
Pascal Coppens. Kunnen we China vertrouwen? Een andere kijk op
een land in transitie. Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout/Van
Duuren Management, Culemborg, maart 2022. Hardback, 24 x 17 cm,
328 pagina’s, € 30, tekeningen, noten. ISBN 978-94-6401-689-5 .
Kunnen we China vertrouwen? Een andere blik op een land in transitie
De auteur is sinoloog en ondernemer. Hij woonde bijna 20 jaar in China, kent het land door en door en schreef in 2019 al ‘China’s New Normal’. Met zijn nieuwe boek reageert hij op de toenemende negatieve (voor)oordelen over China. Hij somt die op en bekijkt ze met een dubbele bril: de Westerse en de Chinese.
Inhoud
- Recensies over China
- Geschiedenis van China 1
- Geschiedenis van China 2
- Geschiedenis van China 3
- Geschiedenis van China 4
- Geschiedenis van China 5
- Geschiedenis van China 6
- Geschiedenis van China 7
- Geschiedenis van China 8
- Geschiedenis van China 9
- Geschiedenis van China 10
- Geschiedenis van China 11
- Geschiedenis van China 12
- Geschiedenis van China 13
- Geschiedenis van China 14
- Geschiedenis van China 15
- Geschiedenis van China 16
- Geschiedenis van China 17
- Geschiedenis van China 18
- Geschiedenis van China 19
- Geschiedenis van China 20
- Geschiedenis van China 21
- Geschiedenis van China 22
- Geschiedenis van China 23
- Geschiedenis van China 24
- Geschiedenis van China 25
- Geschiedenis van China 26
- Geschiedenis van China 27
- Geschiedenis van China 28
- Geschiedenis van China 29
- Geschiedenis van China 30
- Geschiedenis van China 31
- Geschiedenis van China 32
- Geschiedenis van China 33
- Geschiedenis van China 34
- Geschiedenis van China 35
- Geschiedenis van China 36
- Geschiedenis van China 38
- Geschiedenis van China 39
- Geschiedenis van China 40
- Geschiedenis van China 41
- Geschiedenis van China 42
- Geschiedenis van China 43
- Geschiedenis van China 44
- Geschiedenis van China 45
- Geschiedenis van China 46
- Geschiedenis van China 47
- Geschiedenis van China 48
- Geschiedenis van China 49
- Geschiedenis van China 50
- Geschiedenis van China 51
- Geschiedenis van China 52
- Geschiedenis van China 53
- Geschiedenis van China 54
Kunnen we China vertrouwen? Een andere blik op een land in transitie
Hij
groepeert ze in acht ‘cirkels van vertrouwen’. Hij kiest voor
cirkels, omdat Chinezen minder rechtlijnig en minder in termen
van goed of kwaad denken dan wij en meer omzeilend in termen van
harmonie en beeldspraak (p. 25-26).
Hij somt een aantal westerse klachten op over Chinezen: ze
stelen, kopiëren, spioneren, houden zich niet aan afspraken,
produceren rommel, China is een controlestaat zonder vrijheid,
Xi is een dictator, China schendt de mensenrechten.
Telkens stelt hij daar iets tegenover zoals : Amerikaanse
internetbedrijven kopiëren ook WeChat en TikTok, China is
koploper in artificiële intelligentie, kwantumcomputers en 5G,
zijn eigendomsbescherming verschilt nu weinig van de onze (p.
37-57).
In de eerste cirkel beschrijft hij het individu: waarom liegen
ze en kruipen ze voor? Denken ze collectivistisch en wat is hun
oordeel over privacy?
In de tweede cirkel verklaart hij de invloed van het
confucianisme op het gezin en op de familiewaarden. Hier gaat
het ook over de bruidsprijs, de ‘overgebleven vrouwen’, de
gescheiden families en het onovertrefbare WeChat.
Bedrijf en team zijn cirkel 3. Werknemers veranderen vaak van
job als ze zich kunnen verbeteren. Confucianisme, legalisme en
taoïsme bepalen de bedrijfscultuur. Welgestelde jongeren willen
geen 9-9-6 (6 dagen van 9 tot 21 uur) meer werken.
