Josephine Tey Een koninkrijk voor een moord
Amsterdam: De Arbeiderspers, 1991, 198 blz.
- origineel: The Daughter of Time (1951)

Een koninkrijk voor een moord *

In de badkuip der geschiedenis is de waarheid nog glibberiger dan de zeep en veel moeilijker te vinden.

(Terry Pratchett, Betoverkind)

 


Lijken in de Tower

Tijd en ruimte: Engeland, 15de eeuw - 20ste eeuw

Een klein bericht in de krant, september 2012: BBC-filmploeg maakt opnamen in en om Brugge en Gent, voor een tiendelige televisiereeks naar De witte roos van Philippa Gregory, een verhaal dat zich afspeelt ten tijde van Edward IV en Richard III. Voldoende om mijn belangstelling te wekken. (Zie bijlage 1)

De Rozenoorlogen tussen de huizen van York en Lancaster krijgen in onze schoolboeken en lessen niet meer dan hoogstens twee alinea’s toebedeeld. Kan ook moeilijk anders, gezien de omvang van het leerprogramma. Toch is het een van de bloedigste episodes uit de Engelse geschiedenis: gedurende twee generaties is hier gevochten met een verbetenheid, een betere zaak waardig. Zowat de hele oude Engelse adel werd uitgemoord, duizenden gewone mensen vielen als slachtoffers, verwoesting van velden, gewassen en huizen teisterde het hele land. En dat alles om de eerzucht van enkele families te bevredigen. Dat ook onze eigen Bourgondische Nederlanden een soms cruciale rol hebben gespeeld is voor vrijwel iedereen totaal onbekend (1). Ook blijkbaar voor de Britten.

Sedert het drama Richard III van William Shakespeare, geldt deze vorst als de ‘misdadige bultenaar op de troon’. Shakespeare baseerde zich op een werk van Thomas More (2) (vooral bekend voor zijn Utopia). En hiermee introduceerde hij de zaak van de prinsjes in de Tower ‘the greatest mystery in the history of royal England’, prominent aanwezig in de boeken van Philippa Gregory. Zijn de zoontjes van Edward IV al dan niet vermoord door hun oom Richard (gesneuveld in de Slag bij Bosworth, 1485)?

Philippa Gregory en een hele plejade romanschrijvers voor haar zijn schatplichtig aan The Daughter of Time (1951), de ‘moeder van alle moderne historische detectives’. Er is moeilijk een roman te vinden die het verdere historisch onderzoek rechtstreeks beÔnvloed heeft dan deze van de in 1952 overleden Engelse schrijfster Josephine Tey, in het Nederlands vertaald als De misdaad van de bultenaar in de Prisma-pockets en een tweede maal als Een koninkrijk voor een moord. De oorspronkelijke titel is afgeleid van het spreekwoord: “Thruth is the daughter of time” - “De Waarheid is de dochter van de Tijd” - dat in het Nederlands niet bestaat. ( De voorlaatste aflevering van de televisiereeks ‘Inspector Morse’ was volledig op dit boek geŽnt. Morse, in het ziekenhuis wegens een maagbloeding, gaat in de clinch met een vrouwelijke universiteitsprofessor en lost een moord uit het Victoriaanse Engeland op.) Bij Tey raakt haar aan zijn ziekbed gekluisterde inspecteur Grant gefascineerd door het portret van een gekwelde Richard III. Met de hulp van een jonge Amerikaanse historicus speurt hij stap voor stap in geschiedenisboeken en archivalia naar de ware toedracht van vijfhonderd jaar vroeger, als gold het een hedendaagse moordzaak. Het onderzoek loopt uit op een volledige rehabilitatie van de ongelukkige Richard. Eens zover ontdekt de jonge onderzoeker tot zijn grote wanhoop dat beroemde Engelse historici hem voor zijn geweest. (Natuurlijk steunde de schrijfster voor haar verhaal op hun werk.) En toch staat de volgens Tey vervalste waarheid nog in elk schoolboek.



King Richard III; het portret dat Grant tot zijn historische speurtocht voerde

Eerste en misschien belangrijkste vaststelling: de alom gerespecteerde Thomas More is mogelijk niet de auteur van het tussen zijn nagelaten paperassen gevonden stuk, maar een zekere John Morton, bisschop van Ely, in wiens huis hij lange tijd heeft gewoond. Morton, notoir samenzweerder tegen Richard en door hem begenadigd, is volgens Tey de man geweest die het gerucht van de moord op de prinsjes de wereld instuurde. Waar of niet? Ten tweede, More was geen ooggetuige of werkelijke tijdgenoot, zoals meestal aangenomen: hij was amper vijf jaar oud toen Richard sneuvelde bij Bosworth. Waar. Ten derde: Shakespeare schreef voor een vorstin van de Tudors, de opvolgers en gezworen vijanden van Richard, die er alle belang bij hadden zijn naam zo zwart mogelijk te bezwadderen. Zeker waar: Henry VII Tudor en Henry VIII hebben ervoor gezorgd dat alle afstammelingen van de Yorks onder allerlei voorwendsels uit de weg zijn geruimd.

