerste delen van de Adelaar-reeks van Simon Scarrow en het vierde van de Vespasianus-reeks (Adelaar van Rome - Rome’s fallen Eagle) verhaald wordt.)

De landing verliep zonder strijd. In Rutupiae (Richborough) kon de invasiemacht een eerste versterkte bruggenhoofd uitbouwen. Het vervolg van de veldtocht ging echter helemaal niet zoals de Romeinen hadden verwacht. De moerassen en wouden van Britannia boden een geschikte gelegenheid voor bliksemsnelle aanvallen - wat men vele eeuwen latere guerrillatechnieken zou noemen. En waar het tot een open veldslag kwam, vochten de Britten als razenden. De machtigste stam in het zuidoosten van Engeland waren de Catuvellauni, onder hun koning Caratacus. De voorafgaande decennia hadden zij hun gebied gevoelig uitgebreid, ten nadele van andere stammen. Maar net dit feit bezorgde hun heel wat vijanden en bemoeilijkte een gemeenschappelijke frontvorming tegen de invasie. Dus kon al vanaf kort na de landing het aloude Romeinse adagium worden toegepast: “Divide et impera” - verdeel en heers.

Na verbitterde tweedaagse strijd om de Britse heuvelvesting aan de noordelijke oever van de Madus (Medway) te veroveren, rukten de legioenen onder voortdurende schermutselingen en grootscheepse gevechten op tot aan de Tamesis (Theems). Hier versperde een sterk Britse heuvelfort de weg naar Camulodunum, hoofdstad van de Catuvellauni. En hier hield Plautius wekenlang halt. Waarschijnlijk op bevel van Claudius, om te wachten op de aankomst van de keizer, die in eigen persoon de aanval wilde leiden, om zo de lauweren van de overwinning op zijn naam te kunnen schrijven. Claudius bracht een aantal oorlogsolifanten mee, in de strijd van weinig nut, maar die veel indruk maakten op weifelende stamhoofden, wat hem hun onderwerping en bondgenootschap opleverde. Na andermaal bijzonder bittere gevechten en zware Romeinse verliezen valt Camulodunum (Colchester).

 



Amper 16 dagen na zijn aankomst in Britannia kan Claudius als grote triomfator naar Rome terugkeren, waar hij plots enorm veel prestige heeft verworven.
“Militaire eer was de belangrijkste reden voor de verovering van Britannia,” zegt een van de experts in de film. Claudius was immers geslaagd waar de grote Julius Caesar faalde!

Doch, andermaal in tegenstrijd met de verwachtingen, was de oorlog niet voorbij: het zou nog jaren duren voor het zuidelijke deel van Britannia stevig in Romeinse handen kwam. (Voor het noordelijke deel, het huidige Schotland, zou dat zelfs nooit lukken.) De hedendaagse historica van de Romeinse tijd, Mary Beard, noemt Britannia ‘Romes Afghanistan’ (1).

Caractacus slaagt erin met een groot deel van zijn leger naar Wales te vluchten, waar hij met de hulp van de plaatselijke stammen en de steun van de druÔden een verbitterde guerrillaoorlog voert tegen de bezetters.

Ondertussen werd Cartimandua, de koningin van de machtige stammenfederatie der Brigantes een trouwe bondgenote van de Romeinen, terwijl haar echtgenoot Venutius in het geheim het verzet tegen de invallers steunt. Na vier jaar vervangt Claudius (in 47) zijn opperbevelhebber Plautius door generaal Scapula. Tegen de ‘rebellen’ in Wales past Scapula een meedogenloze tactiek van de verschroeide aarde toe. Dorpen en oogsten gaan in vlammen op, dieren en mensen worden gedood, duizenden weggevoerd naar de slavenmarkten in Rome.

Hier duikt ook een oude bekende op: het Negende Legioen, Hispana, dat de hoofdrol zal spelen in roman en film De Adelaar van het Negende van Rosemary Sutcliff.  Het wordt ingezet tegen Caratacus in Wales, dan snel weer overgebracht naar het gebied van de Brigantes om gehoor te geven aan de noodkreet van Cartimandua. Zij kreeg af te rekenen met een opstand, aangestoken door de druÔden, die ook in dit gebied de verschillende stammen wisten te verenigen tegen Rome.