Cirkel 4 gaat over netwerken, groeperingen, het collectief
vertrouwen, tegelijk het zogezegde wantrouwen in minderheden,
die vooral positieve discriminatie ondervinden. Verder ook de
Chinese gastvrijheid en het groeiende wantrouwen tegenover het
Westen dat bij hen schijnheilig overkomt.
Coppens zegt dat de 50 miljoen christenen elk jaar met 7%
groeien, maar hij verzwijgt dat hun priesters en bisschoppen
soms voor jaren in de cel vliegen.
In cirkel 5 bekijkt hij het systeem en de partij. De meeste
Chinezen storen zich niet aan de beperking van hun vrijheden: ze
groeien op met regeltjes, China komt van heel ver (in 1990 was
het bbp per inwoner slechts 279 € per jaar, nu 9.100) en
blijkbaar is hun vrijheid groter dan wij denken: hoe groter hun
woede online, hoe sneller de overheid reageert.
De CPC heeft volgens Coppens ervoor gezorgd dat de
levensverwachting bijna verdubbelde, dat het alfabetisme rond
97% ligt en dat de welvaart enorm steeg. De ongelijkheid (0,465)
is groter dan in Europa (0,3), maar kleiner dan in Amerika
(0,48) (p. 205)
De herovering van Tibet, Hongkong en Taiwan beschouwt de CPC als
herstel van historisch onrecht.
Natie en volk beheersen cirkel 6. Xinjiang hoort bij China sinds
1754 (p. 213). Sinds 1992 pleegden separatisten bomaanslagen.
Sinds 11 september 2001 beschouwen de VS de militante Oeigoeren
ook als terroristen. Sinds 2017 zijn er geen aanslagen meer
geweest door de kordate aanpak van China. Die aanpak was soms
heel kordaat: op 28 juli herdenken de Oeigoeren het bloedbad in
Yarkand, waarbij officieel 96 doden vielen, maar volgens de
Oeigoeren zouden er tussen 2.000 à 5.000 gedood zijn en
tienduizenden opgepakt, aldus Bitter Winter van 28.07.2022.
Coppens ziet vooral de positieve kanten: meer werkgelegenheid,
een alfabetisme van ‘99,91 %’ (p. 215), dus een wereldrecord,
hogere groei, geen extreme armoede. China beweert dat 90% van de
verhalen over de Oeigoeren verzonnen zijn en hoopt dat ze over
30 jaar een betere levenskwaliteit zullen hebben dan wij (p.
215-216). De investeringen in de Nieuwe Zijderoute zullen
alleszins voor veel welvaart zorgen bij de Oeigoeren. De
positieve kanten komen in het Westen zelden in het nieuws.
In 2020-2021 verscherpte de Chinese overheid zijn controle op
bedrijven en banken en toonde zo wie de macht heeft. Volgens
Coppens toonde ze dat de bevolking belangrijker is dan winst (p.
232-233).
Cirkel 7 handelt over de nieuwe wereldorde van China. In de
jaren 90 keken de Chinezen nog naar de Westerse wereld met veel
verwondering. Toen bleek dat Westerse bedrijven hen fopten,
verloren ze hun vertrouwen, werden ze zelf assertiever en namen
ze voortaan een Wolf Warrior-houding aan, zoals bij de Nieuwe
Zijderoute en tegenover Taiwan, waarbij ze zelfs de oorsprong
van het coronavirus in Amerika situeren (p. 247-248). De naam
Wolf Warrior komt van een Chinese patriottische film, waarin
Chinezen vechten tegen buitenlandse huurlingen o.l.v. een
Amerikaan. De auteur vertelt er hier niet bij hoeveel Westerse
bedrijven eerst bedrogen werden door Chinezen, die hun producten
namaakten en goedkoper verkochten. Hij signaleert dat wel op p.
38.