In de immens populaire en nog steeds herdrukte Sesam Wereldgeschiedenis van de Zweed Carl Grimberg (+1941) voert hij de toneelauteur zelfs in feite op als een ware historische bron en volgt hem tot in de details van de afloop.

In de geschiedenis van Engeland is nauwelijks een beruchter vorst te vinden dan Richard III. Shakespeare heeft hem als een waarlijk satanische figuur getekend. Behalve aan de dood van zijn neven laat de dichter Richard schuldig zijn aan de moord op Hendrik VI en een van zijn broers. …
Hij heeft zijn nagedachtenis bezoedeld met een van de afschuwelijkste misdaden waarvan de geschiedenis van Engeland verhaalt, maar wat betreft de vele andere misdrijven die hem ten laste zijn gelegd, kan zijn schuld niet worden bewezen (
3).

Dat is een goede reden om hierboven het inleidende motto van Terry Pratchett andermaal van stal te halen.

Soms kunnen historische romans een betere plek zijn om discussiepunten in een wetenschappelijk debat te bespreken dan de vakliteratuur zelf. Deze fictieverhalen spelen dan een rol in de wetenschap. Ze gaan een reeks alternatieven na; ze kanaliseren gedachten zodanig dat er toetsbare hypotheses kunnen opgebouwd worden en wel op een manier die in de wetenschappelijke vakliteratuur weggehoond zou worden. De commentaar in het nawoord van de tweede Nederlandse vertaling overstijgt mijlenver dit ene boek van Tey: “Zelden werd, buiten de streng-wetenschappelijke sfeer zo duidelijk aangetoond hoeveel opzettelijke vertekeningen er in de ‘geschiedenis’ zijn aangebracht.”
De weerklank van Teys roman was zo enorm, dat geen enkele gezaghebbende studie over het Engeland van de late Rozenoorlog er omheen kon. Dit geldt zowel voor die van Elisabeth Jenkins, The Princes in the Tower uit 1978 als voor het standaardwerk van prof. Charles Ross (1924-1986) over Richard III. De eerste verwijst eerder positief naar haar op p. X van haar ‘Introduction’, de andere eerder negatief waar hij op p. LI van zijn inleiding refereert aan het feit dat kranten haar werk “a serious contribution to historical knowledge” noemden (4). The Daughter of Time betekende een enorme stimulans voor de Engelse Richard III Society en haar Amerikaanse zusterorganisatie, die beide op internet de verdediging voeren van een lang overleden, eeuwenlang verguisde vorst (5)!

Het boek kende in het Engels tot nu toe niet minder dan 52 drukken. De Nederlandse vertaling Een koninkrijk voor een moord zul je in de boekhandel tevergeefs zoeken, tenzij tweedehands op het net en hier en daar nog in een openbare bibliotheek.

Ik ben op haar roman zo uitvoerig ingegaan, niet alleen omwille van de bestsellers (en nu de televisiereeks) van Philippa Gregory, maar vooral omdat dankzij haar het sub-genre van de historische detective ook in het Nederlandse taalgebied geÔntroduceerd werd, waar het tot dan toe quasi volslagen onbekend was. Zonder Tey geen Nederlandse vertalingen van Ellis Peters (broeder Cadfael), C.L. Grace, Steven Sailor (Gordianus de Vinder) of Caroline Roe (Isaac van Girona) (6)
En evenmin oorspronkelijk Nederlandstalig werk als dat van Renťe Vink (Floris V-verhalen ca. 1300), Ashe Stil (waterschout Willem Lootsman in het Amsterdam van de Gouden Eeuw) of de Evan Sharpe-boeken van Wouter van Mastricht (7) en zoveel andere andere auteurs en romans ondertussen.
De oudere Rechter Tie-verhalen van de diplomaat en sinoloog Robert van Gulik laten we buiten beschouwing: zij zijn de uitzondering die de regel bevestigen: Hij schreef in het Engels en illustreerde en vertaalde zelf zijn boeken.

In het boek van Tey komen -embryonaal weliswaar- alle belangrijke motieven aan bod die Gregory uitsmeert over haar (tot nu toe) drie dikke turven. Natuurlijk in de eerste plaats de prinsjes in de Tower. Maar daarover verder in de bespreking van de afzonderlijke romans. Hier slechts twee korte voorbeelden.

De Bourgondische connectie

De volgende keer dat Richard kwam opdraven in de roman was toen hij zonder een cent op zak de haven van Lynn uitvoer in een Hollandse boot, die daar toevallig lag toen men haar nodig had. In zijn gezelschap bevonden zich zijn broer Eduard, diens vriend lord Hastings en enkele volgelingen. Niemand van hen bezat meer dan de kleren aan het lichaam en na enig heen en weer accepteerde de kapitein van het schip Eduards met bont gevoerde cape als betaling voor de overtocht. …
Vanaf dat ogenblik was Richard steeds op de achtergrond van het verhaal aanwezig. Die hele sombere winter in Brugge en als logť van Margaret in BourgondiŽ - want die goedhartige Margaret die met vochtige ogen op het bordes van Baynard' s Castle met hem en George hun vader had zien wegrijden, was nu de nieuwbakken Hertogin van BourgondiŽ. (p. 62).