In 51 n. C trekt Scapula met het Negende en Twintigste legioen op tegen Wales. Hij slaagt er uiteindelijk Caratacus te verslaan. Die vlucht naar de Brigantes, maar koningin Cartimandua levert hem uit aan de Romeinen. Zij voeren hem geketend mee in de triomftocht, die de Britse veldtocht moet bekronen. Normaal werden gevangen ‘opstandige’ leiders daarna ritueel gewurgd. Volgens de Romeinse historicus Tacitus is Caratacus, die intussen ook voor het Romeinse publiek een beroemdheid was, voor de troon van Claudius geleid, waar hij een bezielende toespraak hield. Claudius verleent hem gratie en de befaamde Britse verzetsheld verdwijnt uit de geschiedenis, waarschijnlijk naar een comfortabele verblijfplaats in de buurt van Rome.

 



Rome zal nog herhaaldelijk af te rekenen krijgen met opstanden in Britannia, onder meer twee keer onder leiding van Venutius, voormalig echtgenoot van Cartimandua en de meest bekende, die van koningin Boadicca van de Iceni, ten tijde van Nero (2). Uiteindelijk bouwen de Romeinen van 122 tot 128 de 117 km lange Wal van Hadrianus om de noordelijke Picten buiten te houden. De commentatoren bij de documentaire doen de Romeinse eeuwen in slechts enkele woorden nogal negatief af: “Er bleef weinig van over, en het land was het eerste om terug te vallen in de barbarij.” Dit houdt geen rekening met de aanzienlijke stempel van Rome, zoals de meeste historici wel doen (en zoals blijkt uit de vele plaatsnamen met -chester, van het Latijn castrum, legerkamp). Het lijkt me daarenboven historisch onjuist en een miskenning van de geschiedenis: het is door het terugtrekken van de legioenen in 410 dat de kust wijd open lag voor de verwoestende invallen van Saksische zeerovers. En zo viel inderdaad het gordijn over eeuwen Pax Romana en de antieke beschaving. Het begin van de ‘Dark Ages’ voor Britannia.

Bespreking

De programma’s van History Channel genieten - net als die van de BBC- een reputatie van historische betrouwbaarheid, zowel wat beeldvorming als wat inhoud betreft.

Dit zijn gedramatiseerde documentaires - een term die hier beter past dan docudrama. Er zijn vrij veel nagespeelde scŤnes. Verwacht echter geen flitsende opeenvolging van massataferelen en gevechten. Integendeel, het is een degelijke, traditionele, langzame documentaire in de typische stijl van History Channel. Maar wel bijzonder interessant voor wie graag voldoende diepgang en uitleg wil. Hoewel enig voorbehoud gerechtvaardigd is.

De uitzendingen zijn steeds volgens een zelfde recept opgebouwd: situering, reconstructies al dan niet door figuranten in historische kledij, afgewisseld met commentaar en toelichting door een plejade van experts, meestal uit Groot-BrittanniŽ en de VS.
Hier is dat absoluut geen overbodige luxe: de informatie moest stukje bij beetje uit alle hoeken en kanten bij elkaar worden geschraapt (wat niet vermeld is in de uitzending). De grote Romeinse geschiedschrijver Tacitus (ca. 56-117) schreef een boekje over zijn schoonvader Julius Agricola, de grote vijand van de Britse druÔden (De vita Iulii Agricolae liber), waarin hij veel aandacht besteedt aan de etnografie van Britannia en de verschillende stammen. Je kunt zeggen dat hij hier over informatie uit de eerste hand beschikte. Maar in zijn omvangrijke Annales is net het deel over de verovering onder Claudius verloren gegaan.