Coppens zegt wel dat China veel minder ontwikkelingshulp geeft
dan het Westen: 5,3 miljard per jaar tegenover 132 miljard.
Zaken doen primeert op liefdadigheid. En dat ze de lokale
bevolking zelden integreren in hun projecten. Maar overal in
Afrika verbeteren ze wel de levensomstandigheden. Veel Chinezen
begrijpen ook niet waarom China zoveel geld steekt in Afrika,
terwijl de helft van hen nog redelijk arm is (p. 253).
China beweert dat de eilanden in de Zuid-Chinese Zee historisch
bij China horen, net zoals Xinjiang, Tibet en Taiwan. De
buurlanden van die zee en het Internationaal Gerechtshof in Den
Haag zijn het daar niet mee eens en zeker niet met de
militarisering van die eilanden. Maar China verwerpt de
veroordeling van Den Haag. Die zee is enorm belangrijk voor
China en de wereld: 60% van de maritieme wereldhandel en 65% van
de Chinese handel loopt langs daar.
Opmerkelijk is ook dat de Chinezen de eeuwenlange overheersing
door de Mongolen (ca.1215-1644) en de Mantsjoes (1644-1911)
minder erg vinden dan de veel kortere van het Westen (1839-ca.
1920) en van Japan (tot 1945). Coppens geeft de indruk dat het
Westen en Japan in 1911 een einde maakten aan het keizerrijk (p.
255), maar dat gebeurde door Chinese intellectuelen o.l.v. Sun
Yat-Sen.
Coppens zegt ook dat China het Westen niet voorbij wil streven,
maar zelf standaarden wil zetten, b.v. door de niet-ontvlambare
batterij van BYD/Build Your Dreams voor elektrische auto’s (p.
260). Dat is dan m.i. een andere manier om Tesla voorbij te
steken.
In 2010 was China de grootste vervuiler ter wereld, met 27% van
de CO²-uitstoot tegenover 13% voor Europa en 12% voor Amerika.
Maar sinds 2007 werkt het intensief aan een ecologische
samenleving, o.a. door de aanplanting van nieuwe bossen, de bouw
van waterkrachtcentrales enz.
Opmerkelijk is dat ook China zijn data sinds 2021 beschermt
tegen internationale cybercriminelen, maar zelf tegelijk
kwaadwillige cyberactiviteiten van de hackers Advanced
Persistent Threat 27, 30 en 31 en van UNSC 2814/Gallium/Softcell
op zijn territorium toelaat tegen onze ministeries van
binnenlandse zaken en defensie, aldus LLB van 19.07.2022.
De auteur spreekt ook over de “Russische dreiging aan de grens
met Oekraïne” (p. 259). Helaas is dat sinds 24 februari een
barbaarse oorlog met veel wreedheden, menselijk leed en gevolgen
voor heel de wereld. Maar toen was zijn boek al bij de uitgever.
En de nep-argumenten van Poetin, overgenomen door de Chinese
media, dat Oekraïne lid zou worden van de NAVO etc. zijn
voorwendsels voor de echte reden: een groot deel aanhechten, in
de rest een pro-Russisch regime installeren zoals op de Krim.
Het laatste hoofdstuk heet ‘Universum en cultuur’. Door de ‘war
on terror’ sinds 2001 kreeg China vrij spel in Xinjiang, door
het lidmaatschap van de WTO (2001) trad het toe tot de
wereldmarkt, op de perfect georganiseerde Olympische Spelen van
2008 haalde het de meeste gouden medailles en toonde het dat het
een wereldmacht was en door allerlei beschuldigingen van het
Westen zag het zichzelf voortaan als gelijke. Coppens legt uit
dat het een langetermijnvisie heeft omdat alles altijd verandert
(p. 284). Hun belangrijkste doel is harmonie en stabiliteit. Hoe
dat rijmt met die permanente verandering is me niet duidelijk.
China exploreert op diverse manieren het universum (de diepzee,
de Noordpool, de ruimte) en het wil ook die wedloop winnen.