William Caxton, de eerste Engelse drukker

Een zekere Caxton kwam uit de beboste heuvels van Kent en werd leerling van een lakenkoopman, later burgemeester van Londen; daarna vertrok hij naar Brugge met de twintig marken die zijn meester hem bij testament had vermaakt. En toen twee jonge vluchtelingen uit Engeland in een druilerige herfstregen landden op de kust der Lage Landen, geheel aan lager wal, was het de welvarende koopman uit de heuvels van Kent die hun bijstand verleende. De vluchtelingen waren Eduard de Vierde en zijn broer Richard; en toen er een kentering kwam in hun lot en Eduard huiswaarts keerde om Engeland te regeren, ging Caxton mee, en de eerste boeken die in Engeland gedrukt werden, waren voor Eduard IV en geschreven door Eduards zwager. (p. 48)

Twee boeken beschouw ik, decennia achteraf, nog steeds als een soort motorisch moment voor mijn intellectueel leven en opvattingen als historicus. Beide uit eerder onverwachte hoek. Het eerste las ik op het strand van Quiberon, Bretagne op 11 juli 1980: een boekje van de beroemde Franse mediŽviste Rťgine Pernoud (1909 - 1998) Pour en finir avec le Moyen Age (Afrekenen met de Middeleeuwen). Eerder een pamflet waarin ze haar levenslang opgekropte ergernis over de misverstanden en onuitroeibare vooroordelen rond de middeleeuwen spuide en vakkundig in de pedaalemmer deponeerde (8). Weinig boeken hebben mijn denken over de middeleeuwen, de renaissance, en geschiedenis in het algemeen even diepgaand beÔnvloed. Voor het eerst gingen wetenschappelijk onaantastbaar geachte zekerheden aan het wankelen.

Het tweede is Een koninkrijk voor een moord van Tey. De oudste van de twee uitgaven steekt stukgelezen in mijn boekenkast. De roman heeft voorgoed mijn belangstelling gewekt voor historische detectives (getuige de vele besprekingen in tijdschriften en op deze en andere websites). Tey heeft evenzeer mijn blijvend wetenschappelijk wantrouwen gewekt en wakker gehouden voor nationale mythes allerhande, hetzij Belgische, Nederlandse, Servische of fabeltjes over the American Dream.

Bijlagen

Bijlage 1. Verfilming.
Bijlage 2. Margaretha van York
Bijlage 3. Gruuthuse
Bijlage 4. William Caxton en Margaretha van York
Bijlage 5. Skelet van Richard III gevonden
Bijlage 6. De wever en de eeuwigheid.

Bijlage 7. Heksen, hermelijn, hoogmoed & onmondige vrouwen

* De titel is een zinspeling op William Shakespeare, Richard III, 5de bedrijf, 4de toneel, als Richard tijdens de Slag bij Bosworth uitroept: “Een paard, een paard, mijn koninkrijk voor een paard!” Een beroemd gebleven zin die, gezien het verloop van de slag, zeker onhistorisch is.
Zie: Courteaux, Willy, Verzameld werk van Shakespeare, Amsterdam, Meulenhoff, 2007. Eerder afzonderlijk uitgegeven als Richard III (Klassieke Galerij, nr. 122), Antwerpen, Nederlandsche Boekhandel, 1956, 125 blz.

NOTEN

1. zie: De Maesschalck, E., De Bourgondische vorsten (1315-1530), Leuven, Davidsfonds, 2008 en: Vlaamse miniaturen.
2. Zie op de Joos de Rijcke-site, bij WaldseemŁller en de geboorte van ‘America’, dl. 3 Holbein.., 07 Netwerken en: Joris Tulkens, De verloren droom van Pieter Gillis, Leuven, Davidsfonds/Literair, 2010
3. In 2004 herdrukt als Knack Wereldgeschiedenis in 6 delen door Roularta Books; citaat: dl. 3, p. 64.
4. Jenkins, E., The princes in the Tower, London, Hamish Hamilton, 1978, Introduction, p. X
Ross, Ch., Richard III. (English Monarchs), London, Methuen, 1988, p. LI
5. Richard III op internet:
De Slag bij Bosworth (waar Richard door verraad verslagen werd en sneuvelde (1485). Richard III Society (met veel links naar andere sites + historische documenten): Richard III Foundation.
6. Caroline Roe op deze site: Remedie tegen Verraad, Een kuur voor een kwakzalver, Tegengif voor gierigheid
7. Wouter van Mastricht: Spaans Vuur, Tromps Armada, Het scherp van Ambon, 2012.
8. Pernoud, R., Afrekenen met de Middeleeuwen, Beveren, Orion, 1981

Jos Martens, oktober 2012

 

.