 

Vraag was waar de makers voldoende informatie haalden om een verantwoorde documentaire van 45 minuten te vullen. In deel 4 van zijn Vespasianusreeks, Adelaar van Rome, lost Robert Fabbri het raadsel op in zijn nawoord. Dankzij hem kwam ik twee standaardwerken op het spoor, waarvan ik nog nooit had gehoord en die nooit in het Nederlands zijn vertaald: dat van brigadegeneraal John Peddie (2005) en, via verder speurwerk, het iets oudere van Graham Webster (1993) beide vrucht en synthese van tientallen jaren archeologisch interdisciplinair onderzoek door vele tientallen enthousiaste medewerkers uit alle hoeken en kanten en universiteiten van Groot-BrittanniŽ- zie onder bij aansluitende lectuur.
Webster verwijst de neerbuigende beoordeling van de makers aan het slot van de documentaire in ťťn alinea naar de prullenmand. Over de stempel van Rome zegt hij: “De Romeinse periode in Britannia mag je rekenen van 50 tot 500 na Chr.” En nu pas ik zijn tijdrekening even aan omwille van de jaren die verlopen zijn sinds de publicatie van zijn boek. Als je dat even terugtelt van onze eigen tijd, belandt je omstreeks het jaar 1500, de periode van Karel V. Hoezeer is de wereld sindsdien niet veranderd?
“Dan moet je rekenen dat, ondanks deze afstand in tijd, de levensstandaard, de graad van civilisatie, militaire en burgerlijke organisatie in Romeins Britannia pas opnieuw werden bereikt tegen het einde van de 18de eeuw.” Geldt dat niet evenzeer voor BelgiŽ? Waarschijnlijk minder voor Nederland, met zijn Gouden Eeuw.

Een euvel bij de programma’s van History Channel is de onhebbelijke gewoonte de beeldsequenties tot in den treure te herhalen. Je ziet dus telkens dezelfde colonne Romeinen, een hoge officier te paard voorop, de marcherende legioensoldaten, dezelfde Britse aanval met boogschutters…
Slechts nu en dan is een nieuwe scŤne toegevoegd.

Keizer Claudius is nogal belachelijk en potsierlijk voorgesteld. Tot mijn verbazing komt zijn uiterlijk aardig overeen met het hoofd van zijn standbeeld, dat in een Engels moeras is gevonden. Verrassing: want als je de televisiereeks I Claudius hebt gezien, ben je zo gewend aan de manier waarop Derek Jacobi gestalte geeft aan de keizer, dat je beeldvorming volledig hierdoor gefixeerd is (3).

Waar ik meer problemen mee heb, is de voorstelling van de Britse Kelten als met blauwe patronen beschilderde barbaren die vechten met onblote bast, zonder wapenrusting. Ook Caratacus. Romeinse geschiedschrijvers vermelden dit gebruik inderdaad. En zelfs volledig naakte krijgers, de gaesatae, met in pieken uitstaande witgekalkte haardos en tot onbeheersbare ‘magische’ razernij opgefokt. Doch dat gold zeker niet voor aanvoerders als Caratacus. Die droegen imposante helmen, bronzen borstharnassen en maliŽnkolders. De krijgers beschermden zich met stevige, manshoge ovalen schilden die de Romeinen reeds na hun eerste botsingen met de GalliŽrs in de 4de eeuw voor Christus overnamen en ten tijde van Caesar nog steeds gebruikten, net als de maliŽnkolders. Ten tijde van de invasie waren ze bij de legionairs vervangen door de vierkante, gebogen schilden, maar nog in zwang bij de hulptroepen. Net in deze periode kwamen het beroemde gelede ijzeren harnas geleidelijk in gebruik, de lorica segmentata, die het samen met de gekende helmen twee eeuwen zou uithouden (4).

De rol van de druÔden wordt enkele malen haast terloops vermeld, maar blijft o.i. erg onderbelicht. Meer dan waarschijnlijk waren zij de drijvende kracht achter de verbeteringen in oorlogsvoering en vestingbouw sinds Caesars eerste landingspoging en - vooral- achter het sluiten van bondgenootschappen tussen de verschillende stammen, die elkaar meestal zeer vijandig gezind waren. Even waarschijnlijk hadden zij al die tijd contacten met hun kastegenoten in het reeds veroverde GalliŽ en zeker in Bretagne.