Een ander doel is inclusiviteit: China wil alle minderheden
integreren in zijn systeem, dus ook de Tibetanen, Oeigoeren,
Hongkongers, Taiwanezen. Tot slot: Chinezen voelen zich
superieur, omdat ze de oudste nog bestaande cultuur bezitten (p.
293-297).
De auteur besluit: “Ja, ik vertrouw China en de Chinezen. Zeker
niet blindelings, maar ook niet minder dan mijn eigen vaderland
België of mijn Belgische landgenoten.” Op zijn voordrachten
constateert hij dat dit doel nog ver af: 3% vertrouwt China en
de Chinezen (p. 316). Er is dus nog werk aan de winkel.
Beoordeling
Het boek is mooi uitgegeven, met een stevige kaft. De
presentatie van de acht cirkels is knap en origineel. De auteur
kan zich perfect inleven in de bezorgdheden, het denken en
handelen van de Chinezen en hoopt dat de lezer dat ook zal doen.
Hij zegt geregeld dat zij zich perfect gelukkig voelen in hun
‘restrictieve’ omgeving.
Het is geen gemakkelijk boek: concentratie is vereist. Eén
voorbeeldje uit de zeer vele: “Het verschil zit in ons
inside-out-denken, terwijl de Chinezen veel meer outside-in
denken, veel meer contextueel, veel meer in cirkels.” (p. 285).
Zijn optimisme over de Oeigoeren staat in schril contrast met de
getuigenissen van ex-gevangenen zoals dat van Sayragul Sautbay,
‘Kroongetuige’. Feit is dat ze sinds 2017 geen aanslagen meer
plegen, terwijl het er honderden waren tussen 1990 en 2016.
Bovendien vochten er ca. 5.000 mee met IS.
Idem wat betreft zijn optimisme voor Hongkong: Joanna Chiu
(‘China over grenzen. Een nieuwe wereldwandorde’) en Nathan Law
(‘Strijd voor de vrijheid’) zien het veel droeviger in. En op 29
juli 2022 werden nog vier betogers van 19 à 21 jaar veroordeeld
tot vele jaren cel (LLB, 30.07.2022). In artikel 35 van de
grondwet staat nochtans de vrijheid van pers, vergadering,
vereniging.
Hij zegt dat China tot 1820 de grootste economie ter wereld was
(p. 258) en velen schrijven dat, maar toen waren er nog geen
statistieken: het kan evengoed Engeland geweest zijn voor de
wereld en China voor Azië.
Elders heet het dat China tot het midden van de 19de eeuw het
rijkste, machtigste en meest geavanceerde land ter wereld was
(p. 94 en 154). Juister zou wellicht zijn: tot het einde van de
18de eeuw. Engeland, België, Frankrijk waren rond 1850 veel
verder geïndustrialiseerd. En Italië, Spanje en Frankrijk hebben
veel meer mooie gebouwen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd
die op welvaart wijzen dan China.
De Culturele Revolutie wordt hier veel minder wreed en veel
minder verwoestend voorgesteld dan ze in feite was. In 2016 werd
ze wijselijk niet herdacht.
En bij de hongerdoden door de Grote Sprong Voorwaarts spreekt
Coppens over miljoenen/vele miljoenen (p. 79-80, 148 en 187) en
dan nog met ‘zouden’ (p. 187). Het officiële cijfer is 16,5
miljoen, Dikötter spreekt van 45 miljoen, Jung Chang zegt: 38 en
in totaal 70 miljoen voor heel de Mao-periode. Het juiste getal
zullen we nooit te weten komen.
Vrouwen hebben gelijke rechten in de economie, maar niet in de
politiek: bij de top 8 is geen enkele vrouw en in het
politbureau van 25 zit maar één vrouw.
Een register ontbreekt, een lijst met de vele onbekende
begrippen eveneens.
Al met al blijft het een boeiend en uitdagend boek dat iedereen
moet lezen die zich wil inleven in het denken van de meeste
Chinezen.
©Jef Abbeel juli 2022
www.jefabbeel.be