Dit zijn veronderstellingen. Vergeet niet dat alles wat we over de Kelten weten afkomstig is uit Griekse en Romeinse bronnen. Het is een voorbeeld van ‘koloniale’ geschiedschrijving. Deels is dit te wijten aan de Kelten zelf: zij hechtten geen waarde aan geschreven verslagen. Hoewel hun druÔden Grieks en Latijn konden lezen, verkozen zij de geschiedenis en legenden van hun volk mondeling door te geven in de vorm van al dan niet gezongen poŽzie. Deze traditie van een orale literatuur was zo sterk, dat geen hunner historische verhalen - voor zover we weten - ooit aan perkament is toevertrouwd, tot een fractie ervan zes of zeven eeuwen na de geboorte van Christus werd neergeschreven en aangepast door de geleerde Kelten van een later tijdperk, de Ierse monniken.
In ieder geval is dit misschien de ideale uitnodiging om wat meer informatie op te sporen over de Kelten.

 



Aansluitende lectuur

Romans over Romeins Britannia:


Bernard Cornwell, De kronieken van de krijgsheren. Een sage van koning Arthur (3 delen, 1997 e.v.)
- geen jeugdromans

Jack Whyte, De Camelot Kronieken (5 delen, 1998 e.v.)
- geen jeugdromans.

Valerio Massimo Manfredi, Het laatste legioen, Amsterdam, Uitg. Luitingh-Sijthof, 2003, 384 blz.

 

Fabbri, Robert, Adelaar van Rome (Vespasianus IV), Uithoorn, Karakter Uitg., 2014, 431 blz. - vertaling van Rome’s Fallen Eagle door Harry Naus.

 

  • Scarrow, Simon, Onder de Adelaar, Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2013, 365 blz. - Vertaling van Under the Eagle door Miebeth van Horn & Renť van Veen - ook als e-boek.

  • Scarrow, Simon, De overwinning van de Adelaar, Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2013, 410 blz. - Vertaling van The Eagle’s Conquest door Miebeth van Horn & Renť van Veen - ook als e-boek 


Onze persoonlijke voorkeur gaat nog steeds uit naar de ‘klassieke’ adolescentenromans van grootmeester Rosemary Sutcliff (1920-1992). Zij schreef als het ware een kroniek bij elkaar over Romeins Britannia. In de bibliotheken vonden we alleen nog haar De Adelaar van het Negende (filmversie), Amsterdam, Leopold, 2011, 327 blz.
Bibliotheken hebben zoveel mogelijk jeugdboeken, daterend van voor de laatste (geringe) spellingswijziging van 2004 verwijderd, en alleen dit ene boek is later herdrukt, omwille van de film. Jammer!
Een kleine zoektocht via internet & de ibookschop van Apple leert dat al haar boeken in het Engels nog steeds digitaal en gedrukt te verkrijgen zijn. En blijkbaar erg gewild bij een nieuwe generatie. Voor geÔnteresseerden: van elk boek kun je gratis een flink fragment digitaal downloaden.

De Adelaar van het Negende, Het koningsteken en Uitgestoten zijn gesitueerd in de tweede eeuw van onze tijdrekening. Drie zangen voor een koningin speelt zich af kort na de verovering door de Romeinen, ca. 65 n.Chr., ten tijde van keizer Nero en behandelt de opstand van Boadicca, de koningin van de Iceni.
De zilveren tak evoceert de tijd van Carausius (287-293) en De lantaarndragers de vijfde eeuw, na het vertrek der Romeinse legioenen. Chronologisch sluit Ochtendwind hierbij aan, hoewel het boek buiten de Romeinse periode valt, ten tijde van de Saksische invallen. Met De omweg naar de keizer, 1988 (een zwakke vertaling van het oorspronkelijke Frontier Wolf - Grenswolf) dat speelt in de 4de eeuw,voegt Sutc1iff een (definitief?) sluitstuk toe aan haar reeds voltooid geachte reeks over Romeins Britannia. Na haar dood in 1992 is in een kast nog het voltooide script gevonden voor Eagle’s Honour, dat postuum is uitgegeven en eveneens in de tweede eeuw zou spelen. Het is nooit in het Nederlands vertaald.

Zie ook de romans van Rosemary Rowe, gesitueerd tijdens de tweede eeuw in Romeins Britannia met Libertus de mozaÔekmaker als hoofdpersoon. Duidelijk een heel andere toon dan Sutcliff: historische detectives, maar zeer vlot geschreven, goed gedocumenteerd en beslist de moeite waard!

Jan De Hartog(1914-2002), De centurio, Baarn, De Prom, 1989, geen jeugdboek, een van de laatste, minder gekende boeken van de grote verteller, leest als een trein. Speelt in twee tijdsgewrichten: het heden en Britannia ten tijde van de grote barbaarse opstand van 367 (net als het eerste deel van Whytes Camelotkronieken).

Algemeen over Rome - naslagwerken


Edward Gibbon (1737-1794), 'The Rise and Fall of the Roman Empire' (17776-1786). Is gratis te verkrijgen (in het Engels) als iBoek in de Apple Store.
Peter Conolly, Het Romeinse leger, Aartselaar, Zuidnederlandse uitgeverij, 1976, 77 blz.
Stef Verstraaten, Romans. Romeinen. Kleding uit de Romeinse tijd in Noordwest-Europa, Nijmegen, Vantilt/Fragma, 2012, 199 blz.
Fik Meijer, Keizers sterven niet in bed, Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2008, 237 blz.
Marcel Fens, Alle 157 Romeinse Keizers, AristoScorpio Uitgeverij, 2010, 631 blz.
Andrew Curry & Robert Clark (foto’s), De grenzen van het Romeinse Rijk, in: National Geographic, september 2012, p. 30-51.

 

De verovering van Britannia


Peddie, John, Conquest: The Roman Invasion of Britain, Sutton Publishing, (1987) 2005, 240 blz.
Webster, Graham, The Roman Invasion of Britain, Londen/New York, Routledge, (1980) 1993 - e-boek.


De Kelten

Over de Kelten is er in enkele decennia een compleet vacuŁm opgevuld. In elke openbare bibliotheek zul je nog veel meer vinden dan onderstaande beperkte selectie.

* Clerinx, Herman, 1000 jaar Kelten, Leuven, Davidsfonds, 2009.
* Cunliffe, Barry, DruÔden : een kort overzicht, Rotterdam, Synthese, 2011.
* Delaney, Frank, De Kelten. Een Europese cultuur, Utrecht, Teleac, 1992 - op p. 35 e.v. Britannia: de opstand van Boudicca en de verovering. Begeleidingsboek bij een televisiereeks.
* Herm, Gerhard, De Kelten, voorlopers van een verenigd Europa, Baarn, Tirion, 1992.

* Kruta, Venceslas, De kelten, Antwerpen-Amsterdam, Standaaarduitg., 1979.
* Norton-Taylor, Duncan, De Kelten. (Het ontstaan der mensheid), Time-Life, 1979.

Noten

1. Geciteerd in: Higgins, Charlotte, Roman Britain under Attack, in: BBC History Magazine, augustus 2013, p. 21-25.
Mary Beard, Pompeii. Het dagelijks leven in een Romeinse stad. Amsterdam, Athenaeum – Polak & Van Gennep 2009. 458 blz.

2. Fraser, Antonia, Krijgshaftige koninginnen, Baarn, Bosch & Keuning, 1990 - vertaling van Boudicea's Chariot.

3. Het tijdperk van deze documentaire wordt meesterlijk geŽvoceerd in I Claudius, de legendarische BBC- televisieserie uit 1976 naar de twee historische romans van Robert Graves (1895 - 1985): Ik Claudius, 1978 (oorspronkelijke Engelse uitgave 1934) en Claudius de god.
Robert Graves, Ik, Claudius, Amsterdam-Brussel, Elsevier, 1980, 5de druk, 376 blz. - herdruk: Amsterdam, Mynx, 2008.
Robert Graves, Claudius de god, 1978, Amsterdam-Brussel, Elsevier, 1978, 208 blz.

4. Stef Verstraaten, Romans. Romeinen. Kleding uit de Romeinse tijd in Noordwest-Europa, Nijmegen, Vantilt/Fragma, 2012, 199 blz.

Jos Martens, februari 